De Tsjechische Arbeiderspartij is nationaal-socialistisch. Naar eigen zeggen is ze niet vergelijkbaar met haar gewelddadige, historische naamgenoot in Duitsland. Maar acties van aanverwante groeperingen doen anders vermoeden.
De afgelopen jaren werd Tsjechië meerdere malen opgeschrikt door racistisch geweld, gericht tegen Roma. In februari van dit jaar verbood het Constitutionele Hof in Brno de Arbeiderspartij (DS), onder meer omdat deze contacten zou onderhouden met gewelddadige neonazi’s. De verboden partij doet dit weekeinde gewoon mee aan de verkiezingen als ’Arbeiderspartij voor sociale rechtvaardigheid’ (DSSS).
„Het verbod heeft ons alleen maar populairder gemaakt”, zegt partijleider Tomas Vandas tevreden. „We denken dat 3 procent haalbaar is. Dat zou ons een goede uitgangspositie geven voor de lokale verkiezingen in het najaar.” Een partij met minimaal 3 procent aanhang komt in aanmerking voor subsidie.
De in zwart leren jack gehulde manager van een Praags bouwbedrijf is het gezicht van extreem-rechts in Tsjechië. En dat is volgens hem ook het grote verschil met andere organisaties. „Wij hebben een publiek gezicht. Wij zijn een politieke partij. Je kunt ons niet vergelijken met organisaties die alleen een website hebben en beweren nationaal-socialistisch te zijn.” De Arbeiderspartij is naar eigen zeggen ’Tsjechisch nationaal-socialistisch’. Dat is volgens Vandas heel iets anders dan het nationaal-socialisme van de nazi’s. Wat het verschil precies is, blijft echter vaag.
Voor Michal Mazel is de zaak kraakhelder: „De Arbeiderspartij lijkt meer op het Duitse nationaal-socialisme, dan op het Italiaanse fascisme. En nationaal-socialisme is verboden in Tsjechië.” Mazel was tijdens het proces tegen de Arbeiderspartij expert op het gebied van extreem- rechts. Volgens hem moest de regering de partij wel verbieden. „Voordat de Arbeiderspartij bestond, was nationaal-socialisme voorbehouden aan ondergronds opererende organisaties. Het bestaan van een partij verleent het nationaal-socialisme legitimiteit.”
Hij verwerpt het idee dat het verbod de steun voor de DSSS vergroot: „Voor het proces zagen mensen hen als strijders tegen Roma-criminaliteit. Nu staan ze bekend als fascisten.” Volgens Mazel doen Vandas en de zijnen alles om het nationaal-socialisme weer salonfühig te maken, maar zullen de Tsjechen daar niet intrappen. „Hun contacten met openlijke neonazi’s laten zien wie ze echt zijn.”
Vandas is zich heel goed bewust van dit gevaar. „Ik ken die mensen niet, alleen hun websites. Als ik ze ooit ben tegengekomen, heb ik dat niet geweten, want het staat niet op hun voorhoofd geschreven.” Bijvoorbeeld tijdens de anti-Roma demonstraties in het stadje Litvinov, die uitdraaiden op een veldslag met de politie. „Wij organiseerden alleen de bijeenkomst op het stadsplein, niet de mars die daarop volgde. Ik kan onmogelijk weten of onze aanhangers deelnamen aan die mars.” Hij weet echter wel wie schuldig was: „Het conflict werd uitgelokt door de politie, die de route van de mars blokkeerde.”
De Roma zijn niet het belangrijkste doelwit van de partij. De grote vijand is de Europese Unie en het grote voorbeeld de Franse extreem-rechtse politicus, Jean-Marie Le Pen. „Tsjechië is alleen in naam nog soeverein. In Brussel zitten allerlei mensen die over ons kunnen besluiten”, zegt hij verbeten. „Brussel wil een Europese superstaat, om een massale instroom van immigranten voor te bereiden.”
Behendig manoeuvreert Vandas zich in de rol van martelaar. „Wij worden vervolgd. Mensen zijn bang om ons openlijk te steunen.” Het verbod op nationaal-socialistische symboliek is volgens hem een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. „Iedereen mag met een rode ster over straat lopen, maar je wordt gestraft als je een vlag met een hakenkruis in huis hebt.” Hij verwijst naar VS. „Daar worden geen symbolen verboden. Zo zou dat hier ook moeten zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.