*

 

Zwarte doos voor zwarte stern

Rob Buiter − 15/06/10, 00:00

De nieuwste high tech voor trekvogels weegt nog maar 0,8 gram. Dus vliegt de vederlichte zwarte stern nu met een minuscule geolocator op zijn rug. „Ik hoop te ontdekken waar deze vogels precies overwinteren”, zegt onderzoeker Jan van der Winden.

  • Vogelonderzoeker Jan van der Winden bevestigt een minuscuul zendertje op de stuit van een zwarte stern. (ROB BUITER)

Wespendieven, purperreigers, ooievaars, mantelmeeuwen, steeds meer trekvogels vliegen rond met een satellietzender op hun rug. Zo’n zendertje weegt, inclusief oplaadbare batterij en zonnepaneeltje, vijf tot dertig gram.

Dat betekent dat vogels vanaf ongeveer twee ons zo’n blokje mee kunnen dragen in een tuigje op hun rug, zonder dat ze er last van krijgen. De boomvalk is zo ongeveer de kleinste vogel die met een satellietzender vliegt.

„Maar het kan altijd kleiner”, zegt vogelonderzoeker Jan van der Winden, terwijl hij het nieuwste snufje uit zijn gereedschapskoffer pakt. Het dingetje heeft het formaat van een kleine knoopbatterij, met een sprietje van een centimeter of twee daaraan vast. Het weegt net 0,8 gram. Aan het einde van dat sprietje zit nog een speldenkopje. „Daarin zit het vernuft”, aldus Van der Winden. „Dat knopje registreert licht en donker. Bij het batterijtje zit een chip die de tijd registreert. Uit de combinatie van die twee kun je tot op ongeveer 200 kilometer nauwkeurig bepalen waar je op aarde bent.” Vergeleken met gps-registratie is dat een grote marge, maar vogelonderzoekers knijpen er hun handen voor samen. „Met een verplaatsing van noord naar zuid verandert de lengte van de dag. En het tijdstip dat de vogel precies op het midden van de lichtperiode zit, zegt iets over de tijdzone waar hij zich dan bevindt. Dit zijn de nieuwste geolocators.”

Met een speciale kooi heeft Van der Winden zojuist twee zwarte sterns op hun nest gevangen in de buurt van het riviertje de Vlist, in Zuid-Holland. Na de nodige metingen aan de vogels, bevestigt hij het minuscule stukje techniek met een tuigje van zachte nylon draden op de stuit van de vogel.

Als hij de losse stukjes draad heeft verwijderd, en de veren van de vogel heeft gefatsoeneerd zie je er bijna niets meer van. Alleen het sprietje met het lichtgevoelige kopje blijft buiten de veren steken.

Minder dan een half uur na de vangst vliegen de twee vogels al weer terug naar hun nest met eieren.

„Die eieren komen over een paar dagen uit”, zegt Van der Winden. Dan moeten de jongen binnen een paar weken worden vetgemest, en voor je het weet verzamelen duizenden zwarte sterns zich weer op het IJsselmeer, om daar op te vetten voor de trek naar Afrika. Zo rond eind augustus, september, dan zijn ze allemaal weer weg.”

Die trekperiode, daar is het de onderzoeker om te doen. „We weten dat zwarte sterns tot in Zuid-Afrika overwinteren, maar we hebben geen idee waar ze precies naartoe gaan en vooral: wat ze daar eten. Met deze geolocators hopen we te ontdekken of ze bijvoorbeeld ver op zee blijven, of dat ze in de buurt van de kust foerageren.”

Voor een deel wordt hij gedreven door de gebruikelijke nieuwsgierigheid van de bioloog, maar het draait ook om bescherming. „Om een vogel effectief te beschermen moet je weten wat er in het broedgebied gebeurt en ook wat de bedreigingen en de kansen zijn tijdens de trek en in het overwinteringsgebied.”

Van der Winden voert het onderzoek uit met medewerkers van Landschapsbeheer Zuid-Holland. Aletta van der Zijden van die stichting is net zo benieuwd als Van der Winden naar de uitkomsten. „Met tientallen vrijwilligers proberen we er hier alles aan te doen om de zwarte sterns te behouden voor het polderlandschap. We leggen nestvlotjes neer, bij gebrek aan drijvende pakketten krabbescheer. We instrueren boeren dat ze een brede strook langs de sloten waar deze vogels broeden ongemaaid moeten laten. En heel belangrijk: we proberen te zorgen voor rust rond de kleine kolonies van de zwarte stern. Want als er iets is waar ze niet tegen kunnen, dan is het verstoring. Maar uiteindelijk zijn ze maar heel even bij ons. Het grootste deel van het jaar leven ze elders. Wat gebeurt daar?”

De moderne geolocators hebben één belangrijk nadeel: om te besparen op het gewicht zit er geen zender in, want die heeft een batterij nodig van toch gauw enkele grammen.

„We moeten deze vogels volgend jaar dus zien terug te vangen om de geolocators weer van hun rug te plukken”, vertelt Van der Winden. „We hebben ze daarom ook een kleurringetje omgedaan, dat we met de telescoop kunnen aflezen. Zo weten we volgend jaar welke vogels we weer moeten zien te vangen. Op zich zijn ze vrij plaatstrouw, dus ik heb goede hoop dat ze volgend jaar weer hier in de buurt zullen broeden.”

mailIcon print |