*

 

Grappig zijn en grappig doen

Hanny Alkema − 09/08/10, 00:00

Op De Parade is ’kort’ het overkoepelende principe. Om verveling uit te sluiten. In de praktijk betekent dat vaak een hoge snelheid en grapdichtheid, wat niet per definitie hetzelfde is als rake humor.

’Thuis ben je nooit alleen’ door Toneelgroep Oostpool en ’Irritant’ door De Vogelfabriek op theaterfestival De Parade (in Amsterdam: Martin Luther King Park t/m 22-8); info: www.deparade.nl

Hier tuft een stel op een scooter dartel tussen het publiek door. Daar gaat een trio langs eters en drinkers op de terrasjes met een dansante zingzang. Elders struikelt een verdwaald persoon tussen verbaasde omstanders omzichtig over eigen armen, benen en wat niet al.

Tussen de bedrijven door oogt het terrein van De Parade nog het meest als een jaarmarkt. Iedereen doet er zijn uiterste best zijn product te slijten, met acts nieuwsgierigheid te wekken en zo de drommen festivalgangers richting eigen theatertent te lokken. Daarbinnen blijft ’kort’ het overkoepelende principe. Om verveling uit te sluiten.

In de praktijk betekent dat vaak een hoge snelheid en grapdichtheid, wat niet per definitie hetzelfde is als rake humor. Neem ’Irritant’ van De Vogelfabriek. Op, in en voor een stapel gammele banken en stoelen passeren in noodtempo reeksen van meer of minder alledaagse ergernissen de revue. Van loos alarm van geparkeerde voertuigen of mobiele gesprekken tijdens de film tot opkruipende strings. Het is een mitrailleursalvo van losse flodders, maar het publiek ligt blauw.

Het is mij een beetje te gemakkelijk op de slappe lach toegesneden met flauwiteiten als ’pindaatje’ voor een geïmporteerde bruid. Waarom niet naar een uitdagender kader gezocht om het fenomeen van de irritatie zelf te vangen? Veel wordt niettemin goedgemaakt door de kruidige présence van Sanne Vogel, die de natuurlijke gave heeft ironie aan kwetsbaarheid te paren. Zetten medespelers Nadja Hüpscher en Egbert-Jan Weeber malle typetjes neer, Vogel spaart zichzelf niet als bron van irritatie. De andere twee doen grappig, Vogel ís grappig.

Toneelgroep Oostpool heeft zich met ’Thuis ben je nooit alleen’ wat minder uitbundig maar wel subtieler op het cliché gestort, in dit geval dat van de in gewoontes verdorde liefde. Drie jonge schrijvers (Rik van den Bos, Hannah van Wieringen, Marcel Osterop) hebben elk een korte tekst geschreven, die samen drie generaties bij de kop vatten, die elk door dezelfde twee acteurs worden gespeeld. Dat zorgt voor een zekere eenheid net als de praatgrage toneelknecht die, als een Shakespeariaans intermezzo, tussen de bedrijven door commentaar levert en kleine variaties in het poppenkastdecor aanbrengt.

Zo wordt met klassieke trucs drie keer een ogenschijnlijk nieuw wereldje opgeroepen. Pinteriaans is daarbij de regievondst (Marcus Azzini) om de levenscyclus in omgekeerde volgorde te ensceneren. Het maakt het contrast tussen het eerste bejaarde paar, dat zich verliest in hoop op nieuw leven, en het laatste piepjonge stel, dat zijn onvermogen juist te lijf gaat met droombeelden van dood en verderf, behalve bizar ook schrijnend. Zij noch de in design opgesloten veertigers ontkomen aan hun eigen cliché, al laten Tina de Bruin en Rick Paul van Mulligen de fantasie als strijdmiddel tegen sleur er smakelijk doorheen schemeren.

Zeker de eerste mini-eenakter (Rik van den Bos) is als tragikomedie in den dop een verdere uitwerking waard. Wat een luchtig zomerfestival dan meteen een meerfunctie als try-outplek geeft.

mailIcon print |