Het gaat de laatste weken alleen maar over bezuinigen, terwijl het onderwerp van discussie zou moeten zijn: Waarmee gaat Nederland zijn geld verdienen?
Het is maar de vraag of het wel zo’n slimme keuze is van de Nederlandse politiek om de verkiezingen uitsluitend in het teken te laten staan van het huishoudboekje van de overheid. Het gaat immers alleen maar over bezuinigingen. Dat het ook kan gaan over hoe de BV Nederland de komende jaren geld gaat verdienen, vindt de landelijke politiek kennelijk minder interessant.
Maar dat is wel waar het over moet gaan. Immers, de welvaart wordt vooral bepaald door de wijze waarop het geld wordt verdiend. Dat is ook de basis waarop de belastingen worden geïnd die de overheidsfinanciën dragen. Wat dat betreft is Nederland gewoon een bedrijf net als alle andere: deze inkomsten overkomen je niet toevallig, die moet je sturen. Sterker, die kun je maken.
Welvaart is maakbaar. En net als een bedrijf niet kan bestaan als het alleen maar in kosten snijdt en zich niet bezighoudt met het produceren en verkopen van goederen en diensten, zo kan Nederland de welvaart van de burgers alleen garanderen als de overheid ook een duidelijke visie heeft op waar de komende jaren mee verdiend gaat worden. Alleen dan blijft investeren in bijvoorbeeld onderwijs en zorg mogelijk.
Geld verdienen lijkt tegenwoordig in Nederland van ondergeschikt belang. De burgers hebben geen idee meer waar ze goed in zijn, waar ze goed in willen zijn en welke kansen ze moeten benutten. Ze reizen wat het land door, richten een innovatieplatform op, luisteren naar iedereen en maken een visie die bestaat uit een optelsom van deelbelangen. Ze hebben het over de kenniseconomie, zonder besef te hebben van waar ze in willen excelleren.
Het idee dat de kenniseconomie van Nederland voorloopt en in het algemeen beter is dan opkomende landen als India en China, is een staaltje van misplaatste arrogantie. Nederland is een gewoon land dat in bepaalde sectoren kan excelleren, door denken en doen. Maar het begint met visie hebben en keuzes maken. Om de welvaart te behouden, moet daar nu mee worden begonnen.
Nederland is de laatste jaren verwend geweest, om het woord decadent maar niet te gebruiken. Het heeft een consumptie-economie opgebouwd die grotendeels bestond uit een vastgoedzeepbel. Die bel is doorgeprikt en herstelt zich niet meer. Het land kan nu niet meer volstaan met nadenken over hoe geld te verdienen met het domweg neerzetten van kantoren en huizen. Het moet nu gaan over wat er in die gebouwen te produceren valt en hoeveel mensen daar kunnen werken.
Dat vergt niet alleen een bezuinigende overheid, maar juist een investerende en vooral ondernemende overheid. Dat zal moeilijk, maar niet onmogelijk zijn. Enige economische bijscholing kan voor de volksvertegenwoordigers geen kwaad. Niet alleen over de overheidsfinanciën, maar juist over hoe Nederland zijn geld gaat verdienen.
Zonder inkomsten uit verdiensten is er geen geld voor de zo gewenste voorzieningen. Sterker, er zijn juist betere voorzieningen nodig. Dat kan, maar het geld moet wel eerst verdiend worden.
Waarmee gaat de BV Nederland haar geld verdienen? Wat zijn de sterke punten? Waar liggen de kansen in de wereld? De wereld schreeuwt om voedsel. Welnu, Nederland ligt in een vruchtbare delta en blijft altijd een van de vooraanstaande voedselproducenten van de wereld. Dus wordt er geïnvesteerd in kwalitatief en hoogwaardig voedsel en in een sterk agro-industrieel complex. Met de universiteit van Wageningen en de daaromheen groeiende Food Valley als dynamische motor voor verdere voedselinnovatie.
Aanvullend biedt de medische industrie vele kansen, met daaraan gekoppeld biotechnologie (die weer relaties heeft met de agrosector). Kansrijk is bijvoorbeeld de samenwerking tussen de universiteiten van Nijmegen en Twente en een aantal grote bedrijven om medische technologie te ontwikkelen.
Niet alleen de cure moet voortdurend onderwerp zijn van verdere innovatie, ook de care. Met het bedrijfsleven moet gewerkt worden aan de verdere toepassingsmogelijkheden van domotica, voor de eigen vergrijzende bevolking, maar ook voor een wereld met steeds meer ouderen.
Veel burgers worden rijker en reizen steeds meer rond. Daarom moet worden geïnvesteerd in de recreatief-toeristische infrastructuur (erfgoed, cultuur en natuur). Nederland leeft bij water. Het beheersen van waterkwaliteit en het zorgen voor voldoende water en grote waterwerken hebben grote exportwaarde.
Een duurzame, zo mogelijk autarkische energievoorziening is een randvoorwaarde in een wereld die steeds meer vecht om de schaarse energiebronnen en een goede luchtkwaliteit. Hier ligt een stevige uitdaging om enerzijds veel meer dan tot nu toe in te zetten op eigen energieopwekking, en anderzijds te gaan voor duurzame afvalverwerking en hergebruik van materialen. Dit zijn de keuzes.
Dat vraagt snel plannen maken die het CPB kan doorrekenen. Het is eigenlijk bijzonder, dat de economen de groei van de economie bepalen zonder input hoe we het geld verdienen, maar op basis van bezuinigen. Alsof de economische groei een fysische wetmatigheid is die je overkomt. Nee, economische groei moet je maken!
Een belangrijk onderdeel van dit aanvalsplan is het eerherstel voor creërende beroepen. Dan gaat het niet alleen over opleidingen op hbo- en universitair niveau, maar vooral over eerherstel van het vakmanschap op het vmbo- en mbo-niveau. Ook hierop moet de overheid meer sturen. Het kan toch niet zo zijn dat de zeshonderd psychologiestudenten die zich twee jaar geleden op de Universiteit van Nijmegen hebben aangemeld allemaal worden gehonoreerd in hun keuze en dat de samenleving zich neerlegt bij het schamele aantal van zeventien natuurkundestudenten op datzelfde moment. Juist onderwijs vraagt om een sturende overheid die bereid is te investeren in haar jeugd. Een jeugd die er recht op heeft om te leren hoe ze haar eigen geld moet verdienen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.