Fotograaf Werry Crone en schrijver Martin Bril, die voor publicatie overleed, gingen samen op zoek naar bijzondere bomen. „Dat was zijn troost en ons landschap.”
Er zijn wel meer boeken verschenen over bomen, maar ’Bomen in het voorbijgaan’ is anders. Lang niet alle soorten en maten komen voorbij, maar wel de verschillende seizoenen, én de markante landschappen waarin ze staan.
Eerder verscheen er van fotograaf Werry Crone en schrijver Martin Bril samen al een boek over bushaltes, overal in Nederland, daarna werden het bomen. Crone: „Martin vond het prettig als hij een thema had voor zijn columns, dan kon hij gericht op pad.” Meer dan drie jaar trokken de mannen naar uithoeken. Vaak apart, omdat Bril nu eenmaal voor de Volkskrant werkte en Crone voor Trouw, maar heel regelmatig waren ze samen, want ze hadden dezelfde passie voor het Nederlandse landschap. Nadat Bril in april 2009 overleed, maakte Crone het boek af.
De voorkant is tekenend: er staat een boom op, als baken langs de rivier. Maar het beeld gaat misschien nog wel meer over de Waal en de nostalgische veerpont die aanmeert. Crone fotografeerde ook een fotobehang van berkenbomen. „Die liep Martin tegen het lijf in het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis. Dat vonden we wel grappig.” Ze hadden wel lijstjes van oudste, dikste en langste bomen. De meeste hebben ze ook wel opgezocht, maar uiteindelijk haalden hooguit tien topstukken het boek. Er moest journalistiek en literair wel wat gebeuren. Bovendien waren de fotograaf en columnist gewoon te eigenwijs voor lijstjes. „We werden daar een beetje kriegelig van”, verklaart Crone. „We bepalen zelf wel wat we bijzonder vinden. We wilden ons eigen verhaal vertellen.”
Bomen zijn van alle tijden, zo merkte Crone. „En het is duidelijk dat heel Nederland ze koestert. Ze worden met pinnen en staalkabels overeind gehouden. Soms is een landschap compleet verdwenen, maar dan staat er nog wel zo’n eeuwenoude boom.”
Een voorbeeld is de kroezeboom in Ruurlo, een zomereik met vier dikke stammen op één stronk. Door het oprukkende dorp staat hij nu in een voortuin. In Holten troffen de mannen een beuk omzwachteld met lappen. ’Tegen het zonlicht dat hij niet kan verduren omdat hij altijd in de schaduw van een onlangs gekapte beuk heeft geleefd’, zo legt Bril uit in zijn stukje.
Er zijn dansende beuken, bomen ingepakt door spinselmot en de opgedirkte kerstboom op de Dam. Maar ook populieren langs de snelweg. Crone vindt ze niet bepaald het toppunt van schoonheid, maar de combinatie met het gele koolzaad maakt ze fotogeniek. „En juist die strakke aanplant is typisch Nederland. Bedacht en gepland compensatiebos.”
Soms moest Crone een paar keer terug voor de perfecte foto, vertelt hij. „In die zin had Bril het een stuk makkelijker. Die kon altijd nog iets verder om zich heen kijken, of over jeugdherinneringen schrijven. Voor de Heras-boom, in Ulvenhout, heb ik dagenlang de fileberichten in de gaten gehouden. De vakantie-uittocht moest er per se op. Hoeveel mensen zullen niet onderweg naar Frankrijk even tegen hun kinderen zeggen dat ze moeten opletten op deze boom in de middenberm van de A58.”
De foto’s zijn ouderwets analoog. Werry: „6x6 negatief, dan is de detaillering beter. Bij zo’n ezel in de sneeuw, kun je de vlokjes bijna zien liggen. En een vierkant formaat biedt genoeg hoogte voor bomen, maar biedt ook breedte voor de omgeving.”
Vierkant past volgens de fotograaf ook bij hun lichte hang naar het verleden, naar dingen die nog niet veranderd zijn. „Martins columns stonden ook vol met ’enfin’ en ’tsja’.”
Vandaar ook die ene nostalgische plaat, haast zonder boompjes, maar met grasland, riet, een sloot, wat paaltjes en precies in het midden de koe Elizabeth 3. Bril had deze foto tegenover zijn bureau hangen en schreef er een van zijn laatste columns over. Werry Crone: „Die weilanden bij Kockengen, die koeien, dat was zijn troost en ons landschap.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.