*

 

Meewerken op de laatste dag

Astrid Kromhout − 26/08/10, 15:46

weblog Vanmorgen (zaterdag 21 augustus) mag ik mee met het opgravingsteam om in de workflow mee te draaien. Voor het eerst ben ik dus echt ‘embedded’, op mijn laatste dag. Om te ervaren hoe een opgraving in de praktijk werkt, waar de paleontologen op letten, maar ook om te beoordelen of het mogelijk is om publiek op deze manier aan wetenschap te laten deelnemen en of het leuk genoeg is voor leken zoals ik.

  • Van links naar rechts: John de Vos, Catrin, Julian Hume, buiten de put Jan Vernimmen en Astrid Kromhout.
  • Een reconstructie van een dodo. (Wikimedia)

Het team bestaat uit de paleontologen Julian Hume (Natural History Museum London) en John de Vos (NCB Naturalis), archeologisch tekenaar Jan Vernimmen (Hollandia) en administratrice Catrin (momenteel freelance archeoloog). Julian, John, Jan en Catrin werken nu al twee dagen full time samen en zijn helemaal op elkaar ingespeeld. Ze zijn zelf heel tevreden over deze compacte manier van werken. Ik ben een beetje bang dat ik als indringer wordt gezien die de normale gang van zaken zal verstoren, maar niets van dat al. Alsof ik er altijd al bij was, draai ik meteen in het team mee.

Catrin vraagt of ik de kaartjes wil schrijven die bij elk gevonden object worden bewaard. Op het kaartje staat o.a. het vondstnummer, dat correspondeert met het vondstnummer op de grote basislijst met alle gegevens die Catrin bijhoudt. Morgen, de laatste opgravingsdag, wordt dat nummer ook op de botten geschreven, als ze droog genoeg zijn. Zo is altijd voor iedereen een vondst te achterhalen met alle gegevens die daarbij horen. Een aantal van die gegevens komt ook op het objectkaartje dat ik schrijf.

Julian popelt om verder te werken aan de opgraving van de reuzenschildpad die gisteren ontdekt is. Een moeilijk karwei omdat hij dubbelgevouwen en gedraaid in de grond lijkt te zitten. Hij en John voelen voorzichtig in de modder om de objecten verder bloot te leggen. Bij elk object wordt een satestokje gezet. Zodra alle objecten zo zijn gemarkeerd, kunnen ze letterlijk in kaart gebracht worden. Jan en Julian meten X-, Y- en Z-coordinaten en de positie met een kompas. Dat schrijven Catrin en ik op onze papieren op en Jan tekent het object in op zijn tekening. Dan wordt het uit de grond gehaald en samen met mijn kaartje in een plastic zak opgeborgen.

Eerst halen we de grote brokken hout eruit. Jan is blij voor Tamara (zijn vrouw die het onderzoek aan boomringen doet), het zijn mooie stukken. En dan is de schildpad aan de beurt. Om dat goed te doen, leggen ze een oude houten deur over de put heen (tsja, vraag niet waar die deur nou weer vandaan komt). Zo kan John er goed bij zonder de rest te verstoren. Er komen veel stukken schild tevoorschijn. We werken gestaag door, het gaat heel vlot. Catrin zegt dat het fijn is dat ik het werk van het kaartjes schrijven overneem. Dus zo’n vijfde teamlid is nog niet eens zo’n gek idee. En ik moet zeggen, de tijd vliegt. Het is allesbehalve saai om die kaartjes te schrijven!

Deze laag en de laag eronder (in het water op de bodem van de schep) beloven heel veel stukken schild en botjes. Julian en John hopen dat ze met de combinatie van schild en botten nu eindelijk kunnen ontdekken hoe twee uitgestorven schildpadden eruit zagen. De ene had een zadelvormig schild, zodat de schildpad zijn nek hoog kon uitsteken om van bomen te eten. De andere had een lage opening in het schild, wat betekent dat dit dier alleen lage begroeiing kon eten. Zo hadden ze beiden hun eigen niche in de leefomgeving. Maar nog nooit zijn botten en schild samen gevonden, dus we weten nog steeds niet hoe een individu eruit heeft gezien. Aan het begin van de week vroeg ik de paleontologen waar ze op hoopten, en Julian zei dat zo’n soort vondst voor hem de expeditie tot een succes zou maken. En wow, het lijkt erop dat het gaat lukken.

Dan krijgen we onverwachts bezoek op de site: Pierre Bessac (onze gids van gisteren) en twee archeologen komen poolshoogte nemen. En wat schetst onze verbazing als ook Jacques d’Unienville, de directeur van Omnicane, met zijn twee zoontjes ten tonele verschijnt. Hij is blijkbaar erg geïnspireerd geraakt en wil zijn kinderen ook eens laten zien wat er allemaal gebeurt. Het werk ligt stil, er wordt gepraat.

Helaas kan ik er niet bij blijven. Vanavond vertrek ik en ik heb nog helemaal geen tijd gehad om dodosouvenirs te kopen. Dus ik heb gepakt en ga richting Port Louis om samen met Marijke Besselink te shoppen, om daarna richting vliegtuig te gaan. Maar ik heb veel moeite om me los te rukken van de opgraving en de mensen. Pierre maakt een groepsfoto van het team bij de put. Dat wordt een van de vele hoogtepunten en herinneringen die ik van deze expeditieweek mee zal nemen. Gelukkig zal de dodo deel uit blijven maken van mijn werk, want het werk van deze gepassioneerde mensen aan de vondsten neemt nog jaren in beslag. En daarover mag ik bij NCB Naturalis blijven schrijven!

.

Kijk hier voor eerdere verslagen van Astrid en andere expeditieleden.

Heel veel achtergrondinformatie over de dodo vindt u op de site van Naturalis (een zeer overzichtelijke pagina!) en bij Wikipedia.

mailIcon print |