*

 

Het nut van een taks op kooldioxide

Esther Bijlo − 25/06/10, 00:00

De vervuiler moet betalen. De Europese Commissie wil dit principe in de loop van dit jaar omzetten in een voorstel voor een belasting op de uitstoot van CO2 die in alle lidstaten gaat gelden. De commissie is er nog niet uit, maar voorstanders van zo’n heffing winnen terrein.

  • Deze Franse kerncentrale bij Cattenom stoot via zijn koeltorens alleen waterdamp uit, geen kooldioxide. (FOTO EPA)

Het klinkt simpel en logisch om de uitstoot van broeikasgas te taksen. Op papier is dat ook zo. Een heffing kost minder aan administratie en uitvoering dan de handel in CO2-rechten die Europa nu kent.

Maar politiek ligt het invoeren van een nieuwe belasting gevoelig. Heffingen zijn geen populair onderwerp. Bovendien moeten alle lidstaten akkoord gaan met zo’n heffing. Dat is nu eenmaal de afspraak binnen Europa als het om fiscale zaken gaat. Een meerderheid is niet genoeg.

Niettemin zet de Europese Commissie door en zoekt achter de schermen naar consensus. Buiten Brussel is er een groeiende aanhang voor zo’n vervuilingsbelasting.

Sommige Scandinavische landen belasten al uitstoot. Zweden begon vorig jaar al over een Europese variant toen het land EU-voorzitter was. Frankrijk had vorig jaar al een plan klaar liggen voor een taks in eigen land.

Nederland maakt geen aanstalten om voor de Europese muziek uit te lopen. Maar ook hier zwelt het debat aan. Oud-premier Lubbers gaf onlangs een nieuwe coalitie het advies de heffing al in te voeren. Op de opiniepagina van deze krant plakte hij er gelijk een prijskaartje aan. Als de uitstoot van een ton kooldioxide (CO2) 50 euro kost, kan de schatkist daar 10 miljard euro mee binnenhalen. In zijn rol van belangenbehartiger voor de Nederlandse industrie haalt hij daar gelijk een kwart vanaf voor ’uitzonderingen’. Hou je toch nog 7,5 miljard over.

Stel dat je ongeveer 15 procent daarvan gebruikt om duurzame technologieën te bevorderen. Dan blijft er nog 6,5 miljard over. Het is niet de bedoeling daar begrotingstekorten mee te dichten. Dat bedrag moet terug naar de burger in de vorm van lastenverlichting, een lagere btw bij voorbeeld. Op zichzelf een heldere rekensom.

De mislukte poging van Frankrijk afgelopen jaar om in eigen land een CO2-heffing in te voeren laat echter zien dat het nog niet zo makkelijk is. President Sarkozy wilde met de Franse ’klimaatbelasting’ een ’fiscale revolutie’ bewerkstelligen.

De Franse regering had alleen zoveel ’uitzonderingen’ aangewezen, om het Franse bedrijfsleven niet tegen het hoofd te stoten, dat het Franse Hof de nieuwe belasting naar de prullenbak verwees. Zoveel uitzonderingen, dat kan niet, oordeelde het Hof eind vorig jaar.

In de ogen van het Franse Hof was het verschil in behandeling tussen de verschillende soorten vervuilers te groot in de plannen van de regering-Sarkozy. Meer dan de helft van de vervuiling door broeikasgas in Frankrijk zou de heffing ontlopen. In maart liet de Franse president weten de plannen af te blazen. We wachten wel op een Europese heffing, was de boodschap. Dan ontstaat er geen concurrentienadeel voor Franse bedrijven.

Het ’level playing field’, het gelijke speelveld voor ondernemingen, is altijd een krachtig werkend argument tegen het principe ’de vervuiler betaalt’. Als wij teveel milieubelasting moeten betalen, zegt de zware industrie, dan vertrekken wij naar landen waar dat niet gebeurt. Dan komt de troep alsnog in de lucht, dus het klimaat is er niet mee geholpen.

Regeringen en Europese beleidsmakers zijn gevoelig voor de lobby van bedrijven die hierop hamert. Maar het weerwoord van de tegenstanders wint terrein. Ten onrechte hangt er geen prijs aan vervuiling, redeneren zij.

Via de algemene belastingen betaalt iedereen wel mee aan het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen. Het ontbreken van een prijskaartje zet niet aan tot schoner produceren. Zo lijkt het alsof bijvoorbeeld energie uit wind duurder is dan die uit kolen, omdat er subsidie bij moet. Maar in werkelijkheid is het verstoken van kolen niet goedkoper omdat er daarna vervuiling opgeruimd moet worden.

Er wordt daarnaast erg gemakkelijk geschermd met ’concurrentienadeel’, blijkt uit verschillende onderzoeken die de afgelopen maanden zijn verschenen. Een deel van de Europese industrie, zoals de raffinage en de chemie, krijgt nu nog gratis rechten om CO2 uit te stoten. Het bedrijfsleven heeft dat bedongen omdat ze anders de slag met concurrenten buiten Europa zouden verliezen.

Uit onderzoek van het bureau CE Delft blijkt dat onder meer de chemie wel degelijk de prijs die een CO2-recht op de markt kost, heeft doorberekend in de prijzen die de klanten betalen. Kennelijk wordt de soep van ’het gelijke speelveld’ toch niet zo heet gegeten.

Het is op de langere termijn wel de bedoeling dat bedrijven een steeds hogere prijs gaan betalen voor die CO2-rechten. De vraag rijst dan of Europa aan dat systeem niet al genoeg heeft en zich de moeite van het invoeren van een CO2-heffing kan besparen. Een reden om toch een nieuwe belasting in te voeren is het feit dat lang niet alle vervuilers onder het emissiehandelssysteem vallen. Energiebedrijven en de zware industrie doen mee. Sectoren als de transport en de landbouw niet.

Is het dan niet logisch om de bedrijven die al onder het handelsysteem vallen te ontzien, als er dan toch een kooldioxidetaks komt? Ja, heeft CE Delft uitgezocht in een rapport over vergroening van het belastingstelsel. Maar dan moet het handelssysteem wel goed werken.

Als de prijs voor een CO2-recht hoog genoeg is waardoor het systeem zijn doel – aanzetten tot schoner produceren – bereikt, dan werkt een extra CO2-heffing alleen maar verstorend. Het resultaat zal zijn dat er in het buitenland meer vervuild wordt met rechten die in Nederland overblijven.

Maar als de prijs van CO2 laag is, wat nu het geval is, dan kan een extra CO2-belasting een bodem leggen in de markt voor emissierechten, stelt CE Delft. Aangezien die markt Europees is, moet je dat wel gezamenlijk doen en niet als land alleen. Ook in andere gevallen zou Europa ervoor kunnen kiezen om een sector die al onder het emissierechtenssysteem valt, toch een extra belasting op te leggen.

Dat kan om een verandering in een sector te forceren. Stel dat een productieproces zoveel energie vreet dat bedrijven blijven kiezen voor het kopen van CO2-rechten om daarmee door te kunnen gaan. Als de overheid van die vervuiling af wil, moet de prijsprikkel fors omhoog.

Er zijn landen in Europa die al wel op eigen houtje een CO2-belasting hebben ingevoerd. Zweden, Noorwegen en Denemarken kennen zo’n heffing. In een aantal gevallen wordt wel de energie-intensieve industrie of de sectoren die grote internationale concurrentie ondervinden, ontzien. Of het geld wordt teruggesluisd. In Denemarken bijvoorbeeld krijgen handel en industrie de CO2-heffing terug in de vorm van subsidies voor energiebesparing en lagere arbeidslasten voor werkgevers.

mailIcon print |