*

 

Schone energie omarmen

Janne Chaudron − 07/07/10, 00:00

De ramp in de Golf van Mexico maakt pijnlijk duidelijk dat het afgelopen moet zijn met Amerika’s verslaving aan fossiele brandstoffen, betoogt president Obama. Schone energie moet nú worden omarmd. Zijn de VS daar wel aan toe?

  • (Trouw)
  • (Trouw)

President Obama blijft het proberen. Hij grijpt de volkswoede over de olieramp in de Golf van Mexico dankbaar aan om zijn schone-energie-agenda opnieuw te promoten. „We moeten een nieuwe manier vinden om onze fabrieken, auto’s en huizen van energie te voorzien”, zei Obama onlangs in een toespraak over de olieramp.

Het is bepaald geen nieuwe boodschap. Tijdens zijn verkiezingscampagne twee jaar geleden ontvouwde de huidige president van de Verenigde Staten een groots energieplan. Een paar voorbeelden: in 2015 zouden er 1 miljoen elektrische auto’s moeten rijden in de VS, in tien jaar tijd moeten er vijf miljoen ’groene’ banen worden gecreëerd, in 2012 moet 10 procent van de huidige energiemix bestaan uit biomassa, zonne- of windenergie en de Verenigde Staten moeten een handelssysteem instellen naar voorbeeld van de EU waarbij de schoonste bedrijven emissierechten kunnen verkopen aan grote vervuilers.

De vraag blijft wat er na twee jaar van al deze initiatieven terecht is gekomen. „Obama heeft ongelooflijk goed werk verricht door het thema zo hoog op de politieke agenda te plaatsen”, zegt Sean Garren van milieugroep Environment America. „De Recovery Act (herstelwet) is daarvan een voorbeeld.” In deze wet, onderdeel van het crisispakket, stelde de president 80 miljard dollar beschikbaar. Het geld is bedoeld voor schone energie, het isoleren van huizen en het energiezuinig maken van het wagenpark. „Investeringen in schone energie hebben daardoor een grote vlucht genomen.”

Vooral op het gebied van windenergie zijn ontzettend veel mogelijkheden, zegt Steven Nadel van het American Council for Energy Efficient Economy, een onafhankelijke denktank in Washington. Sinds 2004 is het windenergievermogen in de VS verdrievoudigd met een capaciteit van 30.000 megawatt. „Vooral het midden van het land, met haar lege vlaktes, is heel geschikt om grote windparken aan te leggen, wat momenteel ook gebeurt.” Dat heeft een positieve uitwerking op de werkgelegenheid. In deze sector zijn er de afgelopen twee jaar 65.000 nieuwe banen bijgekomen. Ook zonne-energie is populair en heeft tot nu toe 37.000 nieuwe banen opgeleverd.

Tot zover het goede nieuws. Obama’s schone energie campagne ondervindt namelijk veel politieke weerstand. De klimaat- en energiewet die senatoren John Kerry, Joseph Lieberman en Lindsey Graham hebben voorbereid, lijkt keer op keer te stranden in de Senaat. Vorige week liep een ontmoeting met verschillende senatoren en Obama in het Witte Huis op niets uit. Tot grote teleurstelling van Obama die zijn frustratie later in een speech in Wisconsin niet onder stoelen of banken stak. „Sommige mensen willen kennelijk de status quo handhaven door afhankelijk te blijven van fossiele brandstoffen. Terwijl we weten dat deze energiebron eindig is en het op termijn een groot gevaar oplevert voor onze veiligheid. Daarom is nu het moment om schone energie te omarmen. Als we dat niet doen, lopen we het risico dat de ’groene’ banen verdwijnen naar China en Duitsland.” Zo is het zonne- en windenergievermogen in China voor het vijfde jaar op rij verdubbeld waarmee het land de VS zo goed als ingehaald heeft.

Het creëren van ’groene’ banen maakt dan ook een belangrijk onderdeel uit van de Amerikaanse klimaat- en energiewet. Daarnaast is in de wet opgenomen dat de olie-importen moeten worden teruggebracht, dat oliebedrijven geen extra belastingvoordeel meer krijgen en dat de VS een handelssysteem voor emissierechten moet instellen. Vooral die laatste maatregel stuit op politiek verzet. De Republikeinen zien het handelssysteem als een extra nationale belastingmaatregel, iets dat ze verafschuwen. „Op dit moment is het zaak de hoge werkloosheid in de VS te bestrijden. Een handelssysteem voor emissierechten, een verbloemde belasting, is niet te verkopen aan het volk”, zei de Republikeinse Lisa Murkowski onlangs.

„Ja, het wordt een harde dobber om de klimaat- en energiewet uiteindelijk door de Senaat te krijgen”, zegt Garren van Environment America. „Zeker nu er net twee belangrijke wetten, een over de gezondheidszorg en de ander over financiële regulering, zijn aangenomen. Nog zo’n controversiële wet gaat de Republikeinen waarschijnlijk te ver. En met de Congres-verkiezingen in november voor de deur, lijkt de kans klein dat de wet dit jaar nog wordt aangenomen.”

Bovendien twisten politici, belanghebbenden en milieugroepen over wat onderdeel moet uitmaken van de duurzame energiemix. „In de Senaat zijn er bijvoorbeeld best veel voorstanders van kernenergie”, zegt Nadel van het American Council for Energy Efficient Economy. „Ze zien dat als noodzakelijk voor de overgang naar een samenleving die volledig op duurzame energie draait. Er wordt momenteel gedebatteerd over de aanleg van zes nieuwe kerncentrales. Maar milieugroepen zitten hier absoluut niet op te wachten. En de staten waar deze centrales gebouwd gaan worden, vinden kernenergie prima maar niet in hun achtertuin.”

Toch is Garren niet pessimistisch. „Op statenniveau is er de afgelopen tien jaar ontzettend veel gebeurd. Van de vijftig staten hebben 29 in hun huidige energiemix in meer of mindere mate biomassa, zonne- of windenergie opgenomen. Staten zijn de voorlopers op dit gebied.” Het bekendste voorbeeld is Californië, dat zelfs een emissie-handelssysteem heeft ingevoerd. Bovendien is Californië één van de drie staten, samen met Texas en North Dakota, met de hoogste windcapaciteit in de VS en de staat stelde als eerste in 1990 een programma in voor de aanschaf van elektrische auto’s. Dit programma zou er voor moeten zorgen dat in 1998 2 procent van het wagenpark elektrisch werd, in 2003 moest dat zijn opgelopen tot 10 procent. Hoewel het percentage niet is behaald, heeft het programma er wel voor gezorgd dat meer Amerikanen een elektrische auto hebben aangeschaft.

Van oudsher is Californië altijd een voorloper geweest. Het was nota bene toenmalig gouverneur van Californië Ronald Reagan die in 1974 als eerste in de VS een wet tekende waarin standaarden voor energiebesparende maatregelen werden opgenomen in bedrijven, huizen en fabrieken. Andere staten, zoals Iowa, Massachusetts, Nevada, Connecticut, Maine, New Jersey en Wisconsin, volgden halverwege de jaren tachtig. Deze staten zijn nog steeds voorlopers.

„Maar het blijft belangrijk dat op landelijk niveau klimaat- en energiewetgeving wordt ingevoerd”, zegt Garren. „Al is het maar om de staten die het slecht doen, zoals Alaska, Rhode Island, en Vermont, mee te trekken.”

mailIcon print |