Branden hebben flink huisgehouden in de duinen bij Schoorl. Waar hei was, is nu een groen tapijt. Waar dennen stonden, zijn nu duinen.
Veel zwartgeblakerde bomen, stukken verbrande grond en sporen waar brandweerauto’s gereden hebben. De schade die de brand in de Schoorlse duinen heeft aangericht, is een jaar later nog duidelijk te zien.
Juist op de dag dat de boswachters van Staatsbosbeheer laten zien dat de natuur zich heel langzaam herstelt, blijkt brandgevaar nog steeds aanwezig. Tot twee keer toe moet de brandweer uitrukken.
De eerste keer blijkt een schuurtje van een particulier in brand te staan. „Voor ons dus gelukkig loos alarm”, zegt boswachter Erinkveld. Later op de middag is in een gebied verderop brand uitgebroken. Het vuur is snel onder controle. „De brand had onze kant op kunnen komen”, zegt boswachter Jeroen Pater. „Gelukkig is dat niet gebeurd.”
De branden die de Schoorlse duinen in Noord-Holland het afgelopen jaar wel getroffen hebben, beschadigden vooral heide en delen van het dennenbos. „Heide is moeilijk te herstellen. Het loopt niet meer vanzelf uit. Dat moeten we dus opnieuw gaan planten”, vertelt boswachter Jeroen Pater.
Toch was spoedig na de brand al nieuw groen te zien. Met name helmgras en zandzegge deden het goed in de verbrande aarde. Pater: „Deze grassoorten hebben wortels diep in de grond, waardoor ze slechts voor een deel zijn afgebrand. Na het vuur zijn ze opnieuw gaan uitlopen.”
Wat vorig jaar nog een heideveld was, is nu dus een groen tapijt. Alleen aan een paar open plekken is te zien dat het om jonge begroeiing gaat. De boswachters willen de heide graag weer terug. Om overwoekering van gras tegen te gaan, laten ze zeven koeien in het natuurgebied grazen.
Het dennenbos laat zich evenmin makkelijk vervangen. De plekken waar vorig jaar brand woedde, zien er somber uit. Overal dode en verkoolde bomen die zwart afgeven als je je hand er langs haalt.
Van nieuwe aanwas is hier geen sprake. „Dit is geen plaats waar van nature bos groeit. Honderd jaar geleden is van alles in de grond gestopt om voldoende voedingstoffen voor bomengroei te krijgen. Tot rotte vis aan toe. Maar inmiddels zijn de opvattingen veranderd over hoe een bos aangelegd moet worden.
„Het is te veel werk om alles te herstellen”, zegt Pater. De boswachters denken er daarom aan de plek te laten zoals die nu is. „Over een paar jaar ziet het er waarschijnlijk nog precies zo uit”, zegt Jan van Assema, beheerder van het natuurgebied.
Wat verderop heeft Staatsbosbeheer de natuur een handje geholpen. Een stuk verbrand bos is gekapt en omgevormd tot duingebied. „Hier kan het zand weer waaien waardoor een dynamisch landschap ontstaat. Als je hier over een jaar terugkomt, is geen duin meer hetzelfde”, vertelt boswachter Frans Erinkveld.
Toch zijn de stuivende duinen nog niet helemaal af. Er liggen nog hoopjes verbrande takken en overal steken afgezaagde boomstronken enkele tientallen centimeters boven het zand uit. „Die moeten er uit, want ze houden te veel zand vast.”
Waarschijnlijk duurt dat nog even. Staatsbosbeheer heeft namelijk niet voldoende geld om alle noodzakelijke herstelwerkzaamheden uit te voeren.
Volgens beheerder Van Assema komen de kosten van die werkzaamheden in totaal uit op zo’n tweeënhalf miljoen euro. „En dan heb ik de personeelskosten nog niet eens meegerekend.”
Door het herstelwerk moeten geplande onderhoudsprojecten worden uitgesteld. En omdat in het natuurgebied steeds nieuwe branden uitbreken, is voortdurend extra geld nodig.
De brand heeft geen blijvende gevolgen gehad voor de dieren in het gebied. „Kikkers, hagedissen en een aantal vogelsoorten hebben we gelukkig alweer gezien. En konijnen zijn bij de brand in hun holen onder de grond gedoken. Omdat het vuur daar niet kon komen, hebben ze zichzelf gered”, zegt Van Assema. Volgens collega Erinkveld is het stuk met verbrande dennen een paradijs voor spechten. „Zij eten de larven van de boktorren die zich in het dode hout nestelen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.