*

 

Het onheil zit vooral onder water

Kees de Vré − 20/05/10, 00:00

Als de olie van het wateroppervlak is opgeruimd, lijkt de milieuramp in de Golf van Mexico voorbij. Maar experts waarschuwen voor de gevolgen ónder water. „Polycyclische aromaten zijn kankerverwekkend.”

  • De plek van het olielek, diep onder het zeeoppervlak. (FOTO AP )
  • Oliesporen in de Golf van Mexico, 6 mei. (Trouw)

De olieramp in de Golf van Mexico kan wel eens veel groter worden dan wij denken, zegt ecotoxicoloog John Schobben. „Wij zijn erg geconcentreerd op wat we zien, de olievlek op het water. Als die weg is en er zijn geen dode vogels meer waargenomen, is het probleem opgelost, denken we dan. Wat zich onder water afspeelt, is echter ook bedreigend. Omdat dit olielek op een diepte zit van anderhalve kilometer doet de borrelende olie er een tijd over om aan de oppervlakte te komen. Op die lange weg geeft de olie grote hoeveelheden giftige stoffen af die in het zeewater worden opgenomen. Dan moet je onder andere denken aan polycyclische aromaten. Die zijn kankerverwekkend.”

Schobbens waarschuwing wordt ondersteund door onderzoekers van de Universiteit van Georgia. Die kwamen afgelopen weekeinde naar buiten met hun ontdekking van oliepluimen van kilometers lang en wel 90 meter in doorsnee die op grote diepten door het water zweven. Tot op ruim 30 kilometer vanaf het rampplatform Deepwater Horizon zijn ze waargenomen, vertelde Samantha Joye, een van de onderzoekers. Door het lek komt er dagelijks bijna 800.000 liter olie in het water. „Als dit zo doorgaat, ontstaan er grote dodelijke zones”, zei Joye maandag in het Britse dagblad The Guardian.

Schobben, hoofd milieu van Imares, het instituut voor marien ecologisch onderzoek van de Wageningen Universiteit, is niet bekend met het Amerikaanse onderzoek, maar hij kan zich er wel iets bij voostellen.

„Olie is een complex mengsel”, zegt hij. „Het is weliswaar een natuurproduct, maar in hoge concentraties bevat het giftige stoffen als tolueen en benzeen. Die zijn echter goed oplosbaar in zeewater. De boosdoeners zijn met name de pak’s, de polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Wij kennen ze van het zwartgeblakerde vlees dat te lang op de barbecue heeft gelegen. Ze komen ook voor in sigarettenrook. In de Nederlandse kustwateren kwamen die pak’s ook voor door lozingen van de industrie, illegale olielozingen door schepen en vervuiling die via de lucht in de zee terechtkwam. In de jaren tachtig zijn we begonnen ze te verminderen, omdat we met name bij platvis levertumoren constateerden. Dat zagen we al bij lage concentraties aan pak’s.”

Vertalen naar een andere situatie is altijd ingewikkeld en Schobben kent de situatie ter plekke niet, maar hij durft wel te stellen dat de onzichtbare effecten groot zullen zijn.

„Ik ken de olieconcentratie in de Golf van Mexico niet, maar bij lage concentratie is het dus al gevaarlijk. Vissen krijgen dat via hun kieuwen binnen. Het gaat echter niet alleen om die giftige stoffen, maar ook om het oplossen van olie in zeewater. Dan ontstaat er een fijne emulsie die vernietigend werkt op organismen die hun voedsel binnen krijgen via het filteren van water. Dan moet je denken aan schelpdieren en plankton. Die olie-emulsie verstopt hun spijsverteringskanaal. Schelpdieren en plankton staan aan de basis van hele ecosystemen. Wat gebeurt daarmee?”

De zichtbare effecten van de olieramp worden doorgaans met oplosmiddelen bestreden. Volgens Schobben verergert dat het probleem onder water.

„Die olie wordt opgelost, maar niet afgebroken waardoor het onder water toch zijn vernietigende gevolgen heeft”, aldus Schobben. Anderzijds wordt zo wel weer bereikt dat de olie niet de kreken en moerassen van Louisiana binnendringt. Dat zijn erg kwetsbare ecosystemen.”

Pak’s zijn niet te bestrijden, je moet wachten totdat ze zo ver zijn verdund dat ze geen kwaad meer kunnen, of dat ze op natuurlijke wijze worden afgebroken. „Dat hangt mede af van de stroomsnelheid in de Golf bij Louisiana. Die is laag daar, dus het kan lang duren. Een vergelijking met de ramp bij Alaska met de tanker Exxon Valdez in 1989 ligt voor de hand. Dat betrof echter zwaardere olie en tot tien jaar na de ramp zijn er toxische stoffen in het gebied aangetroffen. In de Golf is sprake van lichtere olie, maar ik durf wel te stellen dat het daar nog zeker een jaar of vier duurt totdat het weg is.”

mailIcon print |