Het naleven van mensenrechten is geen linkse of rechtse hobby
Geert Wilders en Job Cohen noemden elkaar in het heetst van de verkiezingsstrijd een ’gevaar voor de rechtsstaat’. Terecht dat die soundbite de media haalde, want het verwijt raakt het fundament van onze samenleving.
Maar het echte gevaar voor de rechtsstaat komt niet van links of rechts. Het schuilt in het gebrekkig besef over wat de rechtsstaat voor mensen in Nederland betekent. De rechtsstaat mag niet devalueren tot een politiek kneedbaar fenomeen.
Respect voor de rechtsstaat is geen linkse of rechtse hobby. Het gaat om fundamentele regels die alle ingezetenen, ongeacht hun stemgedrag, beschermen tegen inbreuk op vaststaande mensenrechten – zoals tegen discriminatie of een inbreuk op hun privacy. De rechtsstaat garandeert dat politici vrijuit kunnen spreken zonder door de rechter veroordeeld te worden.
Partijen die een coalitie willen vormen, zouden het eens moeten zijn over het bewaken en niet verder uithollen van de rechtsstaat. Maar dat is niet genoeg. De nieuwe regering zou de rechtsstaat moeten versterken. Dat verhelpt de verdeeldheid in de maatschappij en bestrijdt gevoelens van uitsluiting en angst.
Wat kan die nieuwe coalitie daarvoor doen? Eerst moet ze een Nederlands Instituut voor de Rechten van de Mens (NIRM) laten oprichten. Verder dient Nederland aanbevelingen van internationale toezichthouders serieus te nemen; VN-instanties en de Raad van Europa zijn bezorgd over de Nederlandse immigratiewetgeving, handhaving van kinderrechten, mensenrechteneducatie, racisme en antiterrorismewetgeving.
Bij het voorkomen van terrorisme dreigen er maatregelen te komen of te blijven bestaan die ernstig inbreuk maken op de privacy van grote groepen burgers. Verder loopt de regering het gevaar om disproportionele straffen in te voeren om tegemoet te komen aan onderbuikgevoelens van delen van de bevolking.
Nederland moet nu serieus werk maken van mensenrechteneducatie op scholen. Recent onderzoek toonde aan dat Nederland van alle EU-lidstaten het slechtst scoorde wat betreft de kennis over mensenrechten onder scholieren. Die kennis hoort thuis in de kerndoelen van het onderwijs, daar moet de onderwijsbegroting ruimte voor te maken.
De huidige praktijk van vreemdelingendetentie is in strijd met internationale standaarden en staat daarom bloot aan kritiek van de VN en de Raad van Europa.
Dit geldt bijvoorbeeld voor de rechterlijke toetsing van de detentie, de detentieduur, de gevangenisomstandigheden en het plaatsen van minderjarigen in detentie. De nieuwe regering moet daar wat aan doen en ervoor instaan dat vreemdelingen nooit worden uitgezet naar landen waar zij risico lopen op marteling of executie.
Het recht op vrijheid van meningsuiting is verreikend. In een democratie mag iedereen vrijelijk over fundamentele overtuigingen discussiëren, ook over de symbolen, vertegenwoordigers en dogma’s die daarbij horen. En zelfs wanneer anderen dat als kwetsend ervaren. Het huidig wetsvoorstel om het verbod op smalende godslastering te laten vervallen kan bijdragen aan versterking van dit fundamentele recht.
Nederland is koploper op het terrein van het internationaal recht en de mensenrechten. De goede naam die ons land de laatste decennia hierin heeft opgebouwd kan snel verslechteren indien dit thema hier land van de agenda verdwijnt.
Ontwikkelingssamenwerking speelt een belangrijke rol in het ondersteunen van de rechtsstaat in andere landen en hierop korten is een slechte zaak.
De rechtsstaat is per definitie kwetsbaar en heeft bescherming door de overheid nodig. Burgers in Nederland hebben meer belang bij een discussie over de fundamentele en vaststaande mensenrechten dan het debat over de meer subjectieve ’normen en waarden’ dat de afgelopen jaren is gevoerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.