*

 

Minder vlees eten gaat niet vrijwillig

Ingrid Weel − 20/07/10, 00:00

Nederlanders eten gemiddeld ruim 43 kilo vlees per jaar. Dat moet minder, maar dat gaat niet zonder dat de overheid daar harder aan trekt.

  • Hier hangen rookworsten goed in het zicht. Volgens wetenschappers helpt dat niet om een ingesleten eetpatroon te veranderen. (FOTO MARCO HOFSTÿ, ANP)
    Hier hangen rookworsten goed in het zicht. Volgens wetenschappers helpt dat niet om een ingesleten eetpatroon te veranderen. (FOTO MARCO HOFSTÿ, ANP)

Mensen moeten minder vlees gaan eten, maar hoe krijg je ze zover? Vrijwillig zal dat niet lukken, menen Jan Staman, directeur van het Rathenau Instituut, en filosofe Marjan Slob. „Burgers voorlichten over de consequenties van hun eetgedrag, een tactiek waar de overheid nu voor kiest, is duidelijk niet voldoende.”

Staman en Slob schreven op verzoek van het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit (LNV) een essay over de ethische vragen die het ministerie kan verwachten over voedsel. Dat was vooral bedoeld voor de interne discussie op het ministerie; het stuk ging niet naar de Tweede Kamer. Zij wijzen er in hun essay op dat de overheid voor ’een soort zacht paternalisme’ kan kiezen waardoor het voor burgers eenvoudiger wordt om gezond en duurzaam te eten.

Leg bijvoorbeeld het gezonde voedsel op plekken in winkels die de aandacht van consumenten trekken. Bevorder dat er minder grote porties worden aangeboden. En onderzoek eens goed hoe het beste gebruik kan worden gemaakt van menselijke neigingen en voorkeuren. Staman en Slob: „Keuzes moeten niet worden opgelegd of uitgesloten, maar voor de hand liggend worden gemaakt. Dat is een strategie die marketingdeskundigen al decennialang met succes volgen.”

Ook het Landbouw Economisch Instituut (LEI), onderdeel van de Wageningen Universiteit, is daar voor. „Er is nog weinig bekend over hoe en waarom mensen hun eetpatroon veranderen en welke rol cultuur daarbij speelt. Zo spelen naast voorlichting, inkomen en opleiding ook factoren als beschikbaarheid, presentatie, bereidingsgemak, labels en merknamen factoren een rol.”

Toch benadrukt het LEI in het deze maand verschenen rapport ’Vleesminnaars, vleesminderaars en vleesmijders’ vooral het belang van heldere voorlichting over de voor- en nadelen van het eten van vlees. Campagnes of andere initiatieven kunnen er volgens het LEI toe bijdragen dat mensen minder vlees eten gaan zien als een normaal en vanzelfsprekend eetpatroon. De overheid hoeft daarbij niet op de voorgrond te treden en bovendien, opperen de LEI-onderzoekers, is voorlichting waarschijnlijk effectiever dan een plotselinge confrontatie met een vleesbelasting.

Staman en Slob zijn echter van mening dat een campagne alleen niet genoeg is. Verandering van eetgedrag gaat zonder duidelijk ingrijpen van de overheid niet lukken, stellen zij. „Producenten zetten forse reclamemiddelen in om vraag naar hun producten te creëren, terwijl de vraag van consumenten naar duurzaam en diervriendelijk voedsel kennelijk spontaan moet ontstaan.” Het verbaast ze dat de overheid geen hardere middelen inzet.

Ze trekken een vergelijking met het rookverbod en het gebruik van autogordels. „Waarom gebruikt de overheid haar macht wel zodra de volksgezondheid of de leefomgeving in het geding is, maar niet bij het herstructureren van de voedselmarkt? Waarom verwijst ze dan steevast naar de vrije markt en de verantwoordelijkheid van burgers?” Volgens Staman en Slob kan dat niet langer. De vraag is volgens hen niet óf maar hoe de overheid in de voedingsmarkt zal interveniëren.

Het ministerie van LNV wil immers dat Nederland over 15 jaar mondiaal koploper is op het gebied van duurzaam voedsel. En de productie van vlees is niet erg duurzaam. Het LEI heeft berekend dat voor één kilo vlees drie tot vijf kilo plantaardig eiwit nodig is, zoals maïs en soja, waardoor te veel goede landbouwgrond wordt gebruikt voor de verbouw van veevoer. De Nederlander eet momenteel jaarlijks zo’n 43,5 kilo vlees. Dat is twee keer zoveel als in de jaren vijftig. Als elke aardbewoner gaat eten zoals de Nederlander, is er voor de productie van veevoer ruim driemaal zoveel grond nodig als nu.

In Nederland eet ruim een kwart van de mensen bijna dagelijks vlees. In het rapport ’Vleesminnaars, vleesminderaars en vleesmijders’ staat dat, als biologische producten tegen een lagere prijs worden aangeboden, mensen gaan twijfelen aan het imago van biologisch voedsel. Met als gevolg dat de prijsmaatregel niet of beperkt werkt. Bovendien zijn mensen zich bewust van de kleine rol die zij als individu spelen. Ze verwachten niet dat de bio-industrie verdwijnt wanneer zij vanaf vandaag een beetje meer gaan betalen, hoewel ze dat waarschijnlijk best willen.

Om de vleesconsumptie te laten dalen, zeggen de LEI-onderzoekers, zullen prijsprikkels weinig effect hebben. Uit studies naar prijsmaatregelen blijkt dat welvarende consumenten zich niet zoveel aantrekken van hogere of lagere prijzen. Veel gebeurt uit gewoonte. Zo is een bruine boterham met kaas al decennia het favoriete ontbijt van de meeste Nederlanders en zitten we nog steeds massaal rond zessen aan tafel. En hoe het voedselaanbod ook verandert, Nederlanders blijven hechten aan een mals stukje vlees op tafel.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />