Ooit waren Nederlanders liever ziek dan conservatief. Dat verandert, zeker nu dertigers, die de ontluistering van socialistische en liberalistische ideologieën zelf meemaakten, hun stem laten horen.
Waarom is het voor iedereen een leerzaam intellectueel avontuur om kennis te nemen van het conservatisme, ongeacht de politieke kleur waartoe hij zichzelf rekent? Omdat het conservatisme een denkwijze is en geen denksysteem, een levenswijsheid veeleer dan een politieke leer. Je steekt er hoe dan ook wat van op, ook al zou je zelf de laatste zijn die zich conservatief noemt.
Het conservatisme valt buiten de geijkte politieke denkkaders, zoals ’links’ of ’rechts’, en het is alleen daarom al onjuist het als contrapunt van progressiviteit te beschouwen. In de titel van de bundel ’Conservatieve vooruitgang’, met portretterende essays over conservatieve denkers, willen de redacteuren Thierry Baudet en Michiel Visser tot uitdrukking brengen dat conservatisme vooruitgang niet in de weg hoeft te staan, integendeel.
Zij zijn zonder meer geslaagd in hun opzet te laten zien hoe een conservatieve denkwijze ons verder kan helpen bij maatschappelijk brisante onderwerpen als populisme, de milieucrisis, religie en cultuur. Dat gebeurt aan de hand van het gedachtengoed van ’de grootste denkers van de twintigste eeuw’, intellectuelen van allerlei politieke snit. Hun overeenkomst is dat zij een wereld- en mensvisie hebben die hen als conservatief stempelt.
Baudet en Visser plaatsen conservatief wél tegenover revolutionair. In een revolutie, gewelddadig of niet, zetten mensen in naam van een ideaal de geschiedenis naar hun hand, hetgeen niet zelden ten koste gaat van degenen die dat ideaal niet delen. Conservatieven zijn beducht voor de verleiding van utopische idealen: niets is gemakkelijker dan op het geduldige papier een volmaakte sociale orde te ontwerpen. Zij bewandelen liever de weg der geleidelijkheid. Niet alleen omdat naast die weg minder slachtoffers liggen, maar ook omdat elke geforceerde breuk in de tijd ook een breuk is met de kennis, ervaring en levenswijsheid die vorige generaties hebben opgebouwd en doorgegeven.
Historisch besef behoort tot de wezenskenmerken van het conservatisme, blijkt ook uit deze bundel. „Het heden is de aanwezigheid van het verleden en de toekomst tegelijk, het punt waar zij elkaar treffen”, is een typerende uitspraak van Ortega y Gasset, een van de conservatieve erflaters die in ’Conservatieve vooruitgang’ worden besproken. Volgens conservatieven is het, met andere woorden, noodzakelijk de lijnen uit het verleden met het heden te verbinden, opdat mensen ook in de toekomst kunnen profiteren van de morele en feitelijke kennis die in de loop der tijd is opgebouwd.
In Nederland, waar men lange tijd volgens de katholieke leider Nolens liever als dief dan als conservatief te boek stond, ontbrak het tot in de jaren negentig aan intellectuele nieuwsgierigheid naar conservatisme. Dat dode tij is sindsdien verlopen, mede dankzij de ontvankelijkheid van een aantal jonge academici voor de conservatieve denktraditie, onder wie de redacteuren van de bundel Baudet (27) en de dertiger Visser. Een mogelijke verklaring is dat zij getuige waren van de ontluistering van eerst het socialisme en nadien het marktliberalisme, beide vormen van economisch en politiek rigorisme, waarin de mens zich heeft te voegen naar ofwel het dogma van de gelijkheid, ofwel het dogma van de vrijheid.
Het ondogmatische karakter van het conservatisme, dat een manier van kijken is en geen ideologie, biedt dan een aantrekkelijk contrast.
Het conservatisme is niet gestoeld op een politiek systeem, zoals het socialisme en het liberalisme, maar op een mensbeeld. Het gaat ervan uit de mensen feilbaar zijn. Zij zijn, aldus Ortega y Gasset, „meester van alle dingen, maar geen meester van zichzelf”. Conservatisme wordt daarom nogal eens geassocieerd met misantropie, alsof mensen onbekwaam zijn tot het goede, maar niet dát is de kern van de gedachte, als wel de overtuiging dat mensen bereid moeten zijn te leren van hun fouten. Zij kunnen zichzelf op een hoger intellectueel en moreel peil brengen, mits ze openstaan voor de gedachte dat anderen het beter kunnen weten dan zij.
Daarom is het belang van een goede vorming en opvoeding een thema in tal van bijdragen aan ’Conservatieve vooruitgang’. In het onderwijs leggen conservatieven de nadruk op vorming, meer dan op het aanleren van vaardigheden. De wijsheid die ligt opgetast in de grote filosofieën en religies moet de bron van deze vorming zijn. Naast historisch besef, zijn discipline en cultuur dan ook trefwoorden van het conservatisme, waarbij cultuur moet worden opgevat in de ruime zin van het woord, van kunst tot religie, van moraal tot recht. Onder deze condities is in de conservatieve zienswijze vooruitgang mogelijk. Daarom sluit conservatisme ook zeker geen veranderingen uit en is het woord ’behoudzucht’ allesbehalve een synoniem.
De bundel ’Conservatieve vooruitgang’ schetst een goed beeld van dit gedachteNgoed. In politieke zin is het waard te noteren dat als Wilders zichzelf duidt als ’sociaal-conservatief’, hij niet weet waarover hij het heeft. Zijn neiging onrust te stoken en tegenstanders uit te schelden, zijn populisme, zijn weerzin tegen elites en zijn pleidooi voor directe democratie, stuk voor stuk zijn dat eigenschappen waar het conservatisme niets van wil hebben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.