*

 

Zorg voor het kind gaat boven alles

Bart Zuidervaart − 29/07/10, 00:00

Stel dat het gerechtshof toestaat dat dit uitgeprocedeerde gezin uit Angola op straat wordt gezet, wilde de rechter weten. Wat is dan het lot van de kinderen?

De advocaat van de Nederlandse staat antwoordde op de zitting als volgt: het gezin krijgt een dagkaart voor het openbaar vervoer en wordt op een station afgezet. Daarna moeten ze zichzelf zien te redden. Justitie zal het gezin niet volgen. Evenmin wordt de Raad voor de Kinderbescherming gewaarschuwd.

Het Haagse gerechtshof schrok van dit vooruitzicht. De rechters oordeelden eergisteren dat de staat haar handen niet van de drie kinderen –10, 8 en 2 jaar oud– mag aftrekken. Het is Justitie verboden hen te ’klinkeren’, ofwel: op straat te zetten.

De Angolese moeder verblijft momenteel met haar kinderen in een opvangcentrum in Ter Apel. De vader is illegaal en zwerft door Nederland. De moeder weigert om mee te werken aan haar terugkeer naar Angola. Zij ziet voor haar kinderen – twee zijn er geboren in Nederland – geen toekomst in haar geboorteland. Omdat de vrouw haar uitzetting frustreert, weigert Justitie het gezin nog langer op te vangen. Het gerechtshof steekt daar een stokje voor. De kinderen mogen niet uit het opvangcentrum worden gezet, luidt het vonnis. De staat moet zorgen voor ’dagelijkse verzorging, opvoeding, huisvesting, medische zorg en scholing’.

Deze uitspraak kan niet anders worden gelezen dan als een harde veroordeling van het Nederlandse uitzetbeleid. Een ouder die categorisch weigert het land te verlaten, is geen reden om het hele gezin aan zijn lot over te laten. „De staat kan zich onder deze omstandigheden niet achter de verantwoordelijkheid van de moeder verschuilen”, oordeelt het Hof. Nederland heeft de plicht om voor minderjarigen te zorgen, ook al zijn ze hier illegaal.

De rechten van kinderen zijn sterk verankerd in internationale verdragen. Het Hof verwijst onder meer naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK). Nederland heeft beide geratificeerd. Zo staat er in artikel 3 van het IVRK: ’de Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe het kind te verzekeren van de bescherming en de zorg die nodig zijn voor zijn of haar welzijn (...)’.

Er zijn naar schatting enkele honderden gezinnen die in een soortgelijke situatie als dit Angolese gezin verkeren. Daar is dit vonnis met gejuich ontvangen. Het is nog onduidelijk of dat terecht is.

Minister Hirsch Ballin (CDA, Justitie) staat voor een fundamentele keuze. Hij kan besluiten om de kinderen én de moeder opvang te blijven bieden. De vraag is dan waar dat op uitdraait. De vrouw weigert immers te vertrekken. Alleen een verblijfsvergunning zal een einde maken aan die impasse. Het lijkt uitgesloten dat het zover komt, zeker wanneer er een rechts kabinet wordt geformeerd.

De minister kan er ook voor kiezen om een uitgeprocedeerd gezin uit elkaar te halen. Hirsch Ballin heeft eerder laten doorschemeren dat hij bureau Jeugdzorg wil inschakelen bij ’onverantwoordelijke’ ouders. Dat kan in het uiterste geval leiden tot ontzetting uit de ouderlijke macht.

Advocaat Gerrit Jan Pulles van de Angolese vrouw zegt naar de rechter te stappen, mocht het gezin ’uit elkaar worden gescheurd’. Op 24 augustus moet Hirsch Ballin bij het Hof aangeven welke oplossing hij kiest.

mailIcon print |