*

 

Boerkaverbod

Sylvain Ephimenco − 20/05/10, 00:00

Gisteren werd door de Franse minister van justitie een wetsvoorstel gepresenteerd dat het dragen van een boerka en andere gezichtsbedekkende sluiers in het openbaar verbiedt.

  • Sylvain Ephimenco (Jorgen Caris)

Door tegenstanders van een boerkaverbod wordt in Frankrijk het negatieve advies van de Raad van State aangehaald dat waarschuwt voor een nieuwe wet. Volgens de raad zou een verbod in strijd met de grondwet kunnen zijn.

Formeel zijn er altijd belangrijke teksten oproepbaar die nieuwe wetgeving in de weg kunnen staan. Maar de vraag is of men een verbod op volstrekt nieuwe verschijnselen als de vrouwvernederende boerka door teksten moet laten toetsen die lang vóór het uitbreken van het moslimradicalisme in Europa werden geconcipieerd. De Franse regering vindt van niet en gelijk heeft ze.

Een ander veel gehoord argument van tegenstanders laat cijfers boven beginselen prevaleren. Er zijn ‘maar’ 2000 boerkadraagsters in Frankrijk, een aantal dat wetgeving niet noodzakelijk zou maken. Persoonlijk vind ik een aantal van 2000 al zeer verontrustend. Gemeten naar de Nederlandse situatie (naar schatting 150 boerka’s op een moslimbevolking van 1 miljoen) zouden in Frankrijk (land van ongeveer 5 miljoen moslims) dan niet meer dan 800 boerkadragende vrouwen moeten zijn. Er zijn er meer dan twee keer zoveel.

Maar afgezien van welke vergelijking ook, vraag ik me af wat de drempel moet zijn om tot wetgeving te komen. 20.000? 200.000? Ooit, dat wil zeggen niet zolang geleden, was in dat land maar een tiental boerka’s zichtbaar. Dit fenomeen is duidelijk aan expansie onderhevig en hoe langer men wacht om deze verwerpelijke gevangenis van stof een halt toe te roepen, hoe moeilijker het zal worden in de toekomst nieuwe wetgeving te handhaven. Over fundamentele beginselen moet je niet marchanderen.

Nu al proberen moslimextremisten de Franse staat te intimideren en te provoceren om een verbod onmogelijk te maken. Maar als er iets is wat het (succesvolle) verbod op hoofddoekjes op Franse scholen (2004) ons heeft geleerd, is het dat standvastigheid loont. Zeker wanneer principes en grondbeginselen in het geding zijn. Al die bombastische demonstraties van orthodoxe moslims tegen het hoofddoekverbod van toen zijn nu allang vergeten. De wet wordt nu gehandhaafd en door niemand betwist. Het is juist wanneer een juridisch vacuüm ontstaat dat het moslimradicalisme wortel schiet.

In verscheidene landen (België, Zweden, Frankrijk) zijn onlangs lezingen of discussieavonden door gewelddadige moslimextremisten ruw verstoord. Eergisteren werd in het Parijse voorstadje Montreuil een debat over de boerka onmogelijk gemaakt dat door de van oorsprong moslima-organisatie Ni Putes Ni Soumises was georganiseerd. Een vijftigtal extremisten van de beweging Cheikh Yassine (pro-Hamas) bestormde de zaal. Er werden deelnemers beschimpt en geslagen. Het aanwezige socialistische kopstuk Manuel Valls verklaarde: „Dit is het bewijs dat een wet noodzakelijk is. Men is bezig de republiek en haar vertegenwoordigers op de proef te stellen, maar ik zal niet wijken.” Wie nu niet wil zien dat er krachten zijn die aan de fundamenten van de rechtsstaat en de seculiere samenleving knagen, legt een zware hypotheek op onze gezamenlijke en gedeelde toekomst.

mailIcon print |