*

 

Vernieuwende kunst heeft vrijheid nodig

Ted Langenbach − 28/07/10, 00:00

De overheid moet creatieve geesten en vrijdenkers de ruimte geven. Pas dan kan échte innovatie ontstaan.

Het Haags stadsbestuur gaat komend jaar fors bezuinigen op cultuur (Trouw, 10 juli). Gerenommeerde culturele instellingen als de Koninklijke Schouwburg, het Haags Residentieorkest en het Gemeentemuseum moeten zien rond te komen met 7,7 procent minder subsidie. Je hoeft geen profeet te zijn om te voorspellen dat de culturele sector in het hele land de komende kabinetsperiode hetzelfde staat te wachten. De Haagse cultuurwethouder Marjolein de Jong geeft de culturele instellingen in haar stad het advies om werk te maken van cultureel ondernemerschap in plaats van de hand op te houden bij de overheid. Als voorbeeld noemt ze toneelgroep De Appel die na stopzetting van de landelijke subsidie enkele jaren geleden succesvoller is dan ooit, door zich toe te leggen op marathonvoorstellingen met catering die volle zalen trekken: een niche in de toneelmarkt.

Het is te simpel en zelfs een slecht idee om te stellen dat elke programmeur, artiest, of curator anno 2010 ondernemer moet zijn. Toch zijn er in het buitenland nu steden en gebieden waar, met veel minder budget en regelgeving, een veel spannender speelveld wordt gecreëerd door zowel cultuurproducenten als cultuurliefhebbers. In metropolen als Berlijn en Barcelona is er juist door de economische neergang veel artistieke bloei ontstaan. Daar waar in Nederland de kosten voor zaken als onroerend goed, beveiliging en personeel de pan uitrijzen, kan juist in landen met minder regelgeving de opbrengsten van kunst eerder worden geherinvesteerd in verse kunst. Een ’undergroundkarakter’ is een belangrijke aanbeveling. Dit is nu juist de essentie. Het Berlijnse en Barcelonese model is het potentiële goud voor de economie, omdat dit ook resulteert in de komst van internationale creative communities. Die willen maar al te graag in zo’n omgeving wonen, werken, studeren of op vakantie gaan. Met name ’pop’ en ’dance’ zijn in steden met minder strikte regelgeving de absolute smaakversterkers.

Juist in voormalige corrupte Oostbloklanden en ex-fascistische Zuid-Amerikaanse bolwerken heeft men de hekken volledig opengezet voor mondiale vrijdenkers en creatieve geesten. Elk individu of elke community met een edgy idee wordt in Berlijn, Krakau, Boedapest, Buenos Aires en São Paulo volledig in de watten gelegd met goedkope ateliers, galeries, vintage winkels, undergroundclubs, 24/7 horeca, en goedkope woonruimte.

Kunst moet bloeien en groeien, in de juiste omgeving met gelijkgestemden. De sfeer in de stad zal dan net als in bijvoorbeeld Berlijn zeer open minded worden zonder agressiviteit. In Nederland moeten we weer leren dat overheidstolerantie en culturele vrijheid kunnen leiden tot échte innovatie; uiteindelijk is dit het potentiële goud voor een gezonde nieuwe economie.

Binnen alle disciplines van de kunst kan men zich afvragen of deze nog uitdagend genoeg is om verse doelgroepen aan zich te binden. Culturele instituten zijn in veel gevallen vooral naar binnen gericht. En dan hebben we het niet eens over geld- en tijdverslindende verbouwingen van musea. Het is de vraag of nieuwe kunstdisciplines in dure instituten tot bloei komen. Creatievelingen kunnen de hoge huren niet betalen.

Natuurlijk, talent en top moeten elkaar altijd blijven versterken en inspireren, tevens moeten we altijd zuinig zijn op ons cultureel erfgoed. De belangrijkste taak van de overheid daarbij is een faciliterende. Daarnaast moet zij het klimaat bewaken waarin vrijheid, expressie en creërend vermogen bij producerende kunstenaars gunstig is. Misschien moet het roer om; zij die culturele statements maken, belonen op kwaliteit en uitdaging. En geef ze vooral veel vrijheid. De overheid zal rekening moeten houden met het feit dat mensen die goed zijn in het schrijven van subsidieaanvragen, niet altijd de beste creatieve ideeën hebben.

Overheid, stedenplanners en projectontwikkelaars, leer van uw fouten. Koester de broedplaatsen dicht in het centrum: eerst nachtprogrammering, dan pas bewoners, in plaats van andersom. Houd de artistieke disciplines bij elkaar in één gebied. Ga als overheid nooit creativiteit bedenken, laat dit over aan kunstenaars. En creatieve economie moet niet opgesloten zitten in gebouwen, voor een stad is zichtbare creativiteit met een maximale plintfunctie van hoge gebouwen absoluut noodzakelijk (New York). Laat voorstellingen, bandjes en exposities juist zien op onverwachte plekken, en op andere tijden. De spontaniteit moet weer terugkeren in de Nederlandse steden! Geef je inwoners van een stad veel vrijheid voor creativiteit, dan krijg je er ook iets voor terug.

mailIcon print |