*

 

’De regering staat aan de deur; doe je hoofddoek op!’

Victoria Koblenko − 06/07/10, 00:00

Een taxirit na aankomst in Teheran was voldoende om een conclusie te trekken. Dit land is hard van buiten maar zacht van binnen. Rationeel maak je van je te snel getrokken conclusie een voorlopige aanname, maar na een week rondreizen drogen alle twijfels in de genadeloze woestijnzon op. Iran heeft een imagoprobleem.

Een stel Franse reizigers was bezig met een open brief naar dagblad Le Monde, met als titel: tien dingen die niet waar zijn over Iran. En ook ik durf na deze reis waarschijnlijk mijn hoofddoek op te eten als de tien associaties die u als lezer over Iran krijgt toch waar blijken te zijn. Op één voorwaarde: dat u ze aan den lijve heeft ondervonden.

Dat de door de media geschapen sfeer omtrent dit land niet zo schimmig blijkt te zijn, is een negatieve definitie. De reis blijft daarom een kruistocht naar de ziel van Iraniërs. Als alles wat wij in het Westen van dit land menen te vinden niet waar blijkt, wat definieert Iran dan wel?

Elke reiziger zal zijn antwoord op een andere plek vinden. De mijne vond ik in Shiraz, de stad van de wijn, rozengeur en poëzie. Op elke ’schouw’ staat naast de Koran het epos van het Perzische volk door de dichter Ferdowsi. Zoeken Iraniërs zo een balans tussen de wortels in het oude Perzië en het huidige Iran?

En hoewel de moskeeën drukbezocht zijn, zijn het de graven van de Perzische dichters die een bedevaartsoord zijn voor Iraniërs. Als je de huilende bezoekers op de graftombe van de andere nationale dichter, Hafez, ziet, snap je dat het de poëzie is die het DNA vormt van dit volk. De islam, die het land na de poëtische gouden eeuw heeft overheerst, is slechts een sluier die deze Perzische kern bedekt. Maar voor hoe lang?

Je hoeft geen moeite te doen om de lokale bevolking over het regime te horen praten. Op elke straathoek spreken wildvreemden je aan en vragen in opgewonden Engels of met handen en voeten wat je van Iran vindt. Na geïndoctrineerd te zijn met allerlei wild-Westen-verhalen waarin de regering verkleed in burger buitenlandse bezoekers zou uithoren en soms moedwillig uit zou lokken strafbare kreten te uiten over de Iraanse Republiek, houd je je verstandig op de vlakte. Deels uit schaamte voor wat we in het Westen over Iran denken te weten en deels uit angst voor een verborgen dictafoontje. Je hoeft geen wedervraag te stellen over wat de Iraniërs zelf vinden van het regime om ze in verrassend correct Engels te horen vloeken.

Maar als het aankomt op de vraag wie en wanneer verlossing moet brengen uit deze hel, vervalt de geemotioneerde Iraniër in een poëtische uiteenzetting. „Er was ooit een denker in Europa die aan de vooravond stond van de scheiding tussen kerk en staat. Hij bedacht een list tegen de kerkelijke pogingen stukjes hemel aan de gelovigen te verkopen en kocht hel. Als eigenaar daarvan maakte hij wereldkundig dat hij de hel op slot deed en er niemand meer in kon, wat het overbodig maakte de hemel te kopen. Zo’n slimme verlosser krijgt dit land ook. Ooit.”

Op dat moment klopt iemand me op de schouder. ’Madam, the government is standing at the door, please put your veil on.’

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />