*

 

Aandacht voor kwaliteit leven bespaart kosten

J. Schuurmans, C.W. Anbeek en C. Verhagen, huisarts en palliatief consulent te Groesbeek, universitair hoofddocent Universiteit voor Humanistiek te Utrecht, oncoloog en palliatief consulent vakgroep palliatieve zorg en pijnbestrijding UMC St Radboud te Nijmegen. − 20/07/10, 00:00

Het is wijs tijdig over de kwaliteit van leven en sterven te spreken. Het staken van zinloze behandelingen bespaart geld.

Bezuinigingen in de zorg zullen door een nieuw kabinet ongetwijfeld voortgezet worden: de groei van de uitgaven binnen de gezondheidszorg blijft actueel. Nieuwe bezuinigingsplannen zullen vooral zorgaspecten bij chronisch zieken omvatten. Momenteel lopen diverse discussies door elkaar: de discussie over de kosten, de discussie over de vraag wanneer een medische interventie nog zinvol is en ten koste waarvan iemand nog in leven gehouden moet worden.

De grootste uitgaven binnen de gezondheidszorg worden gemaakt in de laatste levensfase van de patiënt. Daarom is het belangrijk de menselijke eindigheid ter sprake te brengen.

Maatschappelijk is er sprake van een paradox: prominente Nederlanders ijveren voor ’de vrije wil’ om te mogen sterven boven de 70. Er wordt aandacht gevraagd om ontluistering en vereenzaming te voorkomen, door zelf het besluit te mogen nemen om te sterven. Individuele zelfbeschikking, zelfredzaamheid en zelfrespect worden terecht op prijs gesteld. Tegelijkertijd houden patiënten en naasten in de laatste levensfase heel lang vast aan een actieve behandeling, zelfs als deze gepaard gaat aan een slechte levenskwaliteit.

Deze paradox is sociologisch verklaarbaar. Uit onderzoek onder hoogbejaarden blijkt dat de meesten van hen nooit hebben gehoord van wilsverklaringen of niet-reanimatie verklaringen. Vermoedelijk ontbreekt het hun aan goede informatie en heeft deze generatie nog een ongebreideld vertrouwen in de arts. Het oude zorgconcept blijft hierdoor in stand, namelijk een op de ziekte gerichte behandeling, met te weinig aandacht voor de afwegingen rondom medisch niet effectieve behandelingen.

De meeste medisch specialisten werkzaam binnen de ziekenhuizen zijn op de eerste plaats gericht op hun eigen vakgebied, met het risico dat het perspectief van de kwaliteit van leven van de gehele mens uit het oog verloren wordt. Een dergelijke behandeling is uitermate effectief bij jongere mensen, indien de ziekte ongecompliceerd verloopt en er geen andere aandoeningen een rol spelen. Volgens dit oude zorgconcept hebben we met hulpverleners en patiënten te maken die alle behandelopties willen proberen, hoe klein de kans op effect ook is.

De sociaal-economisch welvarende en hoger opgeleide groep babyboomers echter begint steeds meer deel uit te maken van de sterk vergrijzende bevolking die een beroep doet op het recht op autonomie. Er word gezocht naar alternatieven om onafhankelijk van de arts het heft in handen te nemen. Bijwerkingen van intensieve behandelingen worden kritisch bekeken. Juist in een ouder wordende bevolking verschuift de wens om lang te leven naar een goede kwaliteit van leven én sterven, en behoud van zelfredzaamheid. Bij het ouder worden is er meer kans op het verkrijgen van meerdere aandoeningen, waarvan de aanpak maar in beperkte mate effectief is.

De specialist heeft zelden de expertise om buiten zijn vakgebied te doorzien wat de consequenties en beperkingen zijn die voortkomen uit de optelsom van alle aandoeningen. Ongewild kan daarmee een goede behandeling voor het ene probleem desastreus uitpakken voor het geheel. Wanneer meerdere problemen tegelijk spelen, blijkt ’blind’ behandelen van afzonderlijke problemen niet altijd de beste keuze.

In een nieuw zorgconcept verschuift de benadering van de behandeling van de ziekte naar het gericht zijn op symptomen en goede zorg. Deze benadering vereist een ’palliatief team’, liefst werkzaam zowel binnen als buiten het ziekenhuis. Dit team bestaat uit een geestelijk verzorger, een psychotherapeut, een arts en een verpleegkundige. Zij ondersteunen behandelaars bij het geven van evenwichtige informatie en begeleiding en helpen om alle aspecten van het levenseinde vroegtijdig en herhaaldelijk te bespreken met de patiënt en diens naasten.

Ongeacht de vraag of er ooit uiteindelijk werkelijk een ’laatste levenswilpil’ beschikbaar komt wordt in onze tijdgeest het meeste recht gedaan met een patiëntenbenadering volgens dit nieuwe zorgconcept. Hierbij verschuift de benadering van mensen met meerdere chronische aandoeningen geleidelijk van een op ziekte gerichte naar een op kwaliteit gerichte behandeling. Het doet recht aan kwaliteit van leven en sterven, voorkomt dure overbodige medische behandelingen en is dus uiteindelijk kosteneffectief.

mailIcon print |