Hebzucht, afgunst en overmoed leidden naar de crisis die voorlopig nog maar niet wil weggaan. De Britse econoom John Cassidy schreef een heldere analyse van de achtergronden van de crisis. Hij laat zien dat de mens zelden een zijn eigen belangen scherp berekenende ’homo economicus’ is.
Zouden er mensen bestaan die blind vertrouwen op de voorspellingen van het KNMI of MeteoConsult? Waarschijnlijk niet. We weten dat het weer veranderlijk is en we accepteren dat de weersvoorspelling onnauwkeurig is – zeker op langere termijn. De meteorologen zouden dat trouwens als eersten erkennen. Er zijn eenvoudig te veel onzekere factoren. Erwin Krol beoefent geen exacte wetenschap.
Die bescheidenheid zoek je dikwijls tevergeefs bij economen. Natuurlijk zijn er die het wetenschappelijk gehalte van hun discipline relativeren. Daar is, zeker na de malaise die drie jaar geleden uitbrak in de VS en zich vandaar verspreidde naar Europa, ook alle reden toe. Maar gevreesd moet worden dat veel vakbroeders nog steeds geloven dat de vrije markt de oplossing biedt voor zowat alle economische problemen.
In ’Wat als de markt faalt’ maakt de Britse journalist John Cassidy korte metten met dit vrije marktfetisjisme. Zijn boek is meer dan de zoveelste veroordeling van deze ’utopische economie’. Het is een pleidooi voor een aan de ’werkelijkheid gerelateerde economie’. Dat wil zeggen: minder wiskunde en meer psychologie.
De uitgangspunten van de vrije markt economie werden voor het eerst geformuleerd door een 18de- eeuwse Schot, Adam Smith. Als iedereen zijn eigen belang najoeg, zou dat ten goede komen aan de samenleving. De economie werd gestuurd door een ’onzichtbare hand’, die ervoor zorgde dat de een de diensten en/of producten leverde die de ander graag wilde hebben, en waarvoor hij bereid was te betalen. Deze theorie is in de loop der eeuwen verfijnd, bijgeslepen en gepolijst tot een serie dogma’s die Smith zelf vermoedelijk nauwelijks zou herkennen. De kern van deze ideologie (want dat is het) is dat de overheid zich niet dient te bemoeien met de markt. De onzichtbare hand regelt alles. De in 2006 overleden Amerikaanse Nobelprijswinnaar Milton Friedman is van deze ideologie de hogepriester.
De ellende begint natuurlijk pas goed als een ideologie de studeerkamer verlaat en wordt los gelaten op de echte wereld. In de VS begon dat in 1987 met het aantreden van Alan Greenspan als voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, de Fed. Volgens Cassidy is Greenspan een van de hoofdschuldigen, zo niet de hoofdschuldige, van de huidige kredietcrisis.
Dat is niet nieuw. Vrijwel elk boek over de kredietcrisis stelt de tekortkomingen van de vrije marktideologie en de rol van Greenspan aan de kaak. De meerwaarde van Cassidy’s boek zit in de heldere analyse van de achtergronden van de crisis en het inzicht dat de mens zelden een zijn eigen belangen scherp berekenende ’homo economicus’ is.
Er zijn in de economie vaak irrationele krachten aan het werk, die, om het ingewikkeld te maken, voor een individu wel gunstig kunnen uitpakken maar voor de samenleving uitgesproken schadelijk blijken. Het kan bijvoorbeeld heel voordelig zijn te speculeren op de aanhoudende stijging van aandelen. De speculant weet dat die prijzen niet langer realistisch zijn, dat het een keer mis zal gaan en de zeepbel uit elkaar zal spatten. Maar zolang de prijzen stijgen, is het zeker rationeel om mee te blijven spelen en de prijzen samen met medespeculanten verder op te drijven. De kunst is om er tijdig, voor de zeepbel barst, ’uit te stappen’. De scherven worden vervolgens opgeveegd door de verliezers en, meestal, de belastingbetaler.
Die irrationele krachten doen hun verwoestende werk vooral in de financiĆ«le wereld en in daarmee nauw verbonden sectoren als de huizenmarkt. Daar faalt de onzichtbare hand, zoals Smith trouwens zelf al had voorzien. Hebzucht, afgunst, overmoed – eigenschappen die de beroemde Engelse econoom Keynes bestempelde als ’dierlijke instincten’ – krijgen hun kans. De overheid heeft daar tot taak corrigerend op te treden. Wat er gebeurt als zij dit niet doet, hebben we de afgelopen drie jaarervaren.
De Amerikaanse president Obama heeft in juli een wet ondertekend die de ergste excessen moet uitbannen. Of deze wet afdoende zal zijn, zal moeten blijken. Want zodra de herinneringen aan deze crisis vervagen – en bij elke positief bericht verliest de crisis steeds meer haar afschrikwekkende werking – zullen de vrijemarktgelovigen weer vol overgave de trom roeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.