*

 

’Taal en rekenen zijn toch de hete hangijzers’

Ricus Dullaert − 20/05/10, 00:00

Basisscholen leggen meer nadruk op taal en rekenen. Mooi, maar er zijn valkuilen: minder aandacht voor andere vakken, meer nadruk op scores.

  • 'Als je geen verwachtingen uitspreekt tegen kinderen, dan halen ze die ook niet.' (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Achterin het lokaal van groep 3 van basisschool Ter Duinen in het Zeeuwse Kloosterzande ligt allerlei gereedschap. Door de leerlingen mee naar school genomen, en voorzien van naamkaartjes. Een accuboor, een beitel, een waterpas, enzovoort. „Noah, ik wil dat jij een duimstok gaat halen”, verzoekt juf Marie-Louise Goeree. De 6-jarige Noah moet even zoeken, en komt terug met een oranje duimstok.

Even later lopen alle kinderen door het lokaal heen met blauwe kaartjes. De helft heeft de naam van een stuk gereedschap, de anderen de omschrijving ervan. Noah heeft de waterpas, en is op zoek naar degene met het bijpassende kaartje. Een klasgenootje leest haar kaartje voor: „Gereedschap waarmee je kunt zien of iets recht is.” Ze pakt Noah bij de hand en samen lopen ze naar de juf.

Op Ter Duinen besteden de leerlingen veel aandacht aan taal, vaak in groepjes of andere vormen van samenwerking. Het is onderdeel van het project ’Leren lezen met effect’, vertelt directeur Edwin Kint. Dat project was ook wel nodig: dertig procent van de leerlingen haalde in 2006 een onvoldoende op taalgebied. Geen incident, want alle veertien scholen van bestuur De Linie scoorden onder de maat.

Ter Duinen is een van de 1470 scholen die extra aandacht schenkt aan taal in de klas. Daarnaast zijn er nog eens 400 scholen die datzelfde doen met rekenen. De projecten moeten het taal- en rekenniveau van de Nederlandse basisschoolleerlingen verhogen. Want dat ligt onder vuur, vindt het ministerie van onderwijs. Daarom worden per 1 augustus in het basisonderwijs ’referentieniveaus’ ingevoerd voor taal en rekenen (zie kader). Daarin staat beschreven wat leerlingen aan het eind van de basisschool precies moeten kennen en kunnen. Mogelijk worden scholen uiteindelijk beoordeeld op het al dan behalen van dat niveau.

Nederland is niet het eerste land dat zich focust op taal- en rekenopbrengsten. Onder meer Amerika en Engeland gingen ons voor. Daar had de nadruk op meetbare resultaten vervelende bijeffecten: uit het Engelse Cambridge Primary Review van vorig jaar bleek dat de overheid zich zoveel op taal- en rekenonderwijs had geconcentreerd dat het ten koste ging van andere vakken waarvan de resultaten moeilijker te meten zijn, zoals kunst en geschiedenis. Ook in Amerika hadden scholen deze klacht na onderwijshervormingen onder president Bush.

Het is een reëel gevaar dat de invoering van referentieniveaus ook in Nederland tot een verarming van het curriculum leidt, zegt Sjoerd Karsten, hoogleraar onderwijskunde aan de UvA. „Als scholen worden afgerekend op rekenen en taal, gaan ze strategisch gedrag vertonen. Dan zeggen ze bijvoorbeeld: dan gaan we minder gymmen.

„Doelen stellen is op zich goed, maar ik zou liever doelen voor meerdere vakken willen zien.”

Roel Weener, projectleider van de taal- en rekenverbetertrajecten in Nederland, herkent de risico’s en probeert er rekening mee te houden. „Het is niet de bedoeling dat alle tijd naar taal of rekenen gaat”, zegt hij. „Je moet een balans vinden.” Dat kan volgens Weener door meer met taal te doen in andere vakken als wereldoriëntatie en techniek. Ook niet onbelangrijk: leerlingen die goed scoren op die basisvaardigheden blijken ook beter te zijn in overige vakken, zegt hij.

