*

 

Een lacune in de geschiedenis

Julie Phillips − 24/07/10, 00:00

Barbara Kingsolver is een bestsellerauteur die ook juryleden kan bekoren: ’The Lacuna’ won onlangs de Orange Prize voor Engelstalige fictie door vrouwen. Julie Phillips roemt Kingsolvers engagement en haar knappe compositie, maar heeft ook kritiek.

  • Het Mexicaanse schildersechtpaar Frida Kahlo en Diego Rivera. (AP)

Barbara Kingsolvers nieuwste roman begint op een tropisch eiland voor de Mexicaanse kust, in het jaar 1929. Een Amerikaanse jongen zwemt door een grot die onder water ligt en ontdekt een geheime plaats in het oerwoud, waar hij een tempelruïne aantreft en de resten van een mensenoffer. Zo’n onderaardse doorgang, leert hij later, heet in het Spaans een lacuna: „een opening, als een mond, die dingen opslokt [...] Het voert naar de buik van de wereld.” Het is een oord van verdrinking en dood, maar ook van verborgen schatten en ontsnappingen. Het is een gat in de geschiedenis.

Geschiedenis, en de leemtes en leugens die gepaard gaan met het vastleggen ervan, zijn het centrale thema van ’The Lacuna’. Zoals in wel meer succesvolle, recente boeken, vermengt deze briljant geconstrueerde roman het fictieve met het historische, en krijgt het extra geloofwaardigheid door niet alleen echte plaatsen, maar ook echte mensen op te voeren. Kingsolvers cast is de kleurrijke en controversiële groep rond de Mexicaanse schilders Diego Rivera en Frida Kahlo en hun gast, de verbannen communistische leider Leon Trotski.

Het wel degelijk fictieve personage dat hen observeert is de eerder genoemde Amerikaanse jongen, Harrison Shepherd. Deze verlegen boekenwurm, zoon van een Amerikaanse vader en een levenslustige, de charleston dansend Mexicaanse moeder krijgt op een dag in Mexico-Stad Diego Rivera’s muurschilderingen van de Mexicaanse geschiedenis onder ogen. Hij raakt zo gefascineerd door de schilder en alles waar die voor staat – nationale identiteit, socialisme, creatieve kracht – dat hij een baantje aanneemt als kok in Rivera's huishouden. En als Trotski asiel heeft gevraagd in Mexico, en Rivera en Kahlo hem onderdak bieden, wordt Shepherd zijn typist.

Typisch Kingsolver is de manier waarop het verhaal wordt verteld: in verschillende stemmen, samengesteld uit brieven, kranteartikelen, en de herinneringen van Shepherds eigen trouwe secretaresse, en vooral uit Shepherds dagboeken. Die laatsten moeten tegenwicht bieden aan de leugens en verdraaiingen die in de publieke opinie postvatten: de Mexicaanse pers beweert bijvoorbeeld dat Rivera mensenvlees eet en Trotski wordt door Amerikanen én Russen afgeschilderd als communistische schurk. Shepherd schrijft de échte gebeurtenissen op „zodat iemand nog zal weten wat we deden als er niets meer van ons over is dan een stel botten”.

Shepherds eigen geschiedenis vertoont ook een lacune: hij is homoseksueel, iets wat hij uit alle macht verborgen probeert te houden. Kahlo begrijpt zijn behoefte aan geheimhouding wel. Ze tilt haar lange rok op, laat haar door polio misvormde been zien en zegt: „Het belangrijkste van een mens is altijd dat wat je niet weet.” Later voegt hij daaraan toe: „Het belangrijkste van een verhaal is het ontbrekende stuk.”

Frida heeft hem gevraagd ’de zwijgcultuur open te breken’ en een ware geschiedenis van Mexico te schrijven. Na de moord op Trotski in 1940 doet Shepherd dat ook: hij verhuist naar Amerika en schrijft twee bestsellers over de Azteken en de Spaanse veroveringen. Maar zijn secretaresse Violet Brown waarschuwt hem: Amerikanen „houden niet van strakke banden met het verleden. Ze pakken liever de schaar en knippen alles los.” Als Shephard tijdens het McCarthy-tijdperk verdacht wordt van communistische activiteiten, wordt hij zelf bijna een mensenoffer: zijn carrière en leven moeten wijken voor het Amerikaanse gevoel van veiligheid.

Kingsolver speelt de terugkerende thema’s meesterlijk uit: de waarheid die onbekend blijft, moderniteit versus traditie, gespleten nationale identiteit, de bevrijdende kracht van artistieke expressie. Ze levert ook scherp commentaar op onze tijd, bijvoorbeeld als ze Trotski laat opmerken dat mensen „willen geloven in helden... En in schurken. Vooral als ze bang zijn. Dat is minder inspannend dan de waarheid.”

Maar hoewel ’The Lacuna’ thematisch veel te bieden heeft, is de vertelling aan de vlakke kant. Zoals meer schrijvers die in de geschiedenis duiken, begaat Kingsolver de fout ons te veel details voor te schotelen. Storender is nog dat de eenzame, onwaarschijnlijk naïeve hoofdpersoon te bedeesd uitvalt om het boek emotioneel te dragen: het mist de melodramatische intensiteit van Kingsolvers bekendste roman ’De gifhouten bijbel’.

Om van de confronterende, soms razend stemmende feiten een bedachtzaam en knap geconstrueerd verhaal te maken, heeft Kingsolver bewust afstand genomen van haar materiaal. De enige vergissing die ze in deze rijke en resonerende roman maakt, is dat ze te ver terugstapt.

mailIcon print |