In de uiterwaarden van de IJssel boven Deventer komt een nieuw landgoed, geleid door een biologische boerin. Stichting IJssellandschap wil aantonen dat natuurbeheer en landbouw samen kunnen gaan.
Op het kantoor van Stichting IJssellandschap, in havezate De Haere, tussen Deventer en Olst, heeft Annette Harberink (32) zojuist de maquette gezien van haar toekomstige landgoedboerderij. Midden in de Keizers- en Stobbenwaarden langs de IJssel, aan de noordkant van Deventer, begint in 2012 de bouw van de imposante, langgerekte hoeve. Het gebouw krijgt water werende drempels en komt op een terp te staan, op de rand van de hoge en lage uiterwaard. In 2013 hoopt Harberink haar intrek te nemen op De Natuurderij KeizersRande, zoals het nieuwe, 200 hectare grote landgoed gaat heten.
Hoe is Stichting IJssellandschap, eigenaar van het uiterwaardengebied, op het idee van een nieuw landgoed gekomen? Het verhaal begint, vertelt Jaap Starkenburg (56), directeur-rentmeester van de stichting, bij het landelijke project Ruimte voor de Rivier en bij de wens van overheden om langs de rivieren natuur te ontwikkelen.
Om overstromingen in de toekomst te voorkomen, worden overal in het land bij knelpunten in de grote rivieren maatregelen getroffen om water makkelijker af te voeren. In de IJssel boven Deventer zit zo’n flessenhals. Om die te verwijden, worden in het lage deel van de Keizers- en Stobbenwaarden brede geulen gegraven, naast de rivier. Dat levert bovendien nieuwe, dynamische natuur op in de uiterwaarden.
Eeuwenlang huurden de boeren uit de buurt de grond in de uiterwaarden van de stichting (zie kader). Maar in verband met de toekomstige rivierverbreding heeft IJssellandschap per 1 januari van dit jaar alle tijdelijke pachtovereenkomsten beëindigd. Als de stichting het hierbij zou laten, zou er een nieuw, niet langer gecultiveerd gebied ontstaan aan de IJssel, waar de natuur vrij haar gang kan gaan.
Op veel plaatsen waar boeren vertrekken of worden uitgekocht en natuur- en landschapsverenigingen de vrijgevallen grond aankopen, gaat het zo. Maar Starkenburg wil het anders. „Ik heb mij de vraag gesteld waarom de boer eruit moet worden gejaagd, als er ruimte moet komen voor waterbeheer en natuur. Je kunt natuurlijk wel overal grote grazers neerzetten. Dat is een populair concept van natuurbeheer, zoals in de Oostvaardersplassen. Maar, dacht ik als boerenzoon en bioloog, zou er dan geen combinatie meer mogelijk zijn van ecologie én economie, van natuur én landbouw?
„In onze stichting komen veel belangen bij elkaar. Wij doen aan landbouwbeheer, natuurbeheer, bosbouw en recreatie. We willen niet alleen beheren maar ook innovatief bezig zijn, een monument voor de toekomst maken. Dat hopen we te realiseren met het concept van De Natuurderij, waarin biologische landbouw, natuur, waterbeheer en recreatie samenkomen.”
In Annette Harberink heeft Starkenburg de boerin gevonden om het plan uit te voeren. Harberink is opgeleid aan de biologisch-dynamische landbouwschool De Warmonderhof en heeft ruime werkervaring opgedaan op De Zonnehoeve, een biologisch-dynamisch bedrijf in Flevoland. Bovendien is ze een ’boerenwees’. „Ik heb geen boerentraditie, mijn ouders zijn geen boeren en ik kom niet uit de regio.” „Dat maakt haar voor ons een uitgelezen partner”, zegt Starkenburg.
„Ze belichaamt de visie die wij op dit gebied hebben en ze zit niet vast aan sociale mores, zoals de boeren hier uit de buurt. Die verruilen niet gemakkelijk de eigen boerentraditie voor een nieuw concept waarin biologisch boeren en agrarisch natuurbeheer hand in hand gaan.”
Her en der in het land worden traditionele boeren door organisaties als Natuurmonumenten overgehaald om, met subsidies, voor een deel extensiever te gaan boeren en de natuur een handje te helpen. „De Natuurderij wordt een bedrijf dat van meet af aan op die manier werkt”, zegt rentmeester Starkenburg.
Harberink heeft inmiddels bijna alle boeren uit de buurt ontmoet en hun verhalen gehoord. „De uiterwaarden zijn bijzondere grond, ook voor de boeren. Het zijn altijd de leuke stukjes geweest, even de dijk over, een uurtje bij de boerderij weg. Uitjesland noemen ze het wel”, vertelt ze. „En er gebeurde nog eens wat: koeien die de IJssel overzwommen bij hoogwater of stadse bezoekers die soms bloot langs de IJssel lagen te zonnen.
„De boeren hebben deze gronden altijd intensief gebruikt en onderhouden. Ze hadden samen een ontwateringssysteem en hielden de zomerdijk in de gaten. Vroeger weidden ze er hun melkvee, daarna alleen het jongvee en nog later werd het hooi- en mestland. Nu verandert het weer in biologische landbouw. De oud-gebruikers van het land kijken niet negatief naar deze ontwikkelingen, omdat er een boer aan het werk blijft, die de grond agrarisch gebruikt en verzorgt. Ik merk dat ze het leuk vinden om mij bezig te zien.”
Het is de bedoeling dat De Natuurderij een volledig zelfvoorzienend bedrijf wordt. De nieuwe boerin gaat de landbouwgronden in de uiterwaarden omvormen tot een combinatie van hooilanden en graasweides, met een rijke flora en fauna. De daarvoor noodzakelijke verschraling van de overbemeste grond duurt een jaar of twee. Maar nu al is in de verlaten weiden in de uiterwaarden te zien hoe een enkele paardenbloem en klaver opschiet tussen het eentonige Engelse raaigras. Ook krijgen delen van de grond de status natuur.
Harberinks koeien grazen straks in de lage uiterwaarden. Daar houden ze ook de randen kort van de nieuwe geulen voor de rivierverbreding, want die mogen niet dichtslibben. De biologische boerin gaat ’dubbel doel’-koeien houden – voor melk én vlees – van het MRIJ-ras (Maas-Rijn- IJssel). „Ze zijn authentiek voor deze regio, roodbont, een beetje dik en niet groot.” Ook gaat ze, op akkers in de hoge uiterwaarden, haar eigen veevoer verbouwen, zoals haver en gerst. De akkers bemest ze met stalmest uit de toekomstige potstal, alléén van haar eigen koeien. Kunstmest en mineralen komen er niet in op De Natuurderij.
„De onderliggende filosofie van het nieuwe bedrijf”, zegt Starkenburg, „is dat moeder natuur de kaders aangeeft waarbinnen Annette haar gang kan gaan. In dit gebied is de rivier de baas. De IJssel brengt en haalt. Daarop kun je zo goed mogelijk proberen te reageren.”
Op de vraag hoeveel koeien ze gaat nemen, antwoordt Harberink: „Niet ik heb dat voor het zeggen, de oppervlakte van de grond is bepalend daarvoor. Daar komt nog bij dat mijn productie door de verschraling van de grond langzaam zal gaan teruglopen. Hoe ik dat probleem ga opvangen? Misschien door straks in de buurtsupers exclusieve yoghurt te verkopen. Want ik produceer straks wel de lekkerste melk van Nederland.”
En wat heeft het landgoed de recreant straks te bieden? „Ik maak het gebied nog aantrekkelijker”, zegt Harberink, „door er mooie gewassen te verbouwen in een afwisselend, natuurrijk landschap. En ik zorg voor duidelijke en begaanbare wandelroutes. Bovendien mogen voorbijgangers rondkijken op mijn erf. Ze mogen komen kijken bij het melken en als ik tijd heb, wil ik best wat vertellen.” Starkenburg: „Ook boeren en ecologen zullen komen kijken. Er komt een ontvangstruimte, waar schoolklassen les kunnen krijgen over de rivier en over natuur en landbouw. Wij willen een voorbeeldfunctie vervullen. Laten zien dat landbouw en natuurbeheer samen kunnen gaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.