*

 

Extreem weer laat zich lastig duiden

Janne Chaudron − 14/08/10, 00:00

Heftige moessons in Pakistan, overstromingen in Centraal-Europa en China, bosbranden in Rusland en Portugal. Een opeenstapeling van extreme weersomstandigheden. Wat zijn de oorzaken? Is het de klimaatverandering of heeft het te maken met El Niño?

  • De Portugese brandweer probeert een van de hevige bosbranden die deze week ontstonden, onder controle te krijgen. (AP)

’De wetenschap heeft eigenlijk niet zoveel aan extreme weersomstandigheden”, zegt Reindert Haarsma van het KNMI. Volgens de klimaatonderzoeker is er geen aantoonbaar verband tussen de heftige overstromingen in Pakistan, de droogte in Rusland en klimaatverandering. „Je kan het vergelijken met het gooien van een dobbelsteen. Als je vijf keer gooit en je krijgt één keer de zes boven, dan heb je een normale dobbelsteen. Pas als je alleen maar zes gooit mag je veronderstellen dat er misschien iets mis is met de dobbelsteen. Zo is het ook met de klimaatverandering.”

Want wat er de afgelopen weken plaatsheeft in Pakistan en Rusland zijn volgens Haarsma slechts ’incidenten’. „Hoewel het verleidelijk is om het toe te schrijven aan klimaatverandering. Pas als de komende tien jaar dit soort extreme weersomstandigheden toenemen, kan je, na metingen, heel voorzichtig concluderen dat het te maken heeft met de opwarming van de aarde. Als wetenschappers hebben we veel meer aan modellen waar alle grilligheden uitgemiddeld zijn. Zo kunnen we met zekerheid zeggen dat de buienintensiteit toeneemt, niet alleen in Nederland. Dat geldt op universele schaal. Los daarvan weten we dat de temperatuur op aarde is gestegen.”

Door de hoeveelheid broeikasgas (CO2) in de atmosfeer, neemt de temperatuur toe. „Met als gevolg dat natte gebieden natter worden en droge gebieden te maken krijgen met extreme hitte”, zegt meteoroloog Aarnout van Delden van het Institute for Marine and Atmospheric Research in Utrecht (IMAU), verbonden aan de Universiteit Utrecht. „Die natte gebieden – denk aan Nederland – liggen vaak aan of dichtbij zee. Daar wordt de warmte aan het aardoppervlak onttrokken door verdamping van het water uit zeeën en oceanen. Er kan daar veel regen vallen.” Ook landen met hoge gebergtes kunnen te maken krijgen met veel regen. Door de bergen kan de vochtige lucht maar één kant op: omhoog. Daaruit kan veel neerslag vallen.

De gevolgen zijn bekend; denk aan de overstromingen in Pakistan en India van de afgelopen weken. „Dit zou je inderdaad als een effect van klimaatverandering kunnen zien. Maar voorzichtigheid is geboden”, zegt Van Delden. „India en Pakistan kampen ieder jaar met een moessonseizoen. Het regent dan even heel hard, en de rest van het jaar blijft het droog. Nu valt er weliswaar meer neerslag dan in een ’normaal’ jaar, maar we weten niet of dit direct is toe te schrijven is aan klimaatverandering.”

Andere landen, die minder dichtbij de zee liggen, zullen juist te maken krijgen met drogere periodes. „Daar verdampt, als gevolg van de temperatuurstijging, de watervoorraad uit het aardoppervlak in de lucht. Op den duur ontstaan er geen wolken omdat die direct verdampen. Er valt daar juist minder regen. Je krijg dan een soort Sahara-klimaat, met extreme droogte.”

Dat fenomeen zien we momenteel in Rusland. Van Delden: „Het is daar inderdaad heel warm. En als het warmer wordt droogt de aarde uit waardoor gemakkelijk (bos)branden ontstaan. Dat hebben we ook gezien in de zomer van 2003 en 2006 in Europa.” Toen woedden er onder meer bosbranden in Frankrijk, Portugal, Kroatië en Zweden.

„Nogmaals, het is niet direct toe te schrijven aan klimaatverandering. Feit is wel dat mensen steeds kwetsbaarder worden voor dit soort extreme weersomstandigheden. Dat komt doordat de wereldbevolking almaar groeit. Onze voedselvoorziening komt door zo’n droge periode in gevaar. Dat zie je nu in Rusland. Er zijn niet veel plekken op aarde waar graan zo goed groeit als in dat land. Die oogsten gaan door de branden momenteel compleet in vlammen op.”

De bosbranden in Portugal en Rusland, de overstromingen in Centraal-Europa en Pakistan hebben volgens hoogleraar klimaatverandering Pier Vellinga, verbonden aan de Wageningen Universiteit, alles te maken met El Niño (zie kader). Het is de benaming voor een abnormale stijging van de temperatuur van het zeewater in het Oostelijk deel van de Stille Oceaan. Terwijl het westen van de Stille Oceaan en een gedeelte van de Indische Oceaan rond de evenaar relatief koud zijn. De gevolgen van El Niño zijn vooral merkbaar in Peru en omgeving, en in Australië. El Niño wordt bijna altijd gevolgd door La Niña (het omgekeerde van El Niño). Daar hebben we nu mee te maken. „In een El Niño-jaar is het warmer dan in ’normale’ jaren”, zegt Vellinga. „Dat hebben we dit jaar ook gezien. Door de klimaatverandering wordt dat nog eens versterkt. In Rusland is het de warmste maand ooit gemeten.”

Over het El Niño-effect verschillen wetenschappers sterk van mening. Volgens meteoroloog Van Delden is er bij de bosbranden in Rusland nog eerder een verband met klimaatverandering dan met El Niño. „Dit weerfenomeen heeft veel meer effect op Peru en omgeving. Dat ligt ver bij Rusland vandaan. Het weer is complex. Het is moeilijk onderzoeken of de atmosfeer boven Rusland daadwerkelijk verandert door El Niño of in dit geval La Niña.” Anders is het volgens Van Delden met de overstromingen in Australië van juni dit jaar. „Daar zag je heel duidelijk het La Niña-effect. Door de opwarming van het zeewater voor de Australische kust viel er veel neerslag.”

Ook Haarsma van het KNMI zou de bosbranden in Rusland en Portugal niet in verband brengen met El Niño. „Ik zie geen relatie. Het is apart wat daar gebeurt. Er ligt al heel lang een hogedrukgebied dat zorgt voor de aanvoer van warme lucht. Het houdt depressies tegen. Die blijven nu liggen boven Midden-Europa. Dat verklaart ook de overstromingen van de rivier de Neisse in Duitsland.” Dat een hogedrukgebied zo lang blijft liggen boven een bepaald gebied is uitzonderlijk. „We hebben het een paar keer eerder gezien. Bijvoorbeeld in de hete zomer van 2003 en in de winter van 1963 toen een Elfstedentocht gereden kon worden.”

De regenval in Zuid-Oost Azië heeft volgens Haarsma wel een relatie met La Niña. „De temperatuur van het zeewater in de Indische Oceaan ligt momenteel zo’n twee graden hoger dan normaal. Dat is een motor voor heftige regenval.”

Alle wetenschappers zijn het erover eens dat de gevolgen van de opwarming van de aarde moeilijk voorspelbaar zijn. Van Delden: „We weten niet of het erg is dat het klimaat verandert. We weten wel dat het afbreken van de ijskappen verstrekkende gevolgen heeft. Bij de afbraak van permafrost (permanent bevroren grond) in Alaska, Canada en Rusland komt methaan (ook een broeikasgas) vrij. Daardoor wordt het nog warmer, waardoor het ijs steeds sneller smelt. We weten niet hoe snel dit proces zich voltrekt. Maar als het doorgaat zoals nu, dan zou het op termijn uit de hand kunnen lopen.”

mailIcon print |