opinie Op voorlichtingsdagen van Amerikaanse universiteiten die ik de afgelopen dagen heb bezocht werd steevast één bepaalde vraag aan de studenten gevraagd: "Zijn de kamers niet te klein?"
In Amerika is gebruikelijk dat studenten met minstens één huisgenoot – en met een maximaal van ongeveer zes - hun kamer delen. Eenpersoonskamers komen nauwelijks voor, al is het maar omdat het kamer delen nu eenmaal traditie is. Maar de laatste tijd is de grootte van de ruimte per student steeds belangrijker geworden voor geïnteresseerden. Niet zo zeer omdat men persé ruimte wil hebben voor zo’n typische ijsblokjesproducerende Amerikaanse koelkast of minstens één muur met posters wil kunnen inpakken, maar omdat Amerikanen zich zorgen maken om het sociale aspect van de studentenkamers.
Universiteiten komen namelijk steeds meer met zorgwekkende cijfers naar buiten: Het aantal studenten dat binnen een paar weken bij hen aanklopt om van kamergenoot te veranderen is op de meeste plaatsen vervijf- of verzesvoudigd, meer en meer studenten hebben hulp van de staf nodig om kleine conflictjes te kunnen oplossen en steeds meer studenten laten zichzelf op een wachtrij voor een eigen kamer zetten. In de media vertellen universiteiten inmiddels vaak – niet zonder zelfmedelijden – hun verhaal, een verhaal dat blijkbaar nogal wat indruk maakt op toekomstige studenten.
Persoonlijk vond ik de gemiddelde studentenkamer er heerlijk knus uit zien in Amerika. Oké, echt heel veel ruimte is er niet om even weg te komen van je roommate en de vieze was die ondanks de zomervakantie op de grond lag was op zijn minst opvallend, maar het zag er allemaal best dragelijk uit.
Maar, zo bracht een bezorgde moeder met een vettig Texaans accent onder de aandacht, wat nu als de één heel opgeruimd is en de ander een sloddervos? Wat nu als de één een ochtend-, en de ander een avondmens is? Of de één altijd ’s avonds studeert, terwijl de ander uit principes weigert vóór drie uur ’s nachts het wekelijkse huisfeestje te stoppen?
Een bezorgde blik vormde zich al snel op het eerst zo vrolijk ogende gezicht van onze lichtjes overdreven positief ingestelde voorlichtster. Een enorm serieus verhaal werd opgedreund, waarin onder anderen de precieze locatie van de schoolpsycholoog en het dichtstbijzijnde politiebureau als belangrijke feiten werden voorgedragen.
Zo schrikbarend moeilijk kan het toch niet zijn? Als je kamergenoot moeilijk doet, stuur je hem of haar toch gewoon even een mailtje?
Volgens deskundigen valt de hele situatie waarschijnlijk aan deze gedachtegang te wijten:
Mensen hoeven nu niet persoonlijk aan elkaar te vertellen dat ze doodziek van elkaars aanwezigheid worden, maar kunnen dit ook mailen of semi-toevallig op de facebook-pagina van een gezamenlijke vriend o.i.d. zetten. En dat, zo beredeneren universiteiten, zorgt voor al die studentenhuiselijke chaos.
Voor nu lijken universiteiten hun toekomstige studenten in ieder geval nog gerust te kunnen stellen met een veiligheidspraatje en wat psychologische feitjes. Alhoewel, de groep waar ik me in bevond is sinds het antwoord van de rondleider nooit echt meer bedaard.
Ouders moeten er immers niet aan denken dat hun dikwijls aan een ochtendhumeur onderhevige kind bij een ’s ochtends zeer positief in het leven staand studentje wordt geplaatst. Dat zou werkelijk verschrikkelijk zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.