*

 

Alles voor de kinderen

Hanna de Heus − 03/07/10, 00:00

Na de dood van haar man staat Cathy, moeder van vier, er alleen voor. Dat is overleven: van het zoeken naar een andere man komt het niet.

  • Lisa Moore beschrijft de eenzaamheid van een jonge weduwe. (FOTO BARBARA STONEHAM)

Je man verliezen als je nog maar dertig bent, terwijl je kinderen hebt van negen, acht en zeven, en zwanger bent van de vierde: over dat schrikbeeld gaat de tweede roman van de Canadese schrijfster Lisa Moore.

De invalshoek is sterk. Moore beschrijft de gebeurtenissen in het leven van Helen niet chronologisch, maar begint het boek als Helen 56 is, en dus al 26 jaar weduwe. Daarmee staan niet de dagelijkse beslommeringen van een alleenstaande moeder centraal, maar die van een terugblikkende weduwe van middelbare leeftijd, wier kinderen allang zelfstandig zijn.

Naar eer en geweten heeft Helen altijd haar best gedaan: ze heeft voor haar kinderen klaargestaan, zonder hen te laten merken hoe moeilijk ze het zelf soms had. Haar jongste dochter Cathy raakte als tiener per ongeluk zwanger en is lang thuis blijven wonen. Samen voedden Helen en Cathy de baby op, totdat Helens andere kinderen zich ermee gingen bemoeien en Cathy aanraadden op zichzelf te gaan wonen, weg van haar moeder. „Ze zuigt je leeg”, zei de een. „Nu gaat het nog, maar over tien, vijftien jaar kun je niet meer weg.” Een van haar andere kinderen geeft Cathy zelfs geld om een goedkoop flatje te huren: „Je moet weg nu het nog kan.” Voor Helen is dit alles hemeltergend kwetsend, maar ook deze pijn toont ze voor geen goud aan haar kinderen.

Moore is goed in het beschrijven van pijnlijke situaties, en het pijnlijkst in het boek is Helens eenzaamheid, de rode draad in haar leven als weduwe. Nog een paar jaar heeft Helen de liefde voor haar overleden man levend weten te houden, maar op een gegeven moment moet ze concluderen dat die liefde verdwenen is. „Doden zijn geen personen, dacht ze. [] Er overkwam hun nooit iets, ze veranderden of groeiden niet, maar bleven ook niet hetzelfde. [] Je moest een ijzersterk geheugen hebben om van doden te houden, en het was niet haar schuld dat dat niet lukte.”

Een ander deel van Helens eenzaamheid wordt veroorzaakt door het gebrek aan intimiteit en seks, maar ze vindt dat verlangen tegelijkertijd misplaatst: neuken met grijs schaamhaar, een rimpelige huid en krakende gewrichten is voor haar grotesk. Het alternatief, niet neuken, is even erg, want als je heel lang niet wordt aangeraakt, ga je vergeten dat je het wilt, en als je het niet meer wilt „daalt een intense, ijzige steriliteit op je neer”.

Moore’s personages zijn stuk voor stuk gewone mensen. Dat is ook meteen het grootste mankement aan dit boek: vaak zijn de personages zo gewoon dat ze domweg saai zijn. Wat zij meemaken is ellendig maar niet uitzonderlijk, en de manier waarop Moore ze met hun ellende laat omgaan is dat al evenmin. Helens leven bijvoorbeeld, bestaat uit doorgaan, proberen nog een man te vinden, zich diep vernederd voelen als haar eerste internetdate mislukt, heimelijk een oogje op de timmerman hebben, hopen op nog een kleinkind – het is allemaal hopeloos voorspelbaar. Nergens stijgen de personages boven zichzelf of boven het verhaal uit om het leven met een originele blik te bezien. In plaats daarvan lees je het soort geneuzel en alledaagse kneuterigheid over trouwjurken, yoga en een verbouwing dat je wekelijks in damesbladen kunt lezen, maar dan zonder de pretentie literatuur te zijn.

Welgeteld één keer werd ik verrast door een gedachtengang die bleef hangen: Helen beseft dat mensen te lang blijven denken dat hun toekomst oneindig is, omdat hun kindertijd oneindig leek. Dat is een prachtige manier om te verwoorden dat de tijd steeds sneller lijkt te gaan naarmate je ouder wordt, maar op een heel boek blijft het een bedroevend lage score.

mailIcon print |