Vergeleken met andere acties, komt de inzameling voor Pakistan traag op gang. Maar als er genoeg beelden van slachtoffers de Nederlandse huiskamer binnendringen, dan kan de hulpactie toch nog wel een grote worden, voorspelt Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de VU in Amsterdam.
„Als er voldoende media-aandacht is, vooral voor kinderen die dood gaan door gebrek aan water en voedsel, dan gaat Nederland weer ruimhartig geven”, zegt Schuyt op basis van vijftien jaar onderzoek naar het geefgedrag van Nederlanders. „Nederlanders zijn vrijgevig, dat zit in onze cultuur ingebakken.”
Inmiddels hebben de samenwerkende hulporganisaties (SHO) 2,5 miljoen euro ingezameld. Daar is de SHO volgens woordvoerder Jaap 't Gilde tevreden over. Maar de organisaties hebben momenteel wel last van ’negatieve beeldvorming’. Ze merken dat burgers steeds kritischer worden over ontwikkelingssamenwerking, en over noodhulp. Komt het wel op de juiste plaats, hoeveel blijft er aan de strijkstok hangen? In het geval van Pakistan komen daar nog eens de aarzelingen bij over het land. Nederlanders associĆ«ren dat met Al-Kaida, de taliban, oorlog en terrorisme.
Toch is de politieke situatie geen doorslaggevende factor voor het falen of het succes van een hulpactie, zegt hoogleraar Schuyt. „Na de aardbeving in Pakistan is er ook gul gegeven. Bij een ramp is het regime niet het grootste punt, al is het natuurlijk gauw gebeurd als de Taliban er met het eerste Nederlandse miljoen van doorgaan.”
Dat de hulporganisaties dagenlang hebben nagedacht voordat ze een gezamenlijk gironummer openden, speelt volgens Schuyt geen rol bij het al dan niet geld overmaken. Ook het feit dat er naast de gezamenlijke SHO nog minimaal vijf andere clubs geld inzamelen hindert mensen niet: „Je kunt nu geven aan de organisatie bij wie je je thuis voelt.”
Het geefgedrag wordt volgens Schuyt vooral bepaald door de vraag of het publiek hier voldoende op de hoogte is dat zich elders een ramp voltrekt. Doordat het grootste deel van het land nog vakantie heeft, scoort de Pakistan-actie op dit punt laag. Ook telt in hoeverre mensen persoonlijk benaderd worden. „Als scholen met een actie beginnen, en leerlingen bellen bij je aan als je van je werk komt, dan geef je”, zegt Schuyt. „Bij de tsunami stonden overal collectebussen, dat heeft een vliegwieleffect.”
Maar een actie moet het vooral hebben van beelden. Die moeten indringend zijn, menselijk en langdurig worden uitgezonden. Belangrijk is ook dat het nieuws hoog in de prioriteitenlijst staat. „Het moet niet verdrongen worden door de ruzie in het CDA, of door warmte in Rusland”, waarschuwt de wetenschapper. Wat dat betreft had Pakistan ook de pech dat de overstromingen samenvielen met die in Polen, Duitsland, China. „Maar nu de VN de ramp in Pakistan hebben vergeleken met de tsunami, stijgt dit weer in de aandacht”, weet Schuyt.
Wat daarbij geweldig kan helpen is een televisieactie, die de SHO graag wil, maar die nog steeds onzeker is. Schuyt: „Een tv-actie met bekende Nederlanders heeft bij een veel groter publiek impact. En als Van Lanschot een cheque uitschrijft, willen andere banken niet achterblijven.” Dan treedt de groepsdruk in werking: „Mensen geven ook omdat anderen geven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.