*

 

Wennen aan een grotkerk

Hinke Hamer − 21/08/10, 00:00

Cappadocië is een heerlijke streek met een bizar, natuurlijk soort architectuur. Vulkanen hebben hier goed werk gedaan en daar spinnen de lokale Turken garen bij. Het bijbelse landschap is sprookjesachtig, maar vooral búiten de gebaande paden.

  • Pericaba's of feeënschoorstenen, door erosie ontstaan uit tufsteen en vulkanische as, bepalen het beeld van Cappadocië. (FOTO HINKE HAMER)

Soms doen vulkanen goeie dingen. De Turkse streek Cappadocië dankt zijn huidige natuur, die ontstond ver vóór de tijd dat er vliegtuigen waren, aan tientallen vulkanen. Die natuur is sprookjesachtig en kleurrijk. En droog, haast als een maanlandschap. Wie door zijn oogharen kijkt, waant zich middenin een verhaal uit het Oude Testament.

Maar waar het mooi is, krijgt een beetje lokale bevolking dat vroeg of laat in de smiezen en verrijzen plotseling overal kleine kraampjes, steeds met dezelfde koelkastmagneetjes, waterpijpen en boze ogen die moeten beschermen tegen het kwaad.

Bussen spugen toeristen uit die keer op keer langs dezelfde snuisterijen worden geleid, voor ze het beloofde landschap mogen bekijken. Lokale verkopers en toeristen nemen het tegen elkaar op in het grote onderhandelspel en de toeristische cirkel is rond.

Dat is in Cappadocië niet anders. Hoewel ze hier gelukkig nog niet met polsbandjes werken voor hun overdadige ontbijt-, lunch- en dinerbuffetten, zoals in Marmaris en Bodrum (voor de Britten) en Alanya en Antalya (voor de Nederlanders en de Duitsers), zijn ze verder toeristisch-technisch aardig op weg.

Wie in Cappadocië met zijn rug naar de snuisterijen toe gaat staan, treft een landschap dat nergens anders bestaat. De kleurrijke en speelse omgeving rond plaatsen als Ürgüp, Nevsehir en Göreme ontstond nadat een serie vulkanen miljoenen jaren geleden uitbarstte, waarna zich een landschap in tufsteen vormde: een mengsel van lava, as en modder. Het spel van wind en regen bewerkte de gevoelige steen, waarna magische rotscreaties ontstonden.

Niet alleen voor wind en regen, ook voor mensenhanden was het materiaal eenvoudig te bewerken. Dat deed men zo’n vierduizend jaar geleden al. Uit tufsteen verrezen hele steden, zoals in Kaymakli, waar een ondergrondse stad ligt van acht verdiepingen. Vier van de verdiepingen in het claustrofobie opwekkende gangenstelsel zijn nog altijd voor het publiek toegankelijk en de moeite van het bezoeken waard.

In de 9de eeuw werd Cappadocië een toevluchtsoord voor christenen, toen Romeinse keizers huishielden in Turkije. Een tweede golf volgde in de 11de eeuw, uit angst voor islamitische Seldsjoeken. Ook de christenen lieten uitgebreid hun sporen na in het Turkse landschap. Anderhalve kilometer buiten Göreme ligt een uitgestrekt tufstenen kloostercentrum, dat sinds een kwart eeuw als geheel, met twintig grotkerken, een grotkeuken en een eetzaal, op de werelderfgoedlijst van Unesco staat.

Twintig kerken lijkt een flink aantal, maar er moeten er in Cappadocië nog veel meer zijn. Men heeft hier wel een iets ander beeld bij een kerk dan bij ons. Kerken zijn hier uitgehouwen uit tufsteen en zo’n raamloze grotkerk is even wennen. Het is, ondanks de doorgaans goed bewaarde en mooie fresco’s op de grotwanden, soms niet eenvoudig om er een heilige plaats in te zien. Het woord ’kerk’ lijkt daardoor in deze streek wat aan inflatie onderhevig. Er moeten hier meer dan duizend grotkerken zijn en daardoor is het niet onmogelijk dat er kerkmoeheid optreedt.

Ook in de Ihlara-vallei zijn nog enkele tientallen kerken te zien. De veertien kilometer lange vallei, met wanden tot honderdvijftig meter hoogte, ontstond nadat lava van de vulkaan Hasandagi afkoelde, waarna scheuren ontstonden.

Toch zijn het niet enkel de honderden boven- en ondergrondse kerken en grotten die Cappadocië zijn surrealistische uiterlijk geven. De streek is vooral bekend vanwege zijn pericaba’s, letterlijk ’feeënschoorstenen’, bizarre rotsformaties in conische vormen. Door erosie kregen ze hun vorm. De kegelvorm is van tufsteen en vulkanisch as, een bovenste laagje is van harde rotssteen. De een ziet er mannetjes met hoedjes in, de andere noemt ze paddestoelen. In Pasabagliari heeft de natuur adembenemend werk verricht.

Cappadocië is een streek met een rijke geschiedenis. In het dorpje Mustafapasa leefden de Turken en de Grieken samen tot de 20ste eeuw. Tot die tijd had het dorpje de Griekse naam Sinasos. Bij de uitruil met Griekenland, in 1924, kregen de Turken het terug en veranderden zij de naam, maar het Griekse karakter kregen ze er in bijna honderd jaar tijd niet uit.

Mocht de grot- of kerkmoeheid de kop opsteken, dan is het nog mogelijk om de ’mannetjes met hoedjes’ van bovenaf te bekijken, per luchtballon in Göreme. Of naar het lieflijke plaatsje Avanos af te reizen, dat bekend is om zijn felgekleurde keramiek.

Cappadocië heeft bovendien een rijke wijntraditie: de vruchtbare kalkgronden zijn een goede voedingsbodem voor druiventeelt. In de streek worden lokale wijnen geproduceerd, die wat zurig smaken. Een wijnmakerij bezoeken is de moeite waard, een wijnproeverij nog beter.

mailIcon print |