*

 

Van kolen naar centrales op stro

Janne Chaudron − 15/07/10, 00:00

Duurzame biobrandstof uit stro, een bijproduct van graan, zou Oekraïne een stuk minder afhankelijk maken van gas uit Rusland. Maar tot nu ruikt vooral Noord-Europa kansen. Ook Wageningen Universiteit en het Belgische bedrijf 2zk onderzoeken de mogelijkheden.

  • Graanoogst nabij Telmanove (Oekraïne).  (Trouw)
    Graanoogst nabij Telmanove (Oekraïne). (Trouw)

Op honderd kilometer ten zuiden van Kiev, de hoofdstad van Oekraïne, heeft Patrick de Jamblinne een stuk grond van 30.000 hectare in gebruik. Zijn Belgische bedrijf 2zk, gevestigd in Oekraïne, test of het braakliggende land geschikt is om graan op te verbouwen. Hij is vooral geïnteresseerd in het stro dat vrijkomt bij het dorsen van het graan. „Van het stro maken we pellets (korrels, red.). Die zijn heel bruikbaar om energie mee op te wekken”, zegt De Jamblinne. „We testen nu een relatief klein stuk grond, maar we weten dat Oekraïne grote mogelijkheden heeft op het gebied van biomassa. Het land beschikt over zo’n 65 miljoen hectare landbouwgrond, waarvan minimaal één miljoen onbenut is.”

De verbouw van grondstoffen voor biomassa heeft een groot potentieel voor Oekraïne. Nederland ruikt mogelijkheden. Wageningen Universiteit ontving om die reden 740.000 duizend euro van het ministerie van Economische Zaken voor het onderzoeksproject ’Pellets for Power’, waarin samen met het bedrijf van De Jamblinne wordt onderzocht hoe de braakliggende grond in Oekraïne kan helpen bij de energie- en brandstofvoorziening in Europa en Nederland.

Dat Nederland kansen ruikt, is niet verwonderlijk. Rotterdam is de belangrijkste doorvoerhaven van biomassa binnen Europa en de stad beschikt over een kolencentrale die wordt bijgestookt met de duurzame brandstof. Een tweede centrale staat al gepland. Deze zal functioneren op tweede generatie biobrandstoffen, die in tegenstelling tot de eerste generatie geen milieuschade veroorzaken. „De pellets mogen enkel riet, gras en stro bevatten”, zegt projectleider Wolter Elbersen, medewerker van het instituut Food & Biobased Research van Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Want de duurzame grondstof mag niet ten koste gaan van de voedselproductie en biodiversiteit in het land; duurzaamheidscriteria die in Nederland door voormalig minister Cramer werden opgesteld voor het gebruik van biobrandstoffen.

De Europese vraag naar biobrandstoffen is de afgelopen jaren flink gestegen, maar het gebruik ervan is omstreden. De Europese Unie stelde zich in 2003 aanvankelijk als doel om in 2010 5,75 procent van de brandstof voor auto’s duurzaam bij te mengen, in 2020 moest dat zijn gestegen tot 10 procent. Maar die ambitieuze doelstellingen worden niet meer zo strikt gehandhaafd omdat de eerste generatie biobrandstoffen, gemaakt uit palmolie, soja en koolzaad, milieuschade zouden veroorzaken. Zo bleek onlangs uit een onderzoek van de Europese Unie dat Europa’s honger naar biobrandstoffen wereldwijde gevolgen heeft. 4,5 miljoen hectare land zou schade ondervinden door het gebruik van de duurzame grondstof. Verreweg het grootste deel van die omstreden biobrandstoffen wordt geïmporteerd uit de Verenigde Staten.

Nederland en de Europese Unie zoeken het nu dichter bij huis, waarbij wél duurzaamheidscriteria in acht worden genomen. In Oekraïne is veel onbenut land. Elbersen: „Na het uiteenvallen van de Sovjet Unie is de landbouwsector ingestort. Een deel van het land is verlaten. De kunst is om die braakliggende grond zo goed mogelijk te benutten.”

Niet alleen Europa profiteert. Biomassa zou een zegen zijn voor Oekraïne – een land dat voor 51 procent afhankelijk is van energie-import. Het Oekraïense energiegebruik wordt gedomineerd door gas, waarvan wederom het grootste gedeelte geïmporteerd wordt. Die energie-afhankelijkheid heeft in het verleden verschillende keren tot grote spanningen geleid met gasleverancier Rusland. Zo zou Oekraïne volgens Rusland niet op tijd zijn gasrekeningen betalen. Waarop Rusland besloot de gaskraan dicht te draaien en huishoudens en bedrijven zonder stroom kwamen te zitten. „Zo’n gascrisis zou moeten leiden tot een bepaald bewustzijn onder de Oekraïense politici”, zegt De Jamblinne. Maar tot nu toe lijken de nadelen van de energie-afhankelijkheid niet echt door te dringen. Want het energiegebruik in de Oekraïne is het minst duurzaam binnen Europa. Dat terwijl het land de potentie heeft de grootste leverancier van biomassa te worden.

De Jamblinne: „Het blijft moeilijk de Oekraïense overheid hiervan te overtuigen. Veel politici, die erg corrupt zijn, zijn nauw betrokken bij de gaslobby en deinzen ervoor terug flink te investeren in duurzame energie. Ons bedrijf werkt daarom niet graag samen met de federale overheid. Op lokaal niveau gaat die samenwerking beter. We merken bijvoorbeeld dat steeds meer dorpen en scholen energie gebruiken opgewekt uit biobrandstoffen. Die lokale gemeenschappen in Oekraïne zien biomassa als een investering in de lokale economie. Op termijn kan dat extra werkgelegenheid opleveren.”

Maar voorlopig zijn het landen als Duitsland, Zweden, Denemarken en Nederland die volgens De Jamblinne het meest profiteren van de uit Oekraïne afkomstige biomassa. „Ze zitten hier allemaal. Heel slim, want het is hier relatief goedkoop. Ik vergelijk het graag met bedrijven uit de Verenigde Staten die net na de Tweede Wereldoorlog massaal naar landen als Saoedi-Arabië trokken om de olie veilig te stellen. Noord-Europese bedrijven doen hetzelfde in Oekraïne. Ze bereiden zich heel goed voor op hun toekomst.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />