Een Italiaanse arts beweert dat zijn omstreden dotterbehandeling helpt tegen multiple sclerose. Patiënten zien het wel zitten, maar Amsterdamse wetenschappers zijn sceptisch. Deze week slaan ze het theoretische fundament onder de behandeling grotendeels weg.
Naar schatting vijftig Nederlandse patiënten met multiple sclerose (MS), een ziekte van het centrale zenuwstelsel, hebben zich de afgelopen maanden in het buitenland laten behandelen met een omstreden Italiaanse dottertherapie. Minstens zo’n zelfde aantal zieken zou nog op een wachtlijst staan in een Italiaanse, Poolse of Duitse kliniek.
De patiënten, wanhopig over het voortschrijden van hun invaliderende ziekte, tellen flinke bedragen neer. De Duitse kliniek Privatescan, die sinds mei via een Nederlandstalige website klanten werft, vraagt alleen al voor het diagnostisch onderzoek 1225 euro. De behandeling zelf kost nog eens 5995 euro, vaak uit eigen zak te betalen.
Maar werkt die therapie wel?
Artsen uit het VUmc MS Centrum Amsterdam hebben er een hard hoofd in. Ze zijn van meet af aan sceptisch over de behandeling, bedacht door de Italiaanse vaatchirurg Paolo Zamboni. Maar ja, in het verleden is al vaker een Nobelprijs toegekend aan iemand die in eerste instantie door het establishment was weggehoond.
De Amsterdammers wilden Zamboni daarom toch een eerlijke kans geven. Patiënten vroegen daar ook om, aangespoord door de enthousiaste Italiaan zelf. Die haalde vorig jaar uitgebreid de pers met zijn felbekritiseerde behandeling.
Inmiddels hebben de VUmc-wetenschappers onderzoek gedaan naar de biologische waarschijnlijkheid van Zamboni’s benadering. Ze zien zijn gelijk niet bevestigd. „Sterker nog, onze resultaten slaan min of meer het fundament onder zijn methode weg”, vertelt VUmc-neuroloog Bob van Oosten. Samen met neuroradioloog Mike Wattjes presenteerde hij de uitkomsten gisteren aan de patiënten die aan het onderzoek hebben meegedaan.
Het revolutionaire van Zamboni is dat hij een verklaring voor MS heeft die indruist tegen de gangbare opvattingen over de ziekte. Tot nu toe gaan artsen ervan uit dat MS een auto-immuunziekte is: de afweercellen van de patiënt tasten het zenuwweefsel aan. De zenuwbanen werken daardoor steeds slechter, wat resulteert in verlammingen, spasmen, tintelingen en gevoelloosheid.
Maar volgens Zamboni is er iets anders aan de hand, iets wat hij een paar jaar geleden heeft ontdekt bij zijn eigen vrouw – een MS-patiënte – en wat hij sindsdien bij nog vijfhonderd andere MS-patiënten heeft gezien. De ziekte begint, zo beweert hij, met een vernauwde ader in de hals. Door de vernauwing, bij álle MS-patiënten aanwezig, stroomt het bloed niet goed uit de hersenen weg; het gaat dan stilstaan. Door de toegenomen druk sijpelt het vanuit de vaten het hersenweefsel in. De zenuwcellen raken daardoor aangetast. Dát geeft uiteindelijk al die klachten.
Zamboni pakt dit probleem bij de bron aan: hij dottert het vernauwde halsvat. Daartoe blaast hij korte tijd een ballonnetje in de halsader op. Het bloedvat wordt dan opgerekt. Na de ingreep stroomt het bloed weer lekker door en zou de patiënt zich een stuk beter voelen.
Het klinkt allemaal prachtig. „Maar de kern van de zaak is dat er geen wetenschappelijk bewijs onder ligt”, zegt Van Oosten. „Zamboni heeft tot nu toe één onderzoek gepubliceerd waarin hij 65 patiënten heeft gedotterd. Daarin ontbreekt een controlegroep van mensen die een nepbehandeling kregen. Je mag er daarom geen harde conclusies aan verbinden. Misschien zie je alleen een placebo-effect.”
De kritiek van Van Oosten gaat verder: klopt het eigenlijk wel dat vrijwel alle MS-patiënten een vernauwde halsader hebben en gezonde mensen niet? Zamboni kan dat wel beweren, maar zulke zwart-wit-scenario’s zijn in de natuur ongebruikelijk. Artsen van de Buffalo University in New York konden het alvast niet bevestigen. Zij meldden in februari dat in hun onderzoek slechts 56 procent van de MS-patiënten een vernauwde halsader had, tegen 23 procent van de gezonde mensen.
In het Amsterdamse onderzoek blijft er van Zamboni’s scherpe scheiding nog minder over. „Wij hebben van veertig mensen een afbeelding van de vaten gemaakt: twintig MS-patiënten en twintig gezonde personen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht”, zegt neuroradioloog Mike Wattjes. „Zoiets heet een MRV of MR-venografie – een speciale toepassing van MRI die aderen goed in beeld brengt. De beelden werden beoordeeld door collega’s die niet wisten of ze een patiënt of een gezonde persoon voor ogen hadden. De helft bleek een vernauwde halsader te hebben; deze mensen waren gelijk verdeeld over de zieke en de gezonde personen. We zien kortom geen systematisch verschil tussen mensen met en zonder MS.”
Die conclusie is al niet best voor Zamboni’s theorie. Maar de onderzoekers stuitten op iets nog opmerkelijkers. Ze gingen na of het bloed bij mensen met een vernauwd vat inderdaad in de hersenen stagneerde of zelfs terugstroomde, zoals de Italiaan beweert. Niets van dat alles bleek te gebeuren. Het bloed in de diepe hersenvaten stroomde prima door, ondanks de vernauwing in de halsvaten. „Zo’n vernauwing lijkt dus geen ’afwijking’”, concludeert de radioloog. „Het is waarschijnlijk gewoon een anatomische variatie. Net zoiets als rood haar. Dat laat je ook niet behandelen.”
Maar je kan nooit weten, denken veel patiënten. Baat het niet, dan schaadt het niet. Daar is Wattjes niet zo zeker van. Normaal worden alleen slagaders gedotterd, geen aders, zoals in dit geval. Een ader is veel dunner en kwetsbaarder dan een slagader en raakt dus wellicht sneller beschadigd. „Je zou door het dotteren ontstekinkjes kunnen krijgen die ertoe leiden dat het halsvat dichtgroeit”, waarschuwt Wattjes. „Daar is nog geen systematisch onderzoek naar gedaan. We kunnen dus niet garanderen dat de ingreep veilig is.”
In de medische literatuur zijn twee patiënten beschreven met ernstige complicaties. Deze twee werden overigens niet gedotterd, maar ze kregen beide een metalen kokertje (een stent) in hun halsvat geplaatst om het vat extra goed open te houden. Eén patiënt kreeg kort na de behandeling een hersenbloeding. Bij de andere patiënt schoot de stent los. Het kokertje kwam vervolgens in het hart terecht, wat een acute open-hartoperatie noodzakelijk maakte.
Is met het VUmc-onderzoek nu het laatste woord over de methode-Zamboni gezegd? Zo ver willen de wetenschappers niet gaan. Daarvoor was hun eigen onderzoek, met twintig patiënten, te klein van opzet. „We kunnen nu wel stellen dat het erg onwaarschijnlijk is dat alle MS-patiënten baat hebben bij het dotteren”, zegt Van Oosten. „Maar we kunnen niet uitsluiten dat het voor een kleine groep anders ligt. Daar gaan we nu naar kijken.”
De artsen zijn van plan om een groter onderzoek op te zetten waarin ze naast MRV-beelden ook een zogeheten echo-doppler maken. Dat is een iets andere techniek om de halsvaten in beeld te brengen. Onduidelijk is welke van de twee methoden het beste werkt. Vast staat dat de echo-doppler, waar Zamboni en de Amerikanen gebruik van hebben gemaakt, gevoelig is voor de interpretatie van de arts. „De ene arts ziet er iets anders in dan de andere”, zegt Wattjes. „Dat probleem heb je bij MRV veel minder.” Met andere woorden: misschien ziet Zamboni vooral wat hij wíl zien, niet wat er werkelijk is.
Intussen zijn ook onderzoekers in andere landen bezig met het controleren van Zamboni’s bevindingen. Van Oosten verwacht dat ze hetzelfde zullen vinden als in Amsterdam. „Wij blijven in elk geval een negatief advies geven voor deze behandeling”, zegt de arts. „Eerder raadden we het ook al af omdat het wetenschappelijke bewijs ontbrak. Met onze negatieve proef hebben we er nog een argument bij gekregen.”
En als MS-patiënten zich toch willen laten behandelen? Dat is hun eigen keuze, zegt Van Oosten. „Op zichzelf snap ik de drijfveren van patiënten; we kunnen de ziekte nu eenmaal niet genezen. Maar wij artsen zijn er om objectieve informatie te verschaffen. Ik hoop toch dat patiënten daar naar luisteren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.