Nederland is voorloper in duurzaamheid, maar veel is nog niet bereikt. De duurzame samenleving moet voortbouwen op de verzorgingsstaat.
Zes jaar ervaring met transitiebeleid in Nederland levert een dubbelzinnig beeld op en heeft een beperkte weerslag gehad op beleid en praktijk. Met nog geen 4 procent duurzame energie in de nationale energievoorziening behoort Nederland tot de traagste landen van Europa. Met de groene labeling van voertuigen en een daarop afgestemd systeem van voertuigbelastingen is een belangrijke stap gezet in de transportsector. Maar voor een transitie naar duurzame mobiliteit moet nog een grote slag worden gemaakt. In de landbouw zijn waardevolle resultaten geboekt, maar de verduurzaming van de veehouderij stagneert, terwijl er op gebied van natuur en biodiversiteit nog steeds sprake is van regelrechte achteruitgang.
De kiemen van duurzame verandering worden in Nederland nog te vaak en teveel belemmerd door een bestuurlijke elite, die de oude verworvenheden graag in stand houdt met nog meer regelgeving. De industriële manieren van werken en leven en de verzorgingsstaat hebben ons weliswaar veel gebracht – gezondheid, onderwijs, betere voeding, langer leven – maar ze passen niet langer bij de huidige omstandigheden in de wereld.
Op ecologisch gebied teren we momenteel enorm in op ons natuurlijk kapitaal: in 2009 was het beroep van de mensheid op de voorraden 40 procent groter dan de natuur in een jaar kan regenereren. Dat leidt tot destabilisering van ecosystemen zoals het klimaat. Op sociaal terrein is de wereldbevolking verdrievoudigd sinds 1950 en hebben opleiding en emancipatie bijgedragen tot een ander bewustzijn van individualiteit. Dit nieuwe zelfbewustzijn geeft spanningen in oude industriële organisatievormen. De schaalvergroting gaat gepaard met vervreemding en dehumanisering, ook van maatschappelijke systemen als zorg en onderwijs.
De transitie naar een duurzame samenleving is dus niet alleen een economische opgave, het is vooral ook een sociale en culturele opgave. Het duurzaamheidperspectief vraagt om een heroriëntatie op wat in deze tijd ’het goede leven’ is. De wereld kan beter begrepen worden door te denken vanuit de samenhang tussen sociale, economische en ecologische systemen. In plaats van proberen de natuur te beheersen, moeten we leren samenwerken met de natuur.
Ook de kennisontwikkeling loopt vast. Integratie moet het leidende beginsel zijn bij het ontwikkelen van nieuwe methoden van werken, zoals het oogsten uit stromen in plaats van uitputting van voorraden. Overheden en bedrijven moeten van maximalisatie van groei en winst naar optimalisering van de verhouding tussen People, Planet en Profit. Egocentrische rationaliteit moet plaats maken voor de gulden regel: behandel een ander zoals je zelf behandeld zou willen worden.
Om de huidige economische, sociale en ecologische crises te bezweren moeten we het bestaande overstijgen, maar met behoud van waardevolle elementen ervan. Duurzame ontwikkeling kenmerkt zich door het streven naar een hogere kwaliteit van relaties, tussen mensen onderling en tussen de mens en de aarde. Het gaat letterlijk om ont-wikkeling, dat wil zeggen: om het uit de wikkels halen van de potentie om als mensen in grotere harmonie met elkaar en de natuur te leven.
Hoe ziet de benodigde transitie er uit? In de economie betreft het een overgang van lineaire processen, fossiele brandstoffen en wegwerpproducten naar technische en biologische kringlopen van waardevolle grondstoffen, hernieuwbare energie en eindproducten zonder afval. Economische groei is middel dat bijdraagt tot welzijn, duurzame welvaart en een vitale natuur en geen doel op zich. Winst is het resultaat van het leveren van maatschappelijke toegevoegde waarde. Het bankwezen moet weer dienend worden aan de reële economie in plaats van andersom.
Voor de energievoorziening is het nu zaak vol in te zetten op een duurzame, hernieuwbare energie, onder meer door de subsidieregeling voor duurzame energie (SDE) te veranderen van een bureaucratisch gedrocht in een helder en stabiel stimuleringskader. En vooral geen nieuwe kolencentrales bouwen, want dat signaal wordt in het werkveld gepercipieerd als: ’In Den Haag menen ze het niet’. In de transportsector zal een transitie naar duurzame mobiliteit moeten leiden tot vergaande reductie van milieubelastende emissies van CO2, NOx, fijnstof en geluid. De transitie naar een duurzame landbouw vraagt om regionale, duurzame voedselketens met een herkenbare identiteit en om een robuuste veestapel met een veerkrachtig immuunsysteem.
Duurzaam onderwijs veronderstelt levenslang individugerichte ontwikkeling. De gezondheidszorg moet gewoon meer gaan doen wat het woord zegt: zorgen voor gezondheid van mensen.
Een transitie naar een duurzame sociale zekerheid is mogelijk als het stelsel een instrument van ontwikkeling wordt. In tijden van werkloosheid kan de sociale zekerheid voor vervangend inkomen zorgen op voorwaarde dat mensen zich ontwikkelen. Geef elke Nederlander een scholingsbudget voor het leven mee.
Het transitiebeleid heeft de afgelopen jaren een goede start gemaakt, maar we verkeren nog in de leerfase. Nu is het zaak om de opgedane ervaringen en inzichten door te vertalen naar een breder scala aan sectoren en activiteiten. Als we dat consistent en consciëntieus doen, dan hebben we weer een maatschappelijk project vergelijkbaar met de opbouw van de verzorgingsstaat. De transitie naar een duurzame samenleving overstijgt en bouwt voort op de verzorgingsstaat. Het biedt perspectief op voortgaande, duurzame ontwikkeling van de potenties van mensen in balans met de natuur. Dat is een project waaraan we als natie met volle overtuiging en overgave kunnen werken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.