Wetenschappelijk bewijs dat het ene kabinet de sociale samenhang meer bevordert dan het andere is er niet. Maar in de praktijk van alle dag merkt de voorzitter van het Inspraakorgaan Turken dat de kleur van het kabinet wel degelijk verschil maakt.
Aanleiding voor de vraag in hoeverre kabinetsbeleid van invloed is op sociale verhoudingen, zijn de uitspraken woensdagavond van Henk Bleker, interim-voorzitter van het CDA. Bij het televisieprogramma ’Knevel en Van den Brink’ zei hij dat het CDA een kabinet nastreeft dat groepen niet tegen elkaar uitspeelt, dat geen splijtzwam is, maar juist bindend werkt.
PVV-leider Wilders noemde Bleker een zeurpiet, maar Aydin Akkaya, voorzitter van het Inspraakorgaan Turken, ziet de opmerkingen van de CDA-voorzitter als een ’een lichtpuntje’. „Dit geeft me een zekere hoop”, zegt hij.
Met vijf andere organisaties schreef Akkaya een brief aan het kabinet, waarin ze waarschuwen voor een coalitie van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. Die zou etnische minderheden stigmatiseren en discrimineren, en slecht zijn voor de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen.
„Ik zie de verhoudingen er de laatste tien jaar op achteruitgaan”, zegt Akkaya. „Ja, helaas ook onder het kabinet met de PvdA. De intenties van dat kabinet waren wel goed, maar die zijn niet omgezet in tastbaar beleid. Met de PVV wordt het nog erger; een kabinet doet er echt wel toe.”
Onderzoekers bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) kennen geen onderzoek dat een verband aantoont tussen een bepaald type kabinet en de verhoudingen tussen verschillende groepen in de samenleving – lees autochtonen en allochtonen. Zo’n verband is moeilijk te leggen, zegt SCP-onderzoeker Paul Dekker.
„In het algemeen kun je zeggen dat er geen relatie is tussen wat er op kabinetsniveau gebeurt en verhoudingen in de samenleving.”
Ook de secretaris van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, Rienk Janssens, zegt dat omgang tussen groepen moeilijk te verbinden is met een bepaald soort kabinet. In het algemeen blijkt uit studies van de RMO wel dat er niks mis mee is als mensen zich als groep kunnen onderscheiden, maar dat de overheid terughoudend moet zijn bij het definiëren van groepen. De volgende stap is dat er tegenstellingen worden gecreëerd, zegt Janssens, die spanning opleveren in plaats van verminderen.
Akkaya heeft dat aan den lijve ervaren, zegt hij. Als hij nu een café binnenkomt, krijgt hij vaker dan tien jaar geleden een rotopmerking naar zijn hoofd. Hij legt een direct verband met de regering: „Het is begonnen toen Verdonk minister was van integratie was.” Zij kwam met verplichte inburgering, hogere inkomenseisen aan nieuwkomers, een hogere leeftijd voor importbruiden.
„Moedwillige discriminatie”, zegt Akkaya. Met, meent hij, desastreuze gevolgen: „Je drijft mensen in de hoek, de vervreemding groeit, moskeeën en koffiehuizen zitten overvol omdat mensen zich terugtrekken en zich hier niet meer thuis voelen.”
Nog even terug naar het gevallen kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie; dat zette Verdonks plan voor verplichte inburgering voor Turken toch gewoon door?
Akkaya erkent dat volmondig – hij heeft PvdA-staatssecretaris Nebahat Albayrak nog geprobeerd op andere gedachten te brengen, maar tevergeefs.
Toch blijft hij van mening dat dat kabinet een gunstiger invloed had op de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen dan een eventuele coalitie met de PVV. De toon was anders, zegt hij, ’meer uitnodigend en minder drang en dwang’.
Dat hij zelf in Bergen op Zoom raadslid is voor de PvdA doet aan die waarneming niets af, bezweert hij. „Wanneer mijn partij er met bepaalde zaken naast zit, zeg ik dat ook.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.