*

 

Er komt geen einde aan het water

Suzanna Koster − 23/08/10, 00:00

Lemen huizen, sommige volledig ingestort, zijn net eilanden in een zee zonder golven.

  • Slachtoffers van de overstromingen in het Pakistaanse district Muzaffargar provincie Punjab zien een legerhelikopter met hulpgoederen naderbij komen. (Trouw)
  • (AFP)

Er komt geen einde aan het water. Waar de rivier eindigt en de rivieroever begint is vanuit de helikopter alleen te zien aan sommige bomen die als kroppen bloemkool in het water lijken te drijven. Een paar palmbomen en elektriciteitspalen steken er iets verder bovenuit. Donkere strepen in het water geven aan waar ooit wegen waren.

Een groep meeuwen lijken de enige wezens die hier nog iets te zoeken hebben. Maar de piloot, luitenant-kolonel Amir Toor, een van de zestigduizend militairen die actief zijn in de hulpverlening, ziet toch mensen. Een man wuift vanaf de binnenplaats van zijn half ingestorte lemen huis, ten teken dat hij hulp zoekt. Hij is een van de miljoenen getroffenen van de overstromingen die minstens een vijfde van Pakistan onder water hebben gezet. Meer dan 1600 mensen hebben al het leven verloren.

„Ik begin de operatie. Ik ga landen. Een, twee, drie. Terug. Ik ga naar beneden. Stevig aan de grond”, zegt hij. De ronddraaiende propellers maken golven in het bruine water aan weerszijden van een gebroken weg. Een paar mannen komen aanzwemmen. Hun ogen zijn gericht op de zijdeur van het toestel. Daar liggen de zakken meel.

De militairen Mulazim Hussain en Mehmood Afridi laden het voedsel uit. Gretig nemen de mannen het aan. „We zijn blij met het leger, heel blij”, zeggen ze. „Er is hier niets meer.”

Er is geen tijd om verder te praten. Toor moet verder. Eerder vandaag vloog hij vanaf de legerbasis in Multan naar de stad Muzaffargar, tien minuten verderop. Daar begint niemandsland. In het coördinatiecentrum vol landkaarten en schema’s kreeg hij zijn opdracht.

De helikopters komen uit onder meer de Verenigde Staten (45 stuks), de Verenigde Arabische Emiraten, Afghanistan en elders uit Pakistan. Toors helikopter wordt normaal gesproken ingezet in de strijd tegen het terrorisme, zegt hij. Zo biedt de hulp aan overstromingsslachtoffers ook respijt aan de islamitische militanten in het land. Er zit geen machinegeweer meer in de ijzeren houder. „Zonder die 180 pond kunnen we voor vier of vijf families voedsel meenemen”, zegt Afridi.

Het is dan wel geen vechtmissie, maar ook deze opdracht is risicovol. „De elektriciteitskabels zijn een moeilijk obstakel”, legt Toor uit.

Maar het is nu niet meer nodig om het ’gecalculeerde risico’ te overschrijden, zoals ruim twee weken geleden, toen de reddingsacties in volle gang waren.

Een ander risico vormen de getroffenen zelf. Als ze te dicht in de buurt van de staartrotor komen, kan dat dodelijk zijn. Hussain probeert dat duidelijk te maken door een virtuele snee in zijn hals te maken met zijn hand.

Eén keer lijken de mensen het niet te begrijpen. Toor stijgt op zonder Hussain en landt pas weer als de mensen op afstand staan.

Toor vliegt laag over de huizen om te zoeken naar gestrande burgers. Een opbergkist en een bed zijn in een boom gehangen zodat ze droog blijven. „Ik zie een bed. Is daar iemand?”, vraagt hij aan zijn collega. Een vrouw met een kind komt aanrennen op een stuk dijk. Toor maakt een bocht naar rechts. Hussain dropt vier zakken meel. Het zijn de laatste. Een stuk muur bezwijkt onder de luchtdruk van de propellers.

Toor blijft nog even laag vliegen om te zoeken naar andere gestrande mensen die hij de volgende vlucht kan helpen.

Dan vliegt hij terug naar de basis om een nieuwe voorraad voedsel op te halen.

mailIcon print |