Het huisje lag erbij alsof Italiƫ een week eerder niet uit haar WK-droom was ontwaakt. Trots opduikend tussen de bomen en druipend van de zonnestralen. Als ik op onze Toscaanse berg aankom, verrast me de onveranderlijkheid van de omgeving keer op keer. Hier wordt niet gebouwd, gegraven of aangelegd. Je kunt hooguit opmerken dat de bomen groener zijn dan gewoonlijk. Het moet ook tot aan de poort van de zomer heel lang nat zijn geweest. Ook die 200 meter bospad die ik, koffers, tasjes, dozen meetorsend, moet afleggen, staan als in eeuwig graniet gebeiteld. Iedere steen ligt op zijn plaats, elke oneffenheid onder je voetzolen voelt als het jaar ervoor. De sleutel past nog steeds in het slot van het hek en beneden aan de trap geurt hetzelfde mengsel van lavendel en basilicum.
Nee, de enige notoire verandering is van organische aard. Het zit in het lijf van Giovanni. Die metamorfose zag ik meteen. De kleine ogen van mijn Italiaanse vriend en gastheer lagen dieper dan normaal in hun oogkassen. Zijn schouders hingen als de snorpuntjes van een communistische burgemeester uit een Don Camillo-film. En een reuzenhand moest zo zwaar op zijn rug hebben gedrukt dat hij zich niet meer helemaal kon rechten.
Ik vroeg hem of het wel goed met hem ging. Hij wuifde mijn vraag met een vermoeid gebaar weg. Met zijn linkerhand, want de rechter kon hij nog maar net optillen. Overal pijn. In de arm en schouder. Tot aan la schiena, die versleten ruggengraat die hem nu tal van noodzakelijk arbeidsactiviteiten onmogelijk maakte. Volgens de arts zou het niet meer goed komen.
Toen werd het stil. Ik kon geen bezweringsformule verzinnen om zijn onwillige lijf enigszins verbaal op te lappen. Maar het was ook niet nodig, omdat Giovanni een ongekende behoefte had aan rauwe waarheid: „Ik ben ineens, echt totaal onverwacht, oud geworden. Ik zag het niet aankomen. Maar die spiegel wel. Ik ben 68 jaar.” Hij fluisterde deze woorden alsof hij mij deelgenoot van een geheim wilde maken. Hij kneep in het vel van zijn bovenarm. „Kijk hoe slap. De spieren verdwijnen en de rest begint te hangen.” Ik keek naar de perkamentenhuid om zijn dunne armen.
Maar zo makkelijk zou hij zich niet gewonnen geven. Zijn ogen begonnen weer te tintelen. Hij had voor 60 euro een zomerabonnement bij de fitnessclub genomen. Als hij nu genoeg spiermassa kon kweken, zou het vel eromheen weer strak staan. Oh, ja, hij was vergeten te vertellen dat hij met Elga, zijn Duitse Dulcinea, was getrouwd. Na een relatie van zes jaar werd het wel tijd, nietwaar?
Plotseling liep hij weg richting de bergplaats. Toen hij terugkwam, liet hij me een stukje gele schuimplaat zien. Geluidsisolatie, zei hij vol trots. Zodat we geen last meer van hem zouden hebben als hij en Elga De muren zijn nogal poreus. Ik knikte dankbaar. Maar zei verder niets: in al die jaren had ik nog niet het begin van een liefdeszuchtje van mijn buurman opgevangen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.