Stadsduiven worden ook wel ’vliegende ratten’ genoemd. Een recent Spaans onderzoek lijkt deze bijnaam te bevestigen. Meer dan de helft van de duiven in Madrid draagt ziekteverwekkers met zich mee die schadelijk zijn voor de mens.
In 2006 voerde het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam eenzelfde soort onderzoek uit met duiven op de Dam. Die droegen beduidend minder ziektekiemen met zich mee; bij slechts één op de tien constateerden de microbiologen van het AMC de bacterie Chlamydophila psittaci in de ontlasting. Deze kan de zogenaamde ’papegaaienziekte’ veroorzaken die leidt tot longontstekingen. Eind 2007 was hiervan een kleine uitbraak in het Gelderse Weurt waar 21 mensen in het ziekenhuis belandden met longklachten.
Zeven op de tien Spaanse duiven hadden sporen van deze bacterie in hun uitwerpselen. De helft van de Spaanse duiven bleek ook nog eens drager te zijn van de bacterie Camylobacter jejuni die bij de mens diarree kan veroorzaken.
„Het verschil met Madrid kan komen doordat de meeste monsters daar voornamelijk in november zijn genomen en die in Amsterdam in maart en mei”, vertelt Jan Buijs. Hij is bioloog bij de afdeling dierplaagbeheersing van de GGD Amsterdam. „Duiven ervaren in het najaar namelijk meer stress: de meeste eieren zijn gelegd, er is een grotere populatie en ze hebben intensievere contacten in het nest. Hierdoor zijn ze vatbaarder voor ziekteverwekkers. Het kan liggen aan de geografische verspreiding van de duiven over de stad. Ook zijn er in het Spaanse onderzoek maar 118 duiven getest en in Amsterdam 331.”
Om duiven te vergelijken met ratten gaat Buijs te ver: „Je kunt ook zeggen dat het vliegende mensen zijn. Het is algemeen bekend dat poep vies is. Of dat nu van mensen is of van duiven. We weten dat er ziektekiemen in zitten, dus moet je voorzichtig zijn met poep.” Vooral opgedroogde duivenpoep in stofvorm kan leiden tot klachten zoals allergische reacties of het oplopen van de papegaaienziekte.
In welke mate de bacteriën overgedragen worden op de mens is nog onduidelijk. Buijs: „Bij direct contact met de duiven komt het voor. Er zijn gevallen bekend van duivenmelkers die sporadisch Chlamydophila oplopen, maar dan is het toch niet precies bekend waar ze het hebben opgelopen.” Onderzoek van het Streeklaboratorium in Haarlem om een betrouwbare test te ontwikkelen voor papegaaienziekte is in juni na twee jaar stopgezet. Er waren te weinig kandidaten met de ziekte.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.