Deze grote stad is dorpser dan ik had durven hopen. De Iraanse winkelier van de hoek spreekt mij aarzelend aan. Of ik weet dat mijn zoon een uur geleden voor tien euro snoep bij hem heeft gekocht.
Nee, dat wist ik niet. Dat vreesde de man al. Ik moet goed begrijpen dat hij mij noch mijn zoon in verlegenheid wil brengen. Dat begrijp ik. En hij heeft ook liever niet dat zoon weet wie de klikspaan was. Ik beloof dat ik het niet zal vertellen.
Wat heeft hij precies gekocht, vraag ik. Twee zakjes m & m, zegt de man. Niet fraai maar het valt me mee, schiet door mijn hoofd. Die m & m’s heeft hij voor de winkel op de grond geschud en van de stoep zitten opeten.
Ik ken zoons voorliefde voor picknicken op de onmogelijkste plaatsen. Daarna kocht hij ijsjes voor de rest van zijn tientje. Niet alleen voor zichzelf, ook voor twee vriendjes – dat dan weer wel.
De stoom komt uit mijn oren, die vijftig passen naar huis. Eerst manlief vragen of die wellicht een vlaag van verstandsverbijstering heeft gehad, denk ik geheel tegen mijn natuur en tegen beter weten in. Nee, man weet van niets.
Beneden zit zoon met een vriendje te spelen op de Wii. Dat ik hem nú even in de keuken wil spreken, zeg ik. Of het heel even kan wachten, vraagt zoon, hij is net bezig in the next level te geraken. Nee, het kan ab-so-luut niet wachten, zegt man. Verbaasd kijkt zoon ons aan. Wat kan er op een zomerse woensdagmiddag in vredesnaam zoveel haast hebben, zie je hem denken.
Heb jij voor tien euro snoep gekocht in het winkeltje op de hoek?, vraag ik op hoge toon. Zoon trekt zijn wenkbrauwen in twee vragende bogen. Twee grote blauwe ogen kijken me aan; de ogen van mijn baby, mijn peuter, mijn kleuter, mijn jongetje.
Nee hoor, hoe kom je daar nou bij, zegt hij. Een fractie van een seconde wil ik de hele scène afblazen – zie je wel, zoiets doet mijn kind niet. Maar man houdt voet bij stuk. Je kocht twee zakjes m & m, zegt hij. Eén!, verraadt zoon zichzelf. Niet jokken!, hoor ik mezelf zeggen met overslaande stem. „Zeg gewoon hoe het zit. En waar kwam dat geld vandaan?” Nu er geen lieve moedertje meer aan helpt, komt zoon half huilend met het verhaal over de brug. Het geld heeft hij eigenhandig uit zijn spaarpot gepeuterd – oh, gelúkkig, denk ik. „Het was dus gewoon mijn eigen geld”, zegt hij. En ja, toen dus die m & m’s en later die ijsjes. „Maar ook voor mijn vriendjes hoor.” Zoon zal het nooit meer doen. Echt niet? Nee, echt niet.
’s Avonds in bed zegt hij spontaan dat het hem spijt. En mams? Die belandt weer eens iets te laat in the next level.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.