*

 

CDA, de ’krabpaal’ van Thieme

Teun Lagas en Ingrid Weel − 04/06/10, 00:00

Het CDA en de Partij voor de Dieren vochten elkaar de afgelopen drie jaar verbaal bijna de tent uit. Demissionair minster Gerda Verburg (CDA, landbouw) blikt terug en kijkt vooruit met de lijsttrekker van de Partij voor de Dieren, Marianne Thieme.

  • Marianne Thieme. (FOTO ROGER DOHMEN )
  • Gerda Verburg: 'Niet terug naar vroeger.' (FOTO ROGER DOHMEN )

’Ik begon je al te missen”, lacht Gerda Verburg als ze het zaaltje van de Tweede Kamer inkomt waar het gesprek tussen de demissionair minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit en de fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren (PvdD) plaats zal vinden. Marianne Thieme zegt vriendelijk maar cynisch: „Dat is geheel wederzijds.” Ze roept in herinnering dat Verburg van alle ministers uit Balkenende IV bijna het vaakst in de Kamer was en dat ze elkaar dus veel zagen.

„Ik ben er blij mee dat landbouw, natuur en voedsel de afgelopen drie jaar zo nadrukkelijk op de Kameragenda stonden”, reageert Verburg. „Al denk ik niet dat dat door de Partij voor de Dieren kwam, want de discussie over verduurzaming en innovatie van de veehouderij loopt al veel langer. Ik ben wel de eerste minister die een nota Dierenwelzijn heeft gepresenteerd. Dat was ons eigen plan.”

Thieme hoort het met verbijstering aan. „De nota Dierenwelzijn is op verzoek van de Kamer gemaakt, dat is dus op conto van de Kamer. Zelfs CDA-Kamerlid Joop Atsma zegt dat er elke dag over dieren wordt gepraat sinds de Partij voor de Dieren in de Kamer zit, al ziet hij dat niet als een toegevoegde waarde maar als ergerlijk.” De beleving van de CDA-minister is een andere: „Het beleidsprogramma waarin besloten is tot een nota Dierenwelzijn is een uitwerking van het coalitieakkoord en daar zat de Partij voor de Dieren toch echt niet bij.”

De twee politici worden het in het één uur durende gesprek dat volgt nooit, maar dan ook nooit eens. Hoewel ze beiden naar een duurzame land- en tuinbouwsector toe willen, staan ze met de ruggen naar elkaar toe. Verburg vertelt tevreden hoe de sector middels innovatie, gestimuleerd door de Universiteit Wageningen waar het ministerie van landbouw goed contact mee heeft, bezig is de slag naar verduurzaming te maken. „De tuinbouwsector wordt van een energieverbruiker een energieleverancier”, zegt ze trots.

Thieme vindt dat het slecht gaat met de verduurzaming. „De landbouwuniversiteit Wageningen heeft meegeholpen aan de bio-industrie die desastreus is voor dier en milieu. Wij moeten daar als meest veedichte land ter wereld iets aan doen. Ik ben niet de enige die dat vindt. Het aantal burgerinitiatieven neemt toe en een grote groep wetenschappers is met een pamflet gekomen waarin ze pleit voor ingrijpende verandering van de vee-industrie.

„Ze waarschuwen voor de fabrieksmatige, mens- en dieronwaardige vleesproductie waarbij dieren nauwelijks buiten komen. De veehouderij zorgt voor stank, het milieu wordt belast, dieren worden over grote afstanden getransporteerd en mensen worden geconfronteerd met allerlei ziekten als de Q-koorts. Maar de minister neemt het allemaal niet serieus.”

Verburg kan haar ongeduld moeilijk verbergen. Haar weerwoord: „De discussie wordt te veel op de emotie gevoerd. Pas daarmee op, wil ik zeggen. Want het aantal dieren op veehouderijen neemt niet toe, veel bedrijven verduurzamen. De stellingen tegen de bio-industrie zijn vaak slecht onderbouwd, ook die in het pamflet van de wetenschappers. Er staan veel pertinente onjuistheden in. Ik pleit ervoor om te discussiëren over valide gegevens.”

En de CDA-minister zou graag wat meer over oplossingen willen praten. „Met meer biologische landbouw waar de Partij voor de Dieren voor pleit, zal de wereld nog meer honger lijden. Of er moet nog meer oerwoud worden gekapt om meer landbouwgrond te verkrijgen.”

Met die opmerking schiet de vlam in de pan bij Thieme. „Wat een krasse uitspraak. Het is de gangbare veehouderij die verantwoordelijk is voor de kap van regenwouden omdat daar graan moet worden geteeld voor veevoer.” Verburg: „Koeien eten tegenwoordig vooral maïs, hoor.” Thieme: „Koeien eten oorspronkelijk gras, hoor.”

Dan de oplossingen. Eerst die van het CDA. Verburg: „Het vraagstuk is nogal complex. Ik ben van de ombouw en niet van afbraak. Ombouw kan alleen op de lange termijn. Ik wil de sector in vijftien jaar ombouwen tot een kringloopsysteem. Om een voorbeeld te geven: varkens verwerken veel restproducten van mensen en dat voorkomt verspilling.”

Is een vleesbelasting waar de Partij voor de Dieren voor ijvert ook een mogelijke oplossing? Verburg: „Nee, dat helpt niet. Het kwartje van Kok leidde er ook niet toe dat mensen minder auto gingen rijden. De boer heeft er ook niets aan. Bovendien hoeft het voedselprobleem niet te betekenen dat mensen minder vlees moeten eten.”

Thieme: „Het gaat er om dat de vervuiler betaalt. De consument moet betalen voor wat hij op zijn bord heeft liggen. Het is vreemd dat er voor vlees – het product dat het milieu het meest belast –- een btw-tarief van zes procent geldt.” Maar Verburg peinst er niet over om de karbonades, runderlapjes en biefstukken duurder te maken. „Vlees moet geen luxe worden. Ik wil niet terug naar vroeger.” Thieme: „Dat is niet terug naar vroeger.”

Maar door minder vlees te eten verminder je toch ook de uitstoot van broeikasgassen? Verburg: „Als landbouw voor eenderde of eenvijfde deel oorzaak is van het klimaatprobleem dan kan landbouw toch ook voor eenderde of eenvijfde deel de oplossing zijn?”

Volgens Thieme is het onmogelijk om meer voedsel te produceren zonder meer plantaardig voedsel in te zetten. Thieme: „Ook diverse CDA-prominenten vinden dat. Ruud Lubbers, Herman Wijffels, Cees Veerman, allemaal zeggen ze dat de vee-industrie is doorgeslagen.”

Dan gooit Verburg het over een andere boeg: „Mensen willen geen betutteling in hun keuken.” De lijsttrekker van de Partij voor de Dieren laat een hele diepe zucht volgen. „Het CDA wil maar niet inzien dat mensen tegenwoordig echt moeite hebben met de manier waarop voedsel wordt geproduceerd. Vlees eten is inderdaad een eigen keuze en moet dat blijven. Maar voor die eigen verantwoordelijkheid van vleeseters moet wel een eerlijke prijs worden gevraagd. Nu kost een ei net zoveel als zestig jaar geleden.”

Naast het verkondigen van haar eigen programma is de Partij voor de Dieren druk bezig met het benadrukken van slechte programmapunten van de andere politieke partijen. Haar jongerenorganisatie Pink! heeft zelfs een website gemaakt onder de naam verlosonsvanhetcda.nl. met honderd voorbeelden ’van het destructieve beleid van het CDA’.

Verburg zegt zo’n aanval ’niet stijlvol’ te vinden. „Als mevrouw Thieme dat goedkeurt, moet ik zeggen dat mijn achting niet stijgt. Er staan ook pertinente onjuistheden op de site. Maar het past in hun strategie: Weg met de boeren, weg met het CDA.” Thieme ziet een patroon in de motivatie van haar tegenstander. „Zo gaat het nou altijd. Alle aantijgingen tegen het CDA – van wie ze ook komen, al zijn het hoogleraren – doet u altijd af als onjuist of onvolledig.”

Is er eigenlijks iets dat de Partij voor de Dieren in de ogen van de minister wel goed deed? Verburg denkt even na en zegt dan: „Niet iets dat mij is opgevallen. Mijn partij is altijd de gebeten hond. De Partij voor de Dieren is een getuigenispartij en die heeft een krabpaal nodig en dat is het CDA.”

Omgekeerd. Is er iets wat minister Verburg goed deed de afgelopen jaren? Thieme: „Het enige winstpuntje dat ik kan bedenken is dat de minister eindelijk inziet dat de veehouderij bijdraagt aan klimaatverandering. Verder staat het CDA diametraal tegenover de Partij voor de Dieren.” Daar zijn ze het met elkaar over eens.

„Dat klopt”, zegt Verburg. „Wij komen op voor mensen én dieren, de Partij voor de Dieren alleen voor dieren.” Thieme weet even niet wat ze hoort: „U komt op voor mensen? Waarom heeft u de Q-koorts, waaraan acht mensen zijn overleden, niet aangepakt?” Dat is weer tegen het zere been van de minister die zegt alles in het werk te hebben gesteld om de Q-koorts te beteugelen in het belang van de volksgezondheid. We besluiten het gesprek te beëindigen en wandelen naar buiten voor toch nog een gezamenlijke foto in de zon.

mailIcon print |