„Het moeras kan wel een stootje hebben. Zolang er ook sprieten zijn die niet onder de olie zitten, kan het gras nog ademen. Je ziet vaak snel nieuwe scheuten opkomen. En het is een voordeel dat olie drijft: het komt niet zomaar in de bodem. Tenzij iedereen er gaat rondstampen om het op te ruimen.”
Net als heel Amerika kijkt hoogleraar Denise Reed met weerzin toe hoe dagelijks meer olie het kwetsbare milieu van de Mississippi-delta bedreigt. Maar terwijl op televisie de nadruk ligt op de woede van de kustbewoners en het leed van besmeurde pelikanen en dode schildpadden, benadrukt Reed, hoogleraar milieukunde aan de universiteit van New Orleans, dat de Golfkust tot nu toe vooral geluk gehad heeft.
„De meeste olie die aan land kwam is tot nu toe op stranden terechtgekomen. Dat ziet er lelijk uit, maar het is gemakkelijk op te ruimen. En bij de moerasgebieden van Louisiana is het al bij de oevers tegengehouden.”
Dat komt doordat in de Golf van Mexico het getij niet veel voorstelt: hoogstens een halve meter verschil tussen eb en vloed. Het gebeurt niet zo vaak dat het moeras onder water staat. Maar dat kan natuurlijk nog gebeuren: als een tropische storm of een orkaan het water opstuwt. Dan komt de olie terecht op een enorme oppervlakte aan drassig gebied, waar mensenhanden het niet gemakkelijk meer vandaan krijgen.
De natuur misschien nog wel. „De afbraak gaat vast snel. Het is hier warm, rond de 35 graden, de bacteriĆ«n die dat doen zullen actief zijn.”
Een van de weinige dingen die de mens nog kan bijdragen is het weg laten spoelen van olie in de kreken, door het water van de Mississippi. Tot nu toe hielp de rivier flink mee, want in de lente voert zij veel water af. Met de komst van de zomer wordt dat minder. Al kan het geniekorps van het leger, de Amerikaanse Rijkswaterstaat, helpen door de Atchafalaya, een zijrivier met eigen toegang tot de zee, deels af te sluiten.
De afsluiting waar de Amerikanen vooral op zitten te wachten, is natuurlijk die van het olielek. Daar kan de regering-Obama niet zomaar voor zorgen en Reed kan dat wel billijken: „De nationale garde of de marine hebben geen betere middelen dan BP. Ik zou niet weten wat Obama meer had kunnen doen. Hier en daar de regels versoepelen misschien. Op veel plaatsen liggen veegvaartuigen werkloos omdat elke haven er een moet hebben voor het geval dat. Nu zou dat misschien even anders moeten – maar als er dan vervuiling elders komt, wordt hij neergesabeld.”
„Dit lek is een erfenis uit het verleden: er is luchthartig omgegaan met de kleine kans op een groot voorval. Maar bekvechten over wiens schuld het precies is, daar is het nu de tijd niet voor. Dat zal in de rechtszaal worden uitgemaakt. Dat gaat nog jaren slepen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.