*

 

’Wij leven gewoon het leven samen, net een huwelijk’

Somajeh Ghaeminia − 21/08/10, 00:00

In de Amsterdamse woongroep Hodshonhof ondersteunen gezinnen en singles vier jongvolwassenen om zelfstandig te leren leven.

In een zonnige tuin in hartje Amsterdam, om de hoek bij museum de Hermitage, klingelt een grote bel. De vrolijk ingerichte tuin van de historische Hodshonhof, die in de 19de eeuw werd gebouwd, stroomt langzaam vol met grote en kleine bewoners. Aan een grote, witte picknicktafel schuiven ze aan: vandaag zeven volwassenen en zes kinderen. Pasta met vis en een frisse salade staat op het menu.

Drie keer per week eten de bewoners van de woongroep Hodshonhof, onderdeel van stichting Timon, samen. De woongroep bestaat uit ’kernbewoners’: gezinnen en alleenstaanden die er minimaal vijf jaar zullen wonen, en vier ’meewoners’: jongvolwassenen die tijdelijk in de woongroep wonen en worden ondersteund om zelfstandig te leren leven. Apart leven ze in hun eigen appartement, hebben ze een baan of studie, familie en vrienden. Samen delen ze een grote woonkeuken, een huiskamer en de tuin, die grenst aan de openbare hof. Regelmatig steken ze in de zomer een vuurtje aan en drinken koffie. Elke zondagavond bidden de bewoners samen, ze vieren verjaardagen, vergaderen en organiseren activiteitendagen. Ze delen lief en leed, of zoals bewoner Lianne van Slooten zegt: „we delen het leven met elkaar”.

Maar van een wooncommune à la jaren zestig en zeventig is hier geen sprake. „Het belangrijkste doel voor ons om in deze woongroep te wonen, is om de jongeren te kunnen helpen”, zegt Friso Klapwijk (32) in zijn gezellig ingerichte appartement met uitzicht op de gracht. De jonge ondernemer woont hier samen met zijn vrouw Jolanda en vier kinderen. Hoewel zij nadrukkelijk geen hulpverleners zijn, kunnen ze veel betekenen voor hun ’meewoners’. Klapwijk: „Voor de een is dat door samen een kopje koffie te drinken, voor de ander door hem op weg te helpen naar een baantje of het voeren van een goed gesprek. Maar je helpt ze voornamelijk door hun positieve energie en aandacht te geven.”

Jolanda: „Hulpverleners werken met een plan, waarin doelen staan en hoe die te bereiken. De meewoners krijgen hulp vanuit Timon. Wij leven gewoon samen het leven met ze en dat brengt dingen voort. Het is een natuurlijk mechanisme.”

Dorothea Wiggerts (24) is een van de meewoners van de Hodshonhof, die twee jaar geleden werd opgericht. „Ik wilde graag het huis uit maar durfde niet alleen te zijn”, vertelt de Amsterdamse apothekersassistente. „Hier leer ik zelfstandig dingen te doen, maar heb ik ook een plekje voor mezelf. Het prettige aan een woongroep is dat je kunt aankloppen bij de andere bewoners. Het is opener dan met gewone buren. Laatst klopte ik aan bij medebewoner Jeroen, omdat mijn lamp in de badkamer kapot was.”

Terug aan tafel waar de bewoners van de Hodshonhof zo vaak samen eten. Waar de kinderen aan het begin moesten wennen aan (opvoed)regels van andere bewoners. ’Waarom moet ik mijn bord leegeten en mijn buurmeisje niet?’ Nu zien de kinderen die verschillen niet meer, weten Jolanda en Friso Klapwijk. „We zijn gaan wennen aan elkaar, kennen elkaar en weten wie wat belangrijk vindt.”

En natuurlijk zijn er soms spanningen en ruzies tussen bewoners. „Het is net als in een huwelijk”, zegt Friso. „Je kiest ervoor om samen te leven. Dat levert veel mooie momenten op maar je komt elkaar ook tegen op momenten dat je dat niet wilt. Daar word je ook sterker van. Als individu en als groep.”

mailIcon print |