De opmars van duurzame energiebronnen zet door, vooral dankzij Duitsland en de zonne-energiesector. Maar die groei is alleen mogelijk dankzij forse overheidssubsidies. Het is twijfelachtig of een verdere opmars nog wel betaalbaar is. In Duitsland zet de deelstaat Noordrijn- Westfalen flink in op ’duurzaam’. Nederlandse bedrijven zijn van harte welkom in de staat, die ooit vooral bekend was om zijn kolen.
In Europa en de Verenigde Staten is duurzame energie bezig aan een opmars. Voor het tweede jaar op rij is er op deze continenten meer vermogen op basis van duurzame energie bijgekomen dan vermogen op basis van fossiele brandstoffen.
In Europa werd zelfs ruim zestig procent van de nieuwe capaciteit opgewekt uit duurzame energiebronnen. Wereldwijd wordt achttien procent van de energie nu duurzaam opgewekt. Dat blijkt uit het rapport Renewables Global Status Report 2010, waaraan tientallen overheden, ngo’s en kenniscentra wereldwijd meewerkten.
„Voor het eerst kunnen we nu zien welke trends er zijn en op welke schaal veranderingen plaatsvinden”, zegt Christopher Flavin, hoofd van het Worldwatch Institute, een onderzoekscentrum op het gebied van duurzame energie dat aan het rapport meewerkte. Volgens Flavin heeft de opkomst van duurzame energiebronnen „ver reikende gevolgen.”
Met behulp van zonne-energie wordt steeds meer energie opgewekt. In 2008 was er nog een vraag van 5,96 gigawatt, voornamelijk in Duitsland en Spanje. In 2009 groeide die naar 7,9 gigawatt. De verwachting is dat de sector eind 2010 13,3 gigawatt zal leveren.
Die groei is opmerkelijk. Wat lang gezien werd als ’groen economisch wonder’, vanwege de snelle, niet te stuiten groei, leek in augustus 2009 totaal in te storten. Ernst Vuyk, voorzitter van de Organisatie voor Duurzame Energie (ODE) en adviseur bij Ecofys, een internationaal adviesbureau voor klimaat en energie, verklaart die tijdelijke neergang. „In 2009 trok de economische crisis nog op volle kracht door Europa, waardoor investeren risicovoller werd. Banken en investeerders hielden de portemonnee gesloten.” Wereldwijd is dat jaar 28 procent minder in zonne-energie geïnvesteerd dan in 2008. Vooral de grote projecten kwamen niet meer van de grond.
Dat effect werd versterkt toen onder andere Spanje subsidies voor zonne-energie terugschroefde. Het land, dat een van de grootste klanten van de zonnesector was, stelde een subsidieplafond vast waardoor de tot dan toe onbeperkte hoeveelheid staatssteun werd begrensd.
Als reactie kromp de Spaanse vraag met 96 procent en ontstond er een overschot. De prijzen van zonnemodules daalden met vijftig procent, waardoor vooral Duitse bedrijven in de rode cijfers belandden of failliet gingen. Honderden banen gingen verloren. Vuyk: „De zonne-energiesector is een relatief nieuwe markt, die voorlopig nog erg afhankelijk is van overheidsgelden en van regeringsbeleid.”
Dat er toch meer gigawatts dan ooit werden besteld, was te danken aan de Duitsers, Tsjechen en Italianen, die gezamenlijk 70 procent van de wereldmarkt voor hun rekening namen. Zij handhaafden de verschillende varianten van het feed-in tarief – een vorm van langjarige subsidie waarbij iedereen meer betaalt voor zijn stroom, zodat de kosten van duurzame energie worden uitgesmeerd over alle huishoudens. Ook is er de garantie dat bij een tijdelijk overschot aan energie zonnestroom voorrang heeft boven ’vuile’ stroom.
Christopher Flavin benadrukt hoe belangrijk overheidssteun is voor de zonnesector. „Begin 2005 hadden 55 landen het beleid om duurzame energie te stimuleren. Begin 2010 waren dat er 100.” Die steun vanuit de staat creëert zekerheid en maakt de sector ’bankable’ – veilig en daarom aantrekkelijk voor banken en investeerders om in te investeren. „De steun is een van de belangrijkste oorzaken van de groei van duurzame energie.”
Onderzoekers van Solarbuzz, een toonaangevend onderzoeksbureau van de zonne-energiesector, voorspellen dat, mede dankzij de groeiende overheidssteun, de sector in 2014 zelfs in het somberste geval tweeënhalf keer zo groot zal zijn als nu.
Critici denken dat juist daarom overheidssteun moet worden afgeschaft. Op termijn zal die namelijk onbetaalbaar worden. Ernst Vuyk van ODE is niet zo somber. „Nu is die steun nog nodig, maar de markt wordt vrij snel volwassen. De zonnecellen worden goedkoper en geven een steeds hoger rendement. Tegelijk blijft de prijs voor fossiele energie stijgen. Ik durf best te stellen dat er over vijf jaar in het grootste deel van Europa helemaal geen feed-in tarief meer nodig is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.