Organon in Oss was al nooit helemaal een Hollands bedrijf. De onderzoeksafdeling glipt Nederland nu door de vingers. Dat begon met de verkoop van Organon door AKZONobel in 2007.
Organon maakte Hans Wijers tot ’de man van 11 miljard’, toen AKZONobel deze dochter in 2007 aan Schering-Plough verkocht. Beleggers waren ervan overtuigd dat Wijers de hoofdprijs in de wacht had gesleept voor het bedrijf uit Oss. Organon was dan misschien wel het mooiste bedrijf in het conglomeraat met verf- en chemiefabrieken, maar op de balans van AKZONobel zorgde het ook voor de grootste onzekerheden. Voor Organon een blockbuster heeft ontwikkeld – een wereldwijd verkocht medicijn – gaan er zo’n twintig jaar van onderzoek aan vooraf. Bij de verkoop van Organon in 2007 was het succes van het veelbelovende asenapine, een medicijn tegen schizofrenie, nog niet gegarandeerd. Aan het middel kleefden wat vervelende bijwerkingen. De farmacietak Organon belemmerde de waardering van de andere bedrijfsonderdelen van AKZONobel.
Wijers kondigde aanvankelijk aan Organon naar de beurs te brengen, zodat het zelfstandig zou kunnen voortbestaan. Directeur Toon Wilderbeek had er zin in: Organon zou een bedrijf worden met 19000 werknemers en een omzet van 3,4 miljard euro. De beurswaarde werd ingeschat op 9 miljard. Maar onverwacht kreeg AKZONobel een aanbod dat het niet kon afslaan: Schering-Plough, een Amerikaanse farmaceut gespecialiseerd in huid- en voetverzorging, bood 11 miljard euro. AKZONobel kon het geld goed gebruiken voor de aankoop van de Britse verffabriek ICI. Toon Wilderbeek zag zijn droom voor Organon in rook opgaan. Hij vertrok.
En zo begon de onzekerheid voor het 5000 man tellende Organon-personeel, dat deze zomer leidde tot de aankondiging van het ontslag van 2175 van hen. 500 mensen vloeiden sinds 2007 al af. De vakbonden werden aanvankelijk gerustgesteld door Schering-Plough’s topman Fred Hassan, die aankondigde dat de samenwerking niet al te veel banen zou hoeven kosten. Maar die belofte bleek weinig waard toen ook Schering-Plough haar onafhankelijkheid verloor en in 2009 werd ingelijfd bij het Amerikaanse Merck & Co, in Europa bekend als MSD. Dat kocht Schering-Plough weer voor 41 miljard dollar. Welke betrokkenheid voelt Richard Clark, topman van het bedrijf dat laboratoria, verkoop- en productielocaties heeft in 140 landen, nu met Oss?
Uit het telefoontje dat minister van economische zaken Maria van der Hoeven eergisteren pleegde met Clark, bleek weinig warmte. Organon zorgde binnen Schering-Plough voor het grootste gedeelte van de omzetgroei met anti-conceptiemiddelen, anti-depressiva en middelen tegen reuma en trombose. Clark betoonde zich bij zijn bezoek vorig jaar aan Oss nog onder de indruk, maar kan het nu kennelijk stellen zonder Organon. Nu kan alleen de toezegging eraf mee te werken aan de opbouw van een onderzoekscampus waar het ontslagen, hoogopgeleide personeel aan de slag kan.
Hetzelfde doekje voor het bloeden biedt Merck aan andere Europese landen waaruit het zich terugtrekt: ItaliĆ«, Portugal, Denemarken, Duitsland en Schotland. Bij de Schotse vestiging van Organon gaan 250 banen verloren. Overheden en private partijen uit deze regio's zouden aan de opbouw van deze onderzoekscentra moeten meedoen. „Concreet zijn deze plannen nog nergens in Europa”, zegt een woordvoerder van MSD. „Maar wij hebben nu in Oss eentaskforce opgezet die een business- plan moet opstellen en activiteiten moet aantrekken. Eind 2010 weten we meer.”
Zo’n campus past in de nieuwe strategie van Merck (MSD), die het idee verlaat dat een farmaceutisch bedrijf alle onderzoeksactiviteiten in huis moet hebben. Merck wil gebruik maken van de kennis van kleine innovatieve bedrijven of laboratoria en die inkopen voor de ontwikkeling van medicijnen. De kennis van Organon op het gebied van de gezondheid van de vrouw in de vruchtbare fase is bijna nergens ter wereld zo groot als in Oss. Merck raakt die kennis kwijt, en zal die ook niet zomaar kunnen opbouwen in een ander laboratorium. Maar dat vindt het bedrijf niet zo erg, als het die kennis ook kan halen bij een zelfstandige onderzoekscampus. Op deze manier kan het 15 procent van de ruim 100.000 werknemers wereldwijd laten gaan.
Nefarma, de belangenorganisatie van farmaceutische bedrijven, verwacht dat ook andere fabrikanten hun onderzoeksafdelingen uit Nederland zullen weghalen. Wereldwijd krimpen farmabedrijven in, zoals bijvoorbeeld ook Pfizer en AstraZeneca doen. De groei in de sector zit in de kleine biomedische bedrijven, die gevoed worden vanuit de wetenschap. Volgens Nefarma is de enige manier om de kennis te behouden het opzetten door overheid en bedrijfsleven van lokale wetenschappelijke ’parken’. In Nederland zijn behalve Oss, ook Leiden, Nijmegen en Utrecht belangrijk voor de biofarmacie.
Wat ook pleit voor het oprichten van ’scienceparken’ is het geld dat de overheid in een bedrijf als Organon heeft geïnvesteerd. Hoewel Nederland geen koploper is op het gebied van medische innovaties, besteedde het aan ’life sciences’ de afgelopen tien jaar zo’n 50 miljoen euro, waarvan Organon de helft ontving. Ook die investeringen gaan met het vertrek van Organon verloren. Er is het ministerie van economische zaken veel aan gelegen om in ieder geval de patenten op deze onderzoeken voor Nederland te behouden.
Het vertrek van Merck uit Oss kan dus niet zomaar worden geweten aan het slechte klimaat voor de farmaceutische industrie. Directeur Hans Kortlever suggereerde bij de aankondiging van de ontslagen wel dat Merck last heeft van huisartsen die geen nieuwe pillen willen voorschrijven en van zorgverzekeraars die alleen het goedkoopste product vergoeden.
Nederlanders zijn geen notoire pillenslikkers, van de afzet op de wereldmarkt maken wij maar 1 procent uit, maar er is hier wel degelijk onderzoeksbudget. Ook zitten hier grote spelers in medische beeldtechnieken (Philips), en in biomedische materialen (DSM). Het is de vraag of meer onderzoeksgeld Merck voor Nederland had kunnen behouden. Het vertrekt namelijk ook uit Groot-Brittanniƫ dat (met Frankrijk en Zwitserland) het grootste budget voor de medische wetenschap heeft.
De onderzoeksafdeling van Organon – het bedrijf dat in 1933 ontstond vanuit de slachterij van de familie Van Zwanenberg en binnen enkele decennia een multinational werd – glipt Nederland nu door de vingers. Het was eigenlijk al nooit helemaal een Nederlands bedrijf. Net als Friedrich Merck en Ernst Schering, was Saal van Zwanenberg een Duitser. Eind 19e eeuw werd het de Van Zwanenbergs als Joden al te heet onder de voeten in Duitsland. Zij begonnen een varkensslachterij in Oss. Het slachtafval bleek waardevolle handelswaar: gedroogd bloed en gezouten darmen werden kunstmest en veevoer, van gesmolten vet werd zeep gemaakt en van varkenshaar kwasten en borstels.
Uit de alvleesklier van varkens werd de stof insuline gewonnen, en het hormoon oestrogeen kwam uit de eierstokken van paarden. Zo ontstond uit de slachterij een farmaceutische fabriek. Zwanenberg Organon vond met deze werkwijze in de jaren dertig al een markt in 40 landen.
De oorlogsjaren waren zwaar voor Organon, dat door de nazi’s werd overgenomen. De Joodse directieleden en werknemers werden vervolgd en een aantal kwam om in vernietigingskampen. Saal van Zwanenberg zelf week uit naar Londen. Na de oorlog kwam Organon er snel bovenop met de anticonceptiepil Lyndiol, die een ware blockbuster bleek. In de jaren zestig had het al weer een afzetmarkt in meer dan 100 landen. In 1969 ging het op in AKZO, waarin de ’O’ nog steeds voor Organon staat. In 2007 kwam met de verkoop aan Schering-Plough dus een einde aan die relatie met het moederbedrijf.
Ook Schering en Merck hebben ervaring met het doorknippen van die navelstreng. Als de oorlog er niet geweest was, waren Merck en Schering nog steeds Duitse bedrijven geweest in plaats van Amerikaanse. Eind 19e en begin 20e eeuw openden zij vestigingen in de VS; Merck in New Jersey en Schering in Tennessee. Na de Eerste Wereldoorlog nationaliseerde de Amerikaanse overheid de vestiging van Merck als een soort represaille tegen de Duitsers; in 1945 deed het hetzelfde met de Amerikaanse poot van Schering.
Ondertussen bleven de bedrijven ook onder deze namen in Duitsland bestaan. Merck KGaA is nog steeds gevestigd in Darmstadt, en Bayer Schering Pharma AG zit in Berlijn. Dat Merck & Co. zich in Europa MSD noemt, is om verwarring met de voormalige Duitse moederbedrijven te voorkomen.
Het komt nu over als een meesterzet van de Amerikanen om de Duitse farmaceuten destijds te nationaliseren. De staat New Jersey is sindsdien de thuishaven geworden van Merck en Schering-Plough, ook Organon had er al een gedeelte van het hoofdkantoor gevestigd in 2002. Gezondheidsbedrijven Johnson & Johnson, Novartis en Bristol-Myers Squibb zitten er ook.
De staat vaart wel bij het verdwijnen van kennis uit Europese regio’s. Niet voor niets veren ondernemers en politici in New Jersey op bij de reorganisatieplannen van Merck. Zij zien kansen voor het eigen biomedisch onderzoek. De Amerikaanse afzetmarkt is met 15 procent van de wereldhandel nog altijd de grootste. En de lokale Rutgers University staat goed aangeschreven in de medische wereld. In de strijd om de gunst van de farmaceutische industrie, klinkt dezer dagen volgens de Amerikaanse media overal in de sector de slogan: „Kies New Jersey”. En dan is Oss ineens wel heel ver weg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.