De opmars van duurzame energiebronnen zet door, vooral dankzij de Duitse zonne-energiesector. De Duitse regering stimuleert zonne-energie met forse subsidies. Maar de kritiek neemt toe. Het systeem wordt onbetaalbaar en leidt in eigen land niet tot meer werkgelegenheid.
Juli was een zonnige maand in Duitsland. Goed nieuws voor de liefhebbers van zonnestroom. Tien dagen lang kwam er tussen één en twee uur ’s middags meer dan 7000 megawattuur zonnestroom op het Duitse energienet. Ter illustratie: zeven kerncentrales wekken minder elektriciteit op. Elektriciteit opgewekt uit zon besloeg in de maand juli maar liefst 10 procent van de Duitse energiemix.
Het klinkt als muziek in de oren van voorstanders van ’groene’ stroom. Maar Duitse consumenten, politici en academici ervaren grote nadelen. Bij het Duitse systeem – door Nederlandse duurzaamheidsadepten vaak omschreven als het ideale model – krijgt groene stroom altijd voorrang op het stroomnet. Dat betekent dat consumenten worden verplicht elektriciteit uit zon, wind of biogas af te nemen. Pas als deze stroom niet meer voorradig is, krijgen consumenten conventionele stroom aangeleverd. Idee achter het Duitse feed-in systeem is dat het voor iedereen – van huiseigenaar tot grote investeerder – mogelijk moet zijn een zonnepaneel op het dak of ergens anders te plaatsen. De Duitse overheid heeft elektriciteitsbedrijven verplicht gesteld de ’groene’ stroom af te nemen tegen een lage prijs waardoor bedrijven en particulieren niet hoeven te vrezen dat hun investering straks onrendabel is.
Om de ’groene’ stroom te kunnen bekostigen levert niet alleen de politiek haar bijdrage, ook consumenten moeten meer betalen. En dat zien ze op hun energierekening terug, zeker in een maand waarin de zon veel schijnt. Op dit moment kost zonnestroom zo’n 39 eurocent per kilowattuur, voor conventionele stroom betaalt de consument tussen de 5 en 9 cent.
De kosten lopen in de toekomst verder op, zegt professor Colin Vance van het economisch onderzoeksinstituut RWI in Essen, een onafhankelijk instituut. Hij schreef een rapport over de gevolgen van het Duitse feed-in systeem.
Eind 2009 hadden alle zonnepanelen een gezamenlijk vermogen van 10.000 megawatt. Men verwacht dat daar eind 2010 6000 tot 10.000 megawatt bij komt. „Investeerders willen wel. Die hebben zekerheid. Maar de gezamenlijke kosten beginnen uit de hand te lopen. Eind 2010 zullen deze zijn opgelopen tot 85 miljard euro. Ten tijde van een economische crisis waarin vooral bezuinigd moet worden, is dit geen mooi vooruitzicht.” De Duitse politiek heeft inmiddels aangekondigd om de subsidies op zonnestroom iets te reduceren, maar het is volgens Vance niet genoeg.
Vance is uiterst kritisch op het Duitse model. Niet alleen omdat de kosten de pan uitrijzen. „Toen dit systeem werd ingevoerd, beloofde de Duitse politiek dat het veel nieuwe werkgelegenheid zou opleveren. Als je zuiver kijkt naar de cijfers, klopt dat. Er zijn immers 200.000 banen bijgekomen. Maar de banen zijn voornamelijk tot stand gekomen doordat in de conventionele energiesector mensen werden ontslagen. Netto betekent dat dus niet zo gek veel nieuwe werkgelegenheid. Dat heeft ook te maken met het feit dat veel zonnecollectoren worden geïmporteerd uit Azië. Er zijn hier wel een paar grote zonnecelbedrijven, maar het gros komt uit China. Daar is wél sprake van extra werkgelegenheid.”
Dit patroon moet volgens Vance doorbroken worden. „Het zou veel beter zijn als de Duitse overheid het geld dat ze nu besteedt aan het massaal subsidiëren van groene stroom, in onderzoek en ontwikkeling steekt. Als je daadwerkelijk nieuwe werkgelegenheid wilt creëren moet je ervoor zorgen dat in Duitsland nieuwe technieken worden ontwikkeld. Die moet je niet uit Azië gaan importeren.”
Er zijn meer nadelen. „Het systeem kent geen marktwerking waardoor investeerders rustig achterover kunnen leunen. Om een voorbeeld te noemen. Elektriciteit uit wind kost zo’n 9 cent per kilowattuur, zonnestroom 39 cent. Zonnestroomproducenten kunnen rekenen op de meeste subsidie, terwijl het in Duitsland de minst efficiënte manier is om elektriciteit mee op te wekken. De zon schijnt er relatief minder dan in bijvoorbeeld Spanje. Als de politiek de duurzame energiesector wil blijven subsidiëren, voer dan één tarief in voor alle soorten duurzame vormen van elektriciteitsopwekking.”
Daarnaast wijst Vance erop dat het emissiehandelsysteem dat Europese bedrijven verplicht om rechten te kopen om CO2 uit te stoten, en het feed-in model als het ware tegen elkaar in werken. „Het feed-in systeem zorgt er niet voor dat bedrijven minder CO2 uitstoten. De grote energieverbruikers worden namelijk niet geprikkeld om de CO2 terug te dringen en nieuwe manieren te vinden om schoner te produceren. Dat is verschrikkelijk jammer.”
Vance: „Laat het duidelijk zijn. Ik ben absoluut voorstander van schone energie, maar het feed-in systeem is niet de manier om een revolutie tot stand te brengen. Er moet één Europees model komen waarin consumenten, bedrijven en andere partijen een belasting gaan betalen voor het uitstoten van broeikasgassen. Hoe meer auto je rijdt bijvoorbeeld, hoe meer je betaalt. Met de invoering van zo’n belasting dwing je bedrijven om te innoveren en het heeft een direct effect op de consumptie. Jammer genoeg is zo’n belastingmaatregel heel impopulair onder politici. Dus het zal nog wel even duren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.