Volgens Karsten is het maar de vraag of het zo werkt. „Zeker op de basisschool geldt dat het communicerende vaten zijn: besteed je meer aandacht aan taal, gaat dat ten koste van andere vakken.”

Weener geeft toe dat er ook scholen zijn die er bewust voor kiezen om minder aan expressie en handenarbeid te doen ten gunste van taal en rekenen.

„Vooral de zwakkere scholen reserveren daar meer tijd voor. En dat is ook goed. We zeggen: Begin zeker in de onderbouw elke dag met taal, al is het maar tien minuten. Die leerlingen moeten toch eerst de basisvaardigheden op orde krijgen voordat ze in andere vakken verder kunnen.”

In Kloosterzande gaan handenarbeid en aardrijkskunde niet achteruit door het taalprogramma, zeggen ze. De kunst is om efficiënter om te gaan met de tijd die je hebt. Maar hoe doe je dat? „Niet door de rekenles weg te halen, maar door telkens duidelijk te maken wat ze aan het leren zijn”, aldus juf Carla de Booij.

Doelen stellen en kijken of ze gehaald worden is het devies op Ter Duinen. Daarom vertelt De Booij haar groep 7 aan het begin van de les wat ze gaan leren van het lezen van een informatieve tekst over dierentuinen. „Die tekst begrijpen is lastig. Maar vandaag leren we een hulpmiddeltje om hem aan te pakken: kennisvragen. Dat zijn vragen waarvan je het antwoord letterlijk in de tekst terugvindt.” De leerlingen gaan op zoek naar kennisvragen in de tekst. „Ik heb er een”, roept Stefanie (11). „Hoe lang is het geleden dat de mens dieren ging bestuderen?” Aan het eind van de les bespreekt de klas na wat ze geleerd hebben.

Groep 7 heeft meer manieren om het taalniveau omhoog te krijgen. Het meest in het oog springende voorbeeld is de leeshoek: een bed waar kinderen die hun taak afhebben mogen gaan lezen in een zelfgekozen boek. De Booij noemt andere voorbeelden: „Soms gaan we zandloperlezen. Dan kijken we hoever een leerling in een bepaalde tijd in een tekst komt. En we werken veel in groepjes. Vroeger was het nog wel eens zo dat goede leerlingen alle antwoorden gaven. Dat is nu voorbij.”

De inspectie is blij met een dergelijke aanpak. In het recent verschenen jaarverslag prijst het het ’opbrengstgericht onderwijs’ (zie kader). Het is wel te begrijpen waarom: sinds Ter Duinen met de nieuwe methode werkt, is het aantal leerlingen dat onvoldoende scoort op taalonderdelen meer dan gehalveerd. Ook juf Goeree van groep 3 is enthousiast: „In de oude methode stond soms: ’gebruik een verloren moment tussen de lessen in’. Maar die momenten heb ik helemaal niet meer.” Het programma zit daardoor wel vol, zegt De Booij. „Soms gooi ik even de rem eraf. Dan ga ik buiten lesgeven of iets dergelijks.”

Is de taalmethode die Ter Duinen hanteert dan de oplossing om de resultaten omhoog te krijgen zonder dat dit ten koste gaat van andere vakken? Niet helemaal. Want er wordt dan wel evenveel tijd aan gym besteed, vanaf volgend schooljaar duurt de middagpauze nog maar drie kwartier in plaats van een uur. Die extra tijd – de Kloosterzandertjes gaan elk jaar 50 uur langer naar school – is nodig om het taalniveau goed te houden, zegt directeur Kint. Van de ouders verwacht hij geen protest. Ook de leraren zien het wel zitten. De Booij: „Die extra uren moeten er komen. Want taal en rekenen zijn nu eenmaal hete hangijzers.”

mailIcon print |