Tot 9 juni hebben ze de tijd om hun partijen aan te prijzen. Oude rotten strijden naast nieuwelingen om de gunst van de kiezer. Trouw portretteert de lijsttrekkers van 2010 en hun partijen. Deze week: Alexander Pechtold van D66. „Je wil iemand in leven al niet teleurstellen, maar de verantwoordelijkheid na het leven is misschien nog wel groter.”
Opgewekt zit D66-leider Alexander Pechtold in de lobby van Hotel de l’Europe in Amsterdam. De komst van PvdA-leider Cohen, de virtuele daling in de peilingen, het lijkt de voorman van de driekoppige Kamerfractie niet te deren. „We zijn verdrievoudigd in Europa, verviervoudigd in de gemeenten, laten we dat een passend vervolg geven op 9 juni”, herhaalt hij keer op keer.
Maar terwijl het ledental van zijn partij groeit, maakt hij zich zorgen om het land. Over de woningmarkt, de arbeidsmarkt en het onderwijs. Maar ook over de paniekreactie die twee dagen eerder, op een steenworp afstand van Hotel L’Europe, uitbrak tijdens de Dodenherdenking op de Dam. „Ik heb de afgelopen jaar al vaak gezegd dat we dat doemdenken rond terrorisme en dat maakbaarheidgevoel rond veiligheid echt meer aan banden moeten leggen”, begint Pechtold. „Nu zien we dat iemand met een groen petje en een witte jurk het hele station Den Bosch ontregelt en iemand met een stoornis een hele herdenking in de war schopt. Ik denk dat we daar tien, twintig jaar geleden rustiger mee waren omgegaan.”
De verkiezingen gaan over puntenlijstjes, over de plannen voor de komende vier jaar. Wat kunnen politieke partijen tegen dit soort angstgevoelens beginnen?
„Ik vind niet dat partijprogramma’s boodschappenlijstjes zijn, het gaat over het ideaalbeeld van de maatschappij waarnaar je streeft. Hoe wil je de arbeidsmarkt? Maar ook: op welke manier wil je politiek bedrijven? Op welke momenten agendeer je iets en hoe? Surf je mee op bepaalde gevoelens of durf je soms ook weerwerk te bieden? Ik heb er heel veel moeite mee om op het moment dat een tbs’er ontsnapt het hele tbs-systeem aan de orde te stellen. Ik vind juist dat je op zo’n moment het tbs-systeem, dat ook een deel van onze beschaving is, moeten durven te verdedigen. Zodra echter een tbs’er ontsnapt en een misdaad begaat, wordt niet gekeken hoe het systeem kan worden verbeterd. Nee, het hele systeem wordt ter discussie gesteld. Dat geldt voor onze vrijheden en privacy als herdenkingen door de war worden geschopt door vermeende terroristen. Want daar komt het uit voort, men gaat ‘bom!’ schreeuwen. En het geldt voor de integratie zodra een paar jochies de bussen in Gouda onveilig maken.”
Het integratiedebat is inmiddels meer naar de achtergrond verdrongen door de economische crisis...
„Ik denk dat het belangrijk is dat de verkiezingen daar nu niet primair over gaan, maar vrees dat het nog steeds een open zenuw is. Het is maar de vraag of de overheid wel zo’n sturende rol kan hebben bij de integratie, of ze mensen integratie af kan dwingen. Ik denk dat het meer tijd vergt en dat het vooral rust nodig heeft om de goede cijfers die we nu al zien door te laten zetten. De vraag is: heb je alleen oog voor de excessen en de incidenten, of durf je ook te zien dat integratie participatie is, onderwijs en werk, en dat dit tijd kost. Dat er soms een generatie overheen gaat voordat het succesvol is.”
U wil jaarlijks 2,5 miljard in onderwijs investeren. Gaat u daarmee ook de – zoals uw partij dat noemt – ‘stelselmatige onderschatting van allochtonen’ oplossen?
„Je kunt het stimuleren, klassen kleiner maken, zorgen dat in wijken met problemen leraren beter betaald worden, waardoor er betere leraren voor de klas komen. Maar daar houdt het wel op; gedwongen spreiding wordt erg moeilijk. Die delen van integratie zijn lastig.”
Over gedwongen maatregelen gesproken, u bent ook voor een acceptatieplicht in het bijzonder onderwijs. Ouders hoeven de grondslag van de school niet te onderschrijven; respecteren vindt u voldoende.
„Ik vind dat sommige scholen nogal eens misbruik maken van de vrijheid van onderwijs. Ik zal artikel 23 niet tot het grootste punt van de komende vier jaar maken, en ik sta voor die vrijheid, dat is denk ik een belangrijk signaal. Maar zorg dat het niet misbruikt wordt. Is het een heel groot probleem binnen het onderwijs? Nee. Maar het is wel een principieel punt, het gaat om non-discriminatie en dat is ook een grondrecht.”
Een ander punt. In oktober stond uw partij op 26 zetels in de peilingen, inmiddels is dat 11. Hoe verklaart u dat?
„In een andere peiling zijn we nooit boven de negentien zetels gekomen. Ik laat me niet gek maken door extremen aan de ene noch de andere kant. Drie jaar is lang. Drie maanden is tegenwoordig al lang en er kan in drie weken zelfs nog heel veel gebeuren. Je merkt ook dat nu pas echt de doorrekening van het Centraal Planbureau, de echte hardheid van verkiezingsprogramma’s, een rol gaat spelen.
„En je ziet dat de eerste deukjes van sommigen – die al heilig verklaard de arena zijn binnen gekomen – ook beginnen te komen. Er zijn dus veel kansen. Ik heb de afgelopen jaren een constante winst in de peilingen gehad. We kunnen nog een laatste eindspurt maken, terwijl anderen misschien iets te vroeg gepiekt hebben.”
Uw partij is opgericht voor bestuurlijke vernieuwing. Heeft u wel eens overwogen om voor de verkiezingen een soort Progressief Akkoord te sluiten, zoals PvdA, PPR en PSP in de jaren zeventig deden, zodat de kiezer voor de verkiezingen weet waar hij aan toe is?
„Dat zou ik heel interessant vinden. Maar wil ik wel eerst weten wat progressief is. Links en rechts zijn twee begrippen uit de jaren zeventig die steeds minder stand houden; de sociaal-economische agenda van PVV en SP overlappen elkaar grotendeels. Interessanter onderscheid vind ik hervormend/progressief versus nationaal/conservatief.
„Ik zou graag een coalitie sluiten, en wat mij betreft is dat vóór de verkiezingen, van partijen die niet dat doemdenken van bezuinigen voorop willen stellen, maar die iets willen veranderen aan de arbeidsmarkt, woningmarkt, het onderwijs, klimaat- en energiebeleid. Op die fronten moeten we iets hervormen om te behouden.”
Hervormen is toch zoiets als bezuinigen?
„Bezuinigen vind ik een negatieve manier van doen, alsof alles minder gaat worden. Hervormen betekent: voor een goede verzorgingstaat, een goed pensioenstelsel, een bereikbare woningmarkt, moet je hervormen. Eén op de twintig kinderen wordt momenteel in de Wajong geparkeerd; een levenslange uitkering waar je niet meer uitkomt.
„Waarom doen gemeenten dat? Omdat ze geen verantwoordelijkheid willen dragen. Het klinkt niet populair om dat te veranderen, maar het is wel nodig. Dat is geen bezuiniging, maar een antwoord op de vraag: hoe houdt de jongere zijn kans in het leven en hoe houden we onze overheidsfinanciën op orde.
„Opvallend is dat de politiek steeds praat over wettelijke middelen, maar het doel zijn de simpele dromen van mensen. Ik krijg niemand zijn bed uit om de hypotheekrenteaftrek geleidelijk af te schaffen, maar het simpele idee van een eigen huis spreekt mensen wel aan. We moeten meer praten over doelen en minder over middelen. In dat licht vind ik zo’n akkoord interessant.”
Met welke partijen ziet u dat zitten?
„Wij willen verantwoord hervormen. Als dat niet gebeurt, gaan wij niet in een coalitie zitten. VVD en GroenLinks maken andere keuzes dan wij, maar ze onderbouwen ze wel eerlijk. Wat CDA en PvdA willen is mij onduidelijk, daarom heb ik PvdA-leider Cohen ook uitgedaagd tot een debat. Van de week zei hij nog in ’Nova’ dat hij Bevrijdingsdag tot een vaste vrije dag wil maken, maar op de simpele vraag hoeveel dat gaat kosten – 300 miljoen – wist hij geen antwoord. En dat in tijden waarin we op zoek zijn naar dertig miljard. Als dat je eerste grote punt is als lijsttrekker, waarvoor je ook nog een uur op televisie moet gaan zitten... Ik had wel iets meer verwacht. Wij vinden het een goed idee om er een vaste vrije dag van te maken, maar wel door het te ruilen voor een andere vrije dag.”
Ligt er deze campagne een extra zware druk op u, nu u het zonder Hans van Mierlo moet doen?
„Hans van Mierlo is altijd zeer betrokken bij de partij gebleven, op een heel fijne manier. Je hebt van die orakels waar je vooral veel last van hebt, en je hebt mensen zoals Van Mierlo die gewoon op constructieve manier maar niet opdringerig meedenken. Hij is de man voor wie ik lid ben geworden van D66, we belden wekelijks. Hij laat een leegte achter, en een verantwoordelijkheid. Een enorme verantwoordelijkheid. Je wil iemand in leven al niet teleurstellen, maar de verantwoordelijkheid na het leven – voor zover ik daarin geloof – is misschien nog wel groter.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.