CDA en VVD onderhandelen over een minderheidscoalitie met gedoogsteun van de PVV. Hoe gaat de oppositie met zo’n coalitie om? Zullen zij regeringsvoorstellen steunen? Diverse fracties vragen zich af of zij überhaupt willen samenwerken met een coalitie die wordt gesteund door de PVV.
Zijn fracties in de Tweede Kamer bereid steun te verlenen aan plannen van het kabinet als de ’coalitie’ van VVD, PVV en CDA het onderling niet eens wordt? Die vraag wordt relevant nu de rechtse partijen werken aan de totstandkoming van een minderheidscoalitie. Voor standpunten die onderling niet worden gedeeld, kunnen wisselende meerderheden worden gezocht met fracties in de oppositie, zo luidt de interne werkafspraak.
Of deze constructie in de praktijk zal werken is de vraag. De fracties van de oppositie (PvdA, D66, GroenLinks, SP, ChristenUnie en SGP) moeten van hun kant bereid zijn daaraan mee te werken. Meewerken aan voorstellen van de coalitie stelt oppositionele fracties in ’normale’ politieke verhoudingen al voor een dilemma, maar met een partij die volgens de tegenstanders grondrechten wil aantasten, krijgt dat dilemma ook principiële trekken.
Moeten de fracties niet van het begin af aan proberen het kabinet ten val te brengen, om daarna een wenselijker coalitie te formeren of om nieuwe verkiezingen te krijgen, zo luidt één van de vragen. Of mag je ook op onderdelen samenwerken als je daarmee een in eigen kringen fel begeerd voornemen kunt realiseren. Stel dat de coalitie D66 benadert voor steun om de arbeidsmarkt te hervormen. De democraten willen dat al jaren. Zou Alexander Pechtold, fel bestrijder van Geert Wilders, daaraan moeten meewerken? Een andere overweging om samen te werken met de rechtse minderheidscoalitie zou kunnen zijn om ’als burgemeester in oorlogstijd’ erger te voorkomen.
De fracties staan nog maar aan het begin van hun overwegingen daarover. Een prominente PvdA’er, die liever niet zijn partijleider voor de voeten loopt, zegt in dit verband dat fracties zich moeten afvragen of er nu sprake is van een minderheidscoalitie of een meerderheidscoalitie. Dit is relevant voor de vraag of je er op onderdelen mee kunt gaan samenwerken.
Een minderheidscoalitie zal voor al zijn plannen samenwerking moeten zoeken met de fracties in de oppositie. „Democratisch geredeneerd is zo’n coalitie zeer toe te juichen. Je kunt veel invloed uitoefenen. Vanuit het oogpunt van draagvlak helemaal niet zo gek. De vraag is alleen of de coalitie tussen VVD, PVV en CDA een minderheidscoalitie is. Ik denk zelf dat het voor 95 procent een meerderheidscoalitie is. Dus van samenwerken met de oppositie op allerlei onderdelen is nauwelijks sprake. Mijn voorspelling is dus dat deze constructie niet gaat werken, het is voor VVD en CDA geen free ride. Dit mogelijke kabinet probeert in de regen te lopen zonder nat te worden.’’
De sociaal-democraat bedoelt dat de minderheidscoalitie van VVD en CDA stoelt op een meerderheid met de PVV. „Een bijzonder minderheidskabinet’’, zo omschreef informateur Ruud Lubbers deze constructie, of zoals hij anderen citeerde, ’een bijzonder meerderheidskabinet’. Voorstanders, zoals Geert Wilders, wijzen naar Denemarken, waar een minderheidskabinet succesvol functioneert.
De kanttekening daarbij is dat de Deense Volkspartij slechts op één onderdeel het kabinet gedoogd, namelijk ten aanzien van ’Europa’ in ruil voor migratiebeperkende maatregelen. Voor de rest van het kabinetsbeleid moet samenwerking in het parlement worden gezocht. VVD, PVV en CDA willen veel intensiever gaan samenwerken, waarbij alles (ook waarover ze het niet eens zijn) de goedkeuring van Wilders krijgt. Dus hoe de fracties de samenwerking zullen uitleggen, altijd hangt daar de schaduw van Wilders overheen.
Aan de oppositionele fractievoorzitters legden we de vraag voor hoe ze tegen samenwerking met de rechtse coalitie aankijken. Zijn ze bereid mee te werken aan het idee van VVD en CDA om met wisselende meerderheden voorstellen in het parlement aanvaard te krijgen?
De gezamenlijke lijn is dat het kabinet op zakelijke gronden zal worden beoordeeld. Of ze steun geven is echter van een andere orde. Diverse fracties willen eerst intern bespreken of er überhaupt kan worden samengewerkt met een coalitie die wordt gesteund door de PVV, anderen willen in ruil voor medewerking invloed. Kees van der Staaij, fractievoorzitter van de SGP, wijst erop dat de praktijk uitwijst dat veel voorstellen van een kabinet op steun in het parlement kunnen rekenen, ongeacht de kleur van de fractie. Dat, met andere woorden, de principiële vraag wel relevant is, maar als een voorstel inhoudelijk verstandig is, fracties van goede huize moeten komen om tegen te stemmen, alleen vanwege weerzin tegen de PVV.
(Marianne Thieme, Partij voor de Dieren, kon vanwege vakantie niet reageren.)
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.