De ploegen voor wie alleen de eindzege telt op de Champs-Elysées, kwamen gisteren in de verraderlijke Ardennenetappe met de schrik vrij. Het had veel erger kunnen aflopen, zoals in 1999 toen het peloton over de Passage du Gois reed. Op die spekgladde strook asfalt langs de kust van de Vendée buitelde destijds het halve peloton over elkaar.
Op weg naar de finish in Spa herhaalde zich de geschiedenis. De plotselinge regen in combinatie met olie op het wegdek hadden de Ardeense wegen gisteren veranderd in een glijbaan. In de afdaling van de Stockeu ging het mis. Flink mis, vertelde Lance Armstrong. „Iedereen ging onderuit. Wiggins, Contador, ikzelf. Het leek wel oorlog, ik schrok me dood.” Belangrijkste slachtoffer van de massale crash was Andy Schleck, de nummer twee van vorig jaar. Even werd gevreesd voor een sleutelbeenbreuk. Dat zou een vroegtijdig einde van de aspiraties van de Luxemburger hebben betekend. De jongste van de Schleck-broertjes kon zijn weg echter vervolgen, al was zijn achterstand opgelopen tot drie minuten op wat er nog over was van het peloton.
Een van de weinigen die de massale valpartij had overleefd, was Schlecks ploeggenoot en geletruidrager Cancellara. De Zwitser keek nog eens om en zag dat niemand volgde. Doorrijden, zou elke klassementsleider zichzelf hebben voorgehouden. Cancellara besloot anders. Hij hield zijn benen stil, zodat zijn kopman uit bijna geslagen positie terug kon aansluiten. De orders van Saxo-ploegbaas Bjarne Riis zullen duidelijk zijn geweest: stoppen met rijden.
Cancellara’s actie kreeg navolging, na wat aansporingen zijnerzijds. „Er was sprake van een grote val met veel grote renners. Uit respect hebben we niet doorgereden.” Mooie woorden, maar het dreigende tijdverlies voor de beide Schlecks, Frank had zich laten afzakken om zijn broer te assisteren, zal ongetwijfeld hebben meegespeeld.
En groupe en op halve kracht rolde de gehavende meute richting aankomst in Spa. Met de jacht op koploper Sylvain Chavanel was niemand meer bezig. De etappezege én de gele trui waren de beloning voor de lange ontsnapping van de Fransman in Belgische dienst.
De Tourorganisatie liet doorschemeren niet blij te zijn met de solidariteitsactie van de coureurs. „Er wordt wel vaker gevallen. En de regen kunnen wij niet voorkomen. Dit hoort er nu eenmaal bij. Maar ja, tegen zo’n actie sta je machteloos.”
Bij de Rabobank overheerste een ontevreden gevoel. „Een rare situatie. Als ik val wordt er gewoon doorgereden”, zei Robert Gesink. Ploegleider Adri van Houwelingen vond dat er een kans vergooid was door de benen stil te houden. „We hadden afstand kunnen nemen van een aantal concurrenten voor het klassement. Armstrong en Contador waren achterop geraakt. We hadden hier tijdwinst moeten boeken. Ik heb liever succes met een heel peloton als vijand, dan iedereen te vriend houden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.