*

 

Syrië raakt in trek bij Europese toeristen

Remco Andersen − 21/07/10, 00:00

„Ik zie ieder jaar meer toeristen,” grijnst gids Abdel Razzak Homsi wanneer hij gevraagd wordt naar de toekomst van zijn handel. „Drie jaar geleden waren de musea in Damascus leeg. Nu staan Europeanen zich te verdringen voor de deur.”

  • Na een serie rustige jaren weten Europese toeristen Syrië weer te vinden. (FOTO REMCO ANDERSEN)
  • (Trouw)

Sinds de wisseling van de wacht in het Witte Huis is Syrië As-van-het- kwaad-land af. Na een serie rustige jaren, volgens handelaren en touroperators in Damascus, neemt het aantal blanke gezichten in het land nu zienderogen toe.

In de eerste vijf maanden van dit jaar verdubbelde het aantal Europese toeristen in Syrië in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Veel Syriërs varen er wel bij: overal in de ommuurde oude stad van Damascus – volgens Syrië de „oudste continu bewoonde hoofdstad ter wereld” – schieten vijfsterrenhotels als paddenstoelen uit de grond. Inwoners verbouwen hun huizen om zich op de lucratieve kamerverhuur aan buitenlandse studenten te storten. Restaurants zitten vol met tevreden tafelende Europeanen.

Ook Abdel Razzak, een toeristengids met jaren ervaring, boort nieuwe markten aan: in een klassiek Damasceens herenhuis wijst hij naar een stapel stoffige bouwmaterialen. „Het is nog work in progress,” glimlacht hij. „Maar als ik klaar ben met de verbouwing, komt hier een kunstgalerie. Europeanen vinden Syrische antiek en kunst prachtig.”

Toerisme moet een pijler van de Syrische economie worden, stelde de huidige regering bij haar aantreden in 2001. Dus wordt er hard gewerkt aan het aantrekkelijker maken van de bestemming. Voor het eerst heeft het ministerie van toerisme een bescheiden marketingbudget en is het vertegenwoordigd op internationale toerismebeurzen. In de oude stad kom je tegenwoordig om de twintig meter een man in oranje overall met stoffer en blik tegen – de dichtheid is aanzienlijk lager in de rest van de stad. Een vooralsnog bescheiden aantal digitale informatiezuilen spuugt op verzoek wandelroutes uit en wie desondanks in de problemen komt, kan terecht bij de kersverse toeristenpolitie.

Maar er is ook kritiek. Zo vond een drastische ingreep plaats op de millennia oude Medhat Pasha, een straat die in de bijbel voorkomt als de „straat die recht genoemd wordt.” Hier ondernam de Syrische overheid in 2008 een vergaande renovatie: de rommelige gevels en oneven klinkers werden weggehaald en vervangen door een gelikte serie identieke gevels met dito houten deuren en modernere bestrating. Het geheel ziet er prachtig uit, maar Wael al-Mhanna, een Syrische activist die zich bekommert om het behoud van cultureel erfgoed, heeft er geen goed woord voor over.

„Dit is wat er gebeurt met de Syrische geschiedenis”, zegt hij, terwijl hij wijst naar een stapel argeloos op elkaar gegooide pilaren op een parkeerplaats naast de vuilstort in centraal Damascus. „Deze eeuwenoude ruïnes komen van Medhat Pasha. Het zijn overblijfselen van voorbije beschavingen die hier zijn gedumpt omdat ze er niets mee konden. De stad had haast bij de renovaties. Wat tien jaar had moeten duren, is er in drie maanden doorheen gejaagd. Unieke kansen om de geschiedenis van Damascus te onderzoeken en te documenteren zijn verloren gegaan.”

Maar de meeste gebruikers van het gebied zijn meer begaan met commerciële belangen. Eén van de winkeleigenaars aan de bewuste straat haalt er zijn schouders over op. „Ik vind het er mooi uitzien. Vroeger was het een rommelige bende,” zegt hij, wijzend naar een verweerd overblijfsel van de oude gevel aan zijn zaak in houtsnijwerk. „De toeristen vinden het prachtig. En daar gaat het allemaal om in deze straat.”

mailIcon print |