*

 

VS: Nederland niet crisisbestendig

Jan Kleinnijenhuis − 13/08/10, 00:00

Het is zeer de vraag of de Nederlandse economie een volgende financiële crisis kan dragen. Zolang er geen internationale spelregels bestaan om grensoverschrijdende financiële instellingen te redden, zijn landen als Nederland en Spanje waarschijnlijk te klein om dat zelfstandig te doen. Daarvoor waarschuwt een toezichtcommissie van de Amerikaanse Senaat.

Het Congressional Oversight Panel werd in oktober 2008 in het leven geroepen om 700 miljard dollar aan reddingsgelden voor het bankwezen te controleren. In een rapport dat gisteren verscheen, waarschuwt de commissie dat er wereldwijd nog altijd geen plannen liggen om een volgende financiële crisis internationaal te kunnen opvangen. En dat vormt een groot risico voor kleinere landen die wel een grote financiële sector hebben, zoals Nederland.

De commissie becijferde dat Nederland in de afgelopen crisis ruim 300 miljard dollar heeft uitgetrokken voor kapitaalinjecties in, garanties voor en zelfs nationalisatie van financiële instellingen. Dat komt overeen met bijna 39 procent van het bruto binnenlands product (bbp), waarmee Nederland internationaal gezien zeer hoog scoort. Alleen IJsland, Ierland en Australië trokken verhoudingsgewijs meer geld uit dan Nederland om de financiële sector te ondersteunen.

Nederlandse financiële instellingen hebben een gezamenlijke balansomvang van liefst 3.869 miljard dollar, waardoor het enorme steunpakket nog geen tien procent van alle bezittingen dekt.

De commissie is uiterst kritisch op de besteding van de 700 miljard dollar aan Amerikaans steungeld door het ministerie van financiën. Dat heeft niet bijgehouden wat de financiële instellingen met dat geld hebben gedaan, maar de commissie stelt dat het meeste geld terecht is gekomen bij buitenlandse banken. Zo bedroeg de initiële steun aan de bijna failliete verzekeraar AIG 70 miljard dollar, die dat geld gebruikte om voornamelijk Franse en Duitse banken schadeloos te stellen. Alleen al die reddingsactie was het dubbele van de 35 miljard dollar die Frankrijk in totaal uitgaf, en de helft van het Duitse reddingspakket.

Ook de Londense tak van Rabobank en pensioenuitvoerder PGGM worden genoemd als indirecte begunstigden van de steun aan AIG, voor respectievelijk 852 miljoen en 440 miljoen dollar.

De commissie concludeert dan ook dat het buitenland veel meer heeft geprofiteerd van Amerikaanse reddingsacties dan de VS omgekeerd van buitenlandse reddingsoperaties. Nederland betreft echter een uitzondering: de commissie noemt het aannemelijk dat de VS hebben geprofiteerd van de redding van ING, Aegon en ABN Amro.

mailIcon print |