*

 

Een woede-aanval lucht nooit op

Eveline Brandt − 26/06/10, 00:00

Een ruzie klaart de lucht. Toch? Nee, zegt Riekje Boswijk-Hummel Je richt alleen maar schade aan.

  •  (FOTO MARK KOHN)
    (FOTO MARK KOHN)

De workshops die ze geeft over boosheid – ze kan ze niet áánslepen, zegt therapeute Riekje Boswijk-Hummel (64) met een lach. „Ik geef ook workshops over loslaten en verlies; daar is veel minder belangstelling voor.” Ja, boosheid is een probleem, meent zij. „Ik merk het ook in mijn omgeving: mensen zijn gauw boos en aangebrand.”

In haar pas verschenen boek ’Boos - boosheid erkennen, begrijpen, loslaten’ beschrijft Boswijk wat het grootste probleem is met boosheid. Het is niet dat al te menselijke, meeslepende gevoel zelf – het is de schade die het aanricht wanneer het met kabaal of zelfs geweld naar buiten barst.

Een van de nog volop levende misverstanden rond boosheid is dat het uiten van woede ’oplucht’, en dat een ruzie ’de lucht klaart’. Nee, stelt Boswijk nadrukkelijk: met boosheid en ruzie wordt alleen maar schade aangericht. Die is bovendien vaak pijnlijker en onoverkomelijker dan veel mensen denken. „Mensen die makkelijk boos worden, gaan daar vaak nonchalant mee om. Die zeggen: ’Ach ja, dat zei ik wel, maar dat meende ik niet.’ Maar het is mogelijk dat de ander daar toch niet meer overheen kan komen.”

Daar voel je die kokende, kolkende golf vanuit je tenen opkomen. Je bent binnen één tel opgewonden, opgefokt. Je hoofd wordt warm, je hartslag schiet omhoog.... Dit komt door de stresshormonen die door je lichaam razen, zegt Boswijk. En die zetten je ertoe aan de ’vijand’ uit de weg te ruimen of op z’n minst schade toe te brengen. „Dan ga je verwijten maken: ’Jij doet ook nooit wat voor me’. Of: ’Er deugt helemaal niets van jou.’ Of, als het een voorwerp betreft, ga je er tegenaan schoppen – wat helaas ook tegen mensen gebeurt.”

Wanneer je zo je boosheid uit levert dat niks op, stelt zij. Geen opluchting, geen geklaarde lucht. „Het is vaak alleen maar het begin van een escalatie, want je doet de ander emotioneel of fysiek pijn. Het effect is dat die ander terugslaat, of zich helemaal voor je afsluit. Woede wekt altijd woede op.”

Woede en frustratie, kwaadheid en toorn, ergernis en irritatie: boosheid zal, in al zijn gradaties, ons allemaal van tijd tot tijd overspoelen. Boosheid, erkent Boswijk volmondig, hoort bij het leven. Je haalt de vergadering niet door een eindeloze file; je geliefde wijst je af; je portemonnee wordt in de trein gerold: de frustratie, het verdriet, de schrik daarover komen doorgaans naar buiten als boosheid. Je mept woedend op je autostuur; je schrijft je ex een boze brief; je staat stampvoetend op het perron alle zakkenrollers van Nederland te verwensen.

’Woede is als een krijsende baby die om aandacht vraagt’ , schrijft de boeddhistische monnik en vredesactivist Thich Nhat Hanh in zijn veelgelezen boek ’Omarm je woede’. Hij noemt woede een van de krachtigste én moeilijkste emoties om mee om te gaan. Woede is bovenal een vorm van lijden, van pijn, stelt hij. Zijn advies is daarom om je boosheid te ’omarmen’ en te verzorgen als een kind.

Onder boosheid ligt altijd teleurstelling, frustratie of pijn, zegt ook Boswijk, die zich in haar werk door het boeddhisme laat inspireren. „Boze mensen doen wel heel stoer, soms zelfs gewelddadig, maar eigenlijk lijden ze onder iets dat pijn doet, en dat ze niet willen of durven voelen. In plaats van aandacht te vragen voor hun pijn worden ze boos, vallen ze aan en krijgen ze lik op stuk: de ander wordt boos op hén en doet hen nog meer pijn.”

De kunst is, stelt de therapeute, om de boosheid wel te voelen, maar niet te uiten. Woede is altijd naar buiten gericht, zoekt een schuldige. Haar advies is: Stop! En richt je naar binnen. Neem een time out, ga een blokje om en vraag je af: Wat doet mij pijn?

Het lijkt bijna ondoenlijk om dit toe te passen in de hitte van de strijd. Boswijk: „Het ís ook moeilijk omdat je zo opgefokt bent door die stresshormonen. Woede is een heel primitieve reactie; je bent nog steeds dat dier dat wil aanvallen. Maar wees zo verstandig om te proberen die impuls toch te beheersen, want de effecten van boosheid zijn altijd negatief. Uit je dus niet meteen, probeer je zelf te tackelen zodra je de boosheid in je lichaam voelt, en kijk dan hoe je wél te werk kunt gaan.”

In haar boek presenteert ze hiervoor een soort stappenplan: Stop, richt je aandacht naar binnen, kijk nog eens goed naar de kwestie en kijk of je je standpunt kunt herzien (zie kader). Het oubollige advies ’even tot tien tellen’ was kortom nog niet zo’n gek advies. Want, zoals filosoof Seneca al zei: „Uitstel is het beste geneesmiddel voor woede.”

De laatste twintig jaar zijn de psychologische opvattingen over boosheid langzaam veranderd. Woedend op een kussen slaan helpt helemaal niet, tonen recente onderzoeken aan. Want hoe vaker iemand zo – of minder onschuldig – zijn woede uit, hoe makkelijker diegene dit gaat doen. Het wordt dan een gewoonte. Daarom wordt tegenwoordig ook door pedagogen aangeraden kinderen niet te laten begaan in het uitleven van driftbuien, maar hen daarin te begrenzen.

Boswijk bevestigt deze ontwikkeling. „Ook veel andere therapeuten zijn opgeschoven en menen nu dat boosheid uiten niets oplost, hoewel er nog altijd met mattenkloppers wordt gewerkt. Ik had laatst een deelnemer aan mijn workshop die net op een coachings-opleiding had geleerd zijn agressie en standpunten met kracht naar voren te brengen. Die man blies iedereen omver, echt afschrikwekkend. Hij moest toen in mijn workshop horen, én ervaren, dat dit gewoon niet werkt.”

„Wat mijn benadering anders, misschien ’boeddhistisch’ maakt, is dat ik veel nadruk leg op de onderlinge afhankelijkheid van mensen. Je kunt heel hard staan schreeuwen wat jij allemaal wilt en waar jij recht op hebt, en dan kun je je heel krachtig voelen, maar je bent en blijft afhankelijk van de ander. Die moet immers willen toegeven en zeggen: ’Oké, ik begrijp je’. Of: ’Oké, dat doe ik voor je’. Het is belangrijk je te realiseren: ik kan wel iets willen, maar het is niet vanzelfsprekend dat die ander daarin meegaat.”

„Het gaat mij bovenal om goed kunnen samenleven. Want als je denkt in termen van winnen en verliezen, als je er op uit bent discussies of ruzies te ’winnen’, dan verlies je op den duur toch – omdat je de ander verliest.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />