*

 

Cadeaus voor een jarige polder

Hans Marijnissen − 07/05/10, 00:00

Polder Nieuwkoop was de favoriete plek van de schilders van de Haagse School. Op zijn tweehonderdste verjaardag brengen hedendaagse kunstenaars een actuele hommage.

  • Hans Singels, 'Polder Nieuwkoop en Noorden', 2006, c-print, collectie Willem van Zoetendaal. (Trouw)
  • Klaus Baumgÿrtner, fotografie, 2010. (Trouw)

Het liefst had Willem Roelofs het geheim willen bewaren. Tijdens een veldstudie naar de snuitkever in de Polder Nieuwkoop werd hij zo bevangen door de weidsheid van het landschap, de enorme wolkenpartijen en het licht dat het water als spiegel gebruikte, dat hij besloot met ezel en penseel terug te keren. Zijn realistisch doeken met dorpse werkers en zwartbonte koeien verkochten zo goed dat zijn collega’s vroegen op welke locatie hij schilderde. Jaren heeft Roelofs (1822-1897) over ’zijn’ polder gezwegen. Maar uiteindelijk besloot hij zijn collega-schilders in te wijden.

De Haagse School kreeg zo een nieuwe impuls. De schilders uit deze stedelijke omgeving zochten in hun vlucht voor de industrialisatie juist de buitengebieden op. Landelijke taferelen – vaak realistisch, met de horizon laag om de luchten de ruimte te geven, soms ietwat romantisch – moesten het ’behoud’ van het goede laten zien. Terwijl achter de rug van de schilder als het ware de schoorstenen dampten.

De Polder Nieuwkoop was juist voor deze schilders een eldorado. Massaal trokken ze naar de pensions aan de rand van het gebied, en betaalden hun logies vaak in natura. En zij waren ook beter in staat om op wat ruimere afstand van hun stadse atelier en plein air te schilderen, vanwege de uitvinding van de tube- door Geoffrey Rand in 1836. De verf kon zo beter vervoerd worden, en bleef langer goed.

De doeken die de Haagse School aan de Polder Nieuwkoop heeft onttrokken, hangen in beroemde musea in binnen- en buitenland. Maar, vroeg de Stichting Kunstinitiatief Nieuwkoop zich af, zou de polder op zijn tweehonderdste verjaardag kunstenaars nog steeds inspireren? Daarom deed ze een oproep, waarop tientallen inzendingen kwamen. Een selectiecommissie koos de beste uit, die nu in de Artipoli Art Gallery in Noorden worden tentoongesteld.

„Als commissie zijn we ervan uitgegaan dat de kunstenaars zich moesten laten inspireren door de polder”, zegt Famke Grootswagers, die de expositie beheert. „De werken moesten actuele reflecties vormen op het erfgoed. Een ode zijn aan het landschap, beslist níet aan de Haagse School. De inzendingen die leken op een kopie van die schilderrichting hebben we daarom terzijde gelegd.”

Toch blijkt dat de hedendaagse kunstenaars getroffen zijn door dezelfde landschapskwaliteiten als hun collega’s uit de negentiende eeuw. „Het licht, het door mensenhanden gevormd landschap, het komt allemaal terug in de producties. Maar er zijn ook grote verschillen tussen de kunstenaars uit andere tijden. De schilders uit de negentiende eeuw vormden echt een school, een stijlgemeenschap die met dezelfde techniek, dezelfde taferelen vastlegde. De hedendaagse kunstenaars zijn niet gebonden aan één techniek. De een schildert, de ander hanteert het potlood, er is fotografie, videokunst, er zijn objecten van metaal. Maar ze zijn niet alleen los van het min of meer technische kader, ook inhoudelijk is er veel meer vrijheid én focus. In alle opzichten zijn hedendaagse kunstenaars breder in hun expressie, laat dit experiment zien.”

Fotograaf Han Singels blijft op de expositie met zijn print van Polder Nieuwkoop misschien wel het meest dichtbij zijn collega’s van de Haagse school, maar gebruikt de meest realistische techniek: hij heeft de werkelijkheid van een aankomende onweersbui vastgelegd op foto. Wie de foto aanschouwt, associeert deze onmiddellijk met een schilderij. Wat maar weer aantoont hoe realistisch Roelofs en collega’s in hun tijd het landschap ’vingen’.

Klaus Baumgürtner koos voor een enscenering waarin reflecterend licht centraal staat. Zijn print lijkt onderdompelende eendjes in een wateroppervlak voor te stellen, een decor dat overal in Nieuwkoop voorkomt. In werkelijkheid heeft hij zijn eigen groene tafelblad gefotografeerd, en daarop ontkiemde zaadjes gepositioneerd.

Leontine Lieffering koos met haar driedimensionale ’Natland’ van ijzerdraad en klei voor de symmetrie van het polderlandschap. De drie presentatielagen verwijzen naar de hoogteverschillen in de polder. Terwijl Justin Bennet de polder heeft vastgelegd in een 24-uursgeluidsopname, die hij heeft gecomprimeerd tot acht minuten. Het verschil tussen vijf uur ’s morgens en zes uur ’s morgens is enorm, omdat de vogels in dat uur ’opstaan’. Stijn Kriele filmde in zijn presentatie ’Left/Right’ het landschap door de twee buitenspiegels van zijn door de polder rijdende auto. Hans Ensink op Kemna abstraheerde het polderlandschap juist met een geometrisch lijnenspel. En wat te denken van Sven Fritz, die in een bassin een enorme zoetwatermossel heeft neergelegd, en het licht ermee laat spelen.

Maar misschien dat Tineke van Veen met haar buiteninstallatie ’Focus & Reflect’ achter de tot gallery omgebouwde Rabobank van Noorden de boodschap van deze expositie pas echt vangt. Zij heeft aan de oever van het water een gebogen, glanzend zwart scherm geplaatst waarin het landschap wordt gereflecteerd. Het scherm verwijst naar de huidige beeldcultuur. Anno 2010 beleven we, volgens Van Veen, de wereld vooral via schermen. Dit scherm staat tussen de bezoeker en de werkelijkheid in, ontneemt het zicht. Maar wie omloopt, ontdekt in de holle kant van haar scherm toch een focus. Door een gaatje is het werkelijke landschap van Nieuwkoop te zien. Zoals dat Roelofs opviel, toen hij eigenlijk naar de snuitkever zocht.

mailIcon print |