Toegegeven, de voorzitter van de ChristenUnie-jongeren ziet ook wel dat hij enig belang heeft bij zijn tirade tegen strategische stemmers. De ChristenUnie is immers doodsbenauwd dat potentiĆ«le stemmers op het laatste moment toch gaan voor de macht – het CDA – en niet voor het ideaal – de ChristenUnie.
„Ja, mijn verhaal zou nog sterker zijn als ik van het CDA was”, erkent IJmert Muilwijk ruiterlijk. „Maar ik ben oprecht verbaasd dat mensen op een andere partij stemmen dan ze eigenlijk zouden willen.”
Muilwijk is gefascineerd door het fenomeen van de strategische stemmer. Want ook GroenLinks- en SP-kiezers kunnen op het laatste moment vallen voor de verleiding van de macht en stemmen op de grote PvdA. PvdA-leider Cohen oefent trouwens ook aantrekkingskracht uit op D66’ers. En nu de VVD de peilingen aanvoert, zullen er PVV’ers zijn die om strategische redenen VVD kiezen.
Hoogleraar Joop van Holsteijn, betrokken bij het Nationaal Kiezersonderzoek, schat dat 20 tot 25 procent van de kiezers op zijn minst overweegt een strategische stem uit te brengen. Preciezere cijfers zijn er niet en goed vergelijkingsmateriaal ontbreekt, simpelweg omdat Van Holsteijn en collega’s het strategisch stemmen pas sinds 2002 meenemen in hun onderzoek.
Volgens Van Holsteijn laten mensen zich in toenemende mate leiden door overwegingen van de macht. „Wat laten de peilingen zien, welk kabinet kan er komen, welke premier hoort daar dan bij en ben ik daar gelukkig mee? De media stimuleren deze manier van denken. Zo’n premiersdebat werkt dat in de hand. Terwijl we helemaal geen premier kiezen!”
Oorspronkelijk komt het strategisch stemmen uit landen met een tweepartijenstelsel, vertelt Van Holsteijn. In Amerika en Engeland bijvoorbeeld doet vaak ook een kleintje mee. Die kan toch nooit winnen, zeggen de leiders van de grote twee partijen en zo verleiden zij de aanhangers van de vrijwel kansloze derde om te kiezen voor een van de twee kanshebbers: een strategische stem.
In ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging gaat het argument van de verloren stem nauwelijks op. Er is een groot aantal partijen en voor een kamerzetel zijn 65.000 stemmen al genoeg.
Maar ook hier is de strategische stem relevant, zegt Van Holsteijn, want kiezen kan opgevat worden als een ’gefaseerd proces’. Burgers kiezen de Tweede Kamer, maar de samenstelling van het parlement werkt door bij de vorming van het kabinet. Stemmen is dus niet alleen een kwestie van representatie van opvattingen die leven in het land, maar ook een aanwijzing voor de gewenste machtsverhoudingen.
Van Holsteijn: „De strategische stemmer baseert zijn stem op de tweede fase, niet op de verhoudingen in de Tweede Kamer, maar op de mogelijke coalitievorming. Kleinere partijen verliezen dan toch stemmen aan grotere partijen, omdat die een grotere rol spelen bij kabinetsformaties.”
Muilwijk, tiende op de kamerlijst voor de ChristenUnie, vindt het strategisch stemmen ’zeer kwalijk.’ Onder andere in zijn internetcolumn roept hij kiezers op op de partij van hun hart te stemmen en niet op een tweede keus. Muilwijk: „Ik snap de redenatie, een grote partij heeft meer invloed. Maar mensen komen bedrogen uit, want wat zij willen, gebeurt niet. Ze zijn dus sneller dan anderen teleurgesteld in de partij waarop ze hebben gestemd.”
Hij noemt als voorbeeld GroenLinksers die dit keer de voorkeur geven aan PvdA-lijsttekker Cohen: „Hoe goed Cohen in de ogen van veel mensen als minister-president kan zijn, dat neemt niet weg dat hij een hele agenda heeft waar ze het mogelijk helemaal niet mee eens zijn. Als hij die ware aard laat zien nadat ze hun strategische stem hebben uitgebracht, komt de teleurstelling.”
Volgens Muilwijk maken strategische stemmers de verhoudingen in de Tweede Kamer troebel. „Het beeld komt niet meer overeen met wat mensen echt vinden. Kleine partijen hebben veel meer potentie, maar ze komen niet tot bloei omdat er een grote broer is die de stemmen opslokt.”
Muilwijk concludeert daarom dat strategisch stemmen ondemocratisch is.
Hoogleraar Van Holsteijn acht de actie van de ChristenUnie om mensen af te houden van een strategische stem, niet bij voorbaat kansloos. Uit zijn onderzoek blijkt dat de peilingen heel belangrijk zijn voor de kiezer die nog niet weet of hij op de macht gaat stemmen, of voorrang geeft aan zijn idealen. En de beslissing valt in de laatste dagen.
De hoogleraar wijst op vorige verkiezingen, toen CDA en PvdA streden om de eerste plek. In de laatste dagen voor de verkiezingen was al duidelijk dat het CDA die wedstrijd ging winnen. „Voor SP’ers was er toen niet meer zoveel reden op de PvdA te stemmen, want die werd toch niet de grootste.”
Voor deze verkiezingsrace zou dat kunnen betekenen dat de ChristenUnie-stemmer alsnog naar het CDA overstapt, als die partij in de eindspurt opkrabbelt.
De politicoloog omschrijft Muilwijks bezwaren tegen strategisch stemmen als ’een dappere maar nogal wilde poging’ mensen ervan af te houden. „Je kunt niet zeggen: de ene stem is beter dan de andere. Alle stemmen gelden. Het argument dat PvdA of CDA draagvlak missen met die strategische stemmers vind ik heel erg gezocht.”
Ook gelooft Van Holsteijn niet dat strategische stemmers zo snel teleurgesteld zijn. Ze houden er juist, denkt hij, rekening mee dat ze met die ene stem niet precies kunnen bereiken wat ze willen. Ze sluiten als het ware in het stemhokje al een compromis met zichzelf. „Dat is juist een buffer tegen teleurstellingen”, vermoedt hij.
En ondemocratisch, dat vindt de Leidse politicoloog een vreemd verwijt. „Dat is wel een heel opmerkelijke interpretatie van wat democratie zou mogen zijn”, zegt hij spottend.
Van Holsteijn moet er niet aan denken dat in het stemlokaal wordt gevraagd naar de beweegredenen van de kiezer. Stemmen is geheim en de reden doet er niet toe. Zo is het, en zo moet het wat hem betreft vooral zo blijven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.