’Is het een jongen of een meisje?’. Het is de eerste vraag die we stellen aan de ouders van een pasgeboren kindje. „En daar begint het al”, verzucht Asha ten Broeke. De psycholoog, communicatiewetenschapper en wetenschapsjournalist las 378 boeken over man/vrouwverschillen en voegde een eigen, 379ste, werk toe onder de titel ’Het idee M/V’.
Dat idee M/V (de Mars-en-Venusgedachte, naar het werk ’Mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus’ van John Gray) is niet goed voor ons, betoogt Ten Broeke. „Mannen en vrouwen verschillen niet fundamenteel.”
Trek die gedachte door en concludeer: we verpesten het voor onszelf. „De gemiddelde man is te weinig bij zijn kinderen, de gemiddelde vrouw is te weinig op haar werk en aan het einde van de rit zijn we allemaal ongelukkiger dan strikt noodzakelijk.”
Nog voordat we die nieuwe ouders vroegen naar het geslacht van hun kind, was de kinderkamer – waarschijnlijk – al geslachtsconform ingekleurd en ingericht. Voor de geboorte is al bepaald hoe wij op het nieuwe mensje reageren. Ten Broeke: „Meisjes zijn lief, jongens zijn stoer.”
En als dochter in aanwezigheid van moeder een autootje krijgt om mee te spelen, kan moeder een lichte afkeer of teleurstelling nauwelijks verbergen. Ondanks snel herpakken, heeft dochter razendsnel in de smiezen dat het beter is als ze zich wendt tot seksespecifiek speelgoed: de pop, het speelgoedfornuisje. „Vrouwen maken zich stereotypen eigen en voor je het weet maken die deel uit van hun brein.”
We moeten af van vooroordelen over geslacht en bijbehorend gedrag, vindt Ten Broeke. Dat maakt haar nog geen feministe, vindt ze. „Ik wilde geen politiek boek schrijven, maar een wetenschappelijk verhaal.”
Het blijft een eeuwig debat: is het nature, aanleg, of is het nurture, opvoeding? Heeft Ten Broeke met haar boek een bijdrage geschreven voor de opvoedingskant? „Nee. Aanhangers van de opvoedingskant ontkenden lange tijd de invloed van genen. Ik ga daar niet in mee. Genen zijn ingrediënten. Maar daarmee kun je nog álles koken wat je wilt. Ouders hebben de macht om de genen van hun kind ’aan’ of ’uit’ te zetten. Pas met het opgroeien ontstaan verschillen in de hersenen. Die flexibiliteit benadruk ik in mijn boek.”
Maar stereotypen komen toch érgens vandaan? Mannen jaagden, vrouwen verzamelden en daar zijn hedendaagse stereotypen een gevolg van. „Dat evolutionaire beeld is nergens op gestoeld. Op grotschilderingen uit de Oudheid zijn mannen nauwelijks van vrouwen te onderscheiden. Uit die tijd zijn speren gevonden in verschillende formaten. Bij kleine speren dachten historici: ’Kijk, er gingen ook kleine jongetjes mee uit jagen’. Maar wie zegt dat er geen vrouwenmodellen bestonden?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